ECLI:NL:RBOBR:2026:881

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
26/348
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:16 AwbArt. 8:81 AwbAlgemene Plaatselijke Verordening gemeente HelmondHandelingskader aanpak ongeregeldheden betaald voetbalwedstrijden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitsluiting FC Den Bosch supporters bij uitwedstrijd Helmond Sport

Verzoekers wilden bereiken dat supporters van FC Den Bosch bij de uitwedstrijd tegen Helmond Sport op 6 februari 2026 aanwezig mochten zijn. De burgemeester had echter drie aanvullende voorschriften aan de voetbalvergunning van Helmond Sport verbonden, waardoor uitsupporters niet welkom zijn.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester terecht heeft gewezen op een patroon van ordeverstoringen door FC Den Bosch supporters, los van de tegenstander. De bestuurlijke rapportage van de politie, ondanks enkele nuanceringen van verzoekers, biedt voldoende grond voor het besluit.

Hoewel het besluit laat is genomen en de besluitvorming niet vlekkeloos verliep, weegt het belang van de openbare orde en veiligheid zwaarder dan het belang van verzoekers. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en mogen geen FC Den Bosch supporters bij de wedstrijd aanwezig zijn.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en FC Den Bosch supporters mogen niet bij de uitwedstrijd aanwezig zijn.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 26/348

uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 februari 2026 in de zaak tussen

[verzoekers]

[verzoekers],
beide uit [vestigingsplaats] (hierna: verzoekers)
(gemachtigde: [naam] )
en

de burgemeester van de gemeente Helmond (hierna: de burgemeester)

(gemachtigden: mr. Y.A.M. Willems en [naam] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van de burgemeester om drie aanvullende voorschriften te verbinden aan de eerder aan de Stichting Helmond Sport uit Helmond (hierna: Helmond Sport) verleende voetbalvergunning. Als gevolg van die voorwaarden mogen de supporters van FC Den Bosch de wedstrijd tussen hun club en Helmond Sport, die op 6 februari 2026 in Helmond wordt gespeeld, niet bijwonen. Verzoekers zijn het niet met dat besluit eens en voeren daartegen een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt aan de hand van die gronden de rechtmatigheid van het besluit. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een (eventuele) beroepszaak.
1.1.
De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het voorlopig oordeel dat de
burgemeester een juist besluit heeft genomen. Verzoekers krijgen dus geen gelijk en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. De voorzieningenrechter legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staat wat er voorafging aan dit
verzoek om een voorlopige voorziening. De beoordeling door de voorzieningenrechter volgt vanaf 4. Aan het eind staat de beslissing van de voorzieningenrechter en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 27 januari 2026 heeft de burgemeester besloten om drie
aanvullende voorschriften te verbinden aan de eerder aan Helmond Sport verleende voetbalvergunning.
2.1.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt bij de burgemeester en
bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank dit verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
2.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op
3 februari 2026 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen namens FC Den Bosch haar veiligheidscoördinator [naam] , namens de supportsvereniging [naam] , de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigden van de burgemeester. Helmond Sport is uitgenodigd om als derde-belanghebbende deel te nemen aan de procedure, maar heeft van die uitnodiging geen gebruik gemaakt.

Wat ging er vooraf aan het verzoek om een voorlopige voorziening?

3. Op 1 juli 2025 heeft Helmond Sport aan de burgemeester gevraagd om haar een voetbalvergunning te verlenen voor het organiseren van voetbalwedstrijden in het GS Staalwerken Stadion in Helmond.
3.1.
Met het besluit van 29 juli 2025 heeft de burgemeester Helmond Sport de gevraagde voetbalvergunning verleend en daaraan de volgende voorschriften en beperkingen verbonden:

Algemeen

1. U beschikt over een veiligheidscoördinator conform de licentie-eisen en verplichtingen uit het
Licentiereglement van de KNVB;
2. Minimaal één uur voorafgaande, tijdens en één uur na afloop van een voetbalwedstrijd is de
veiligheidscoördinator fysiek aanwezig in het stadion en telefonisch bereikbaar;
3. Deze vergunning is fysiek in het stadion aanwezig en wordt op verzoek van daartoe aangewezen en
bevoegde toezichthouders getoond;
4. In het belang van de openbare orde, de veiligheid en/of de volksgezondheid kunnen per wedstrijd
nadere voorschriften aan deze vergunning worden verbonden;
5. Alle bevelen, gegeven door of namens mij en in het belang van de openbare orde, de veiligheid
en/of de volksgezondheid, worden direct opgevolgd;
6. U neemt actief deel aan de operationele voorbereiding op iedere voetbalwedstrijd;
7. U maakt onverwijld melding van het feit dat u naar verwachting niet kan voldoen aan één van de
bovengenoemde voorschriften.

Stadion

8. Het stadion is voorzien van of beschikt over een:
  • (mobiele) commandoruimte;
  • deugdelijke omroepinstallatie waarmee in alle publieke delen in het stadion informatie aan
  • het publiek kan worden verstrekt;
  • vaste video-installatie die voldoet aan de licentie-eisen van de KNVB;
  • een apart en fysiek afgescheiden tribune vak voor supporters van bezoekende ploeg.
9. Het stadion moet kunnen worden onderverdeeld in sectoren om een optimale scheiding van
bezoekers mogelijk te maken;
10. Voorafgaande aan iedere wedstrijd voert u een fysieke en nauwkeurige inspectie uit van het stadion,
specifiek gericht op het voorkomen van de aanwezigheid van verboden of ongewenste voorwerpen,
in het bijzonder vuurwerk. Periodiek sluiten de politie, de gemeente en/of de brandweer aan bij deze
inspectie;
11. U dient ervoor te zorgen dat het stadion bereikbaar is en blijft voor de hulpdiensten;
11. Personen die kennelijk onder invloed zijn van alcohol of drugs dan wel zich (ernstig) misdragen
verkrijgen geen toegang tot het stadion of worden per direct daaruit verwijderd;
13. U spant zich in en neemt maatregelen om het gebruik van drugs en de aanwezigheid van vuurwerk
onder bezoekers te voorkomen, dan wel terug te dringen.

Veiligheidsorganisatie

14. Per wedstrijd is de bezetting van het veiligheidspersoneel (stewards en beveiligers), EHBO’ers,
aanwezig wat in het veiligheidsoverleg voorafgaand is vastgesteld;
15. Direct voorafgaande, tijdens en na afloop van een voetbalwedstrijd is de commandoruimte in het
stadion (uitsluitend) toegankelijk voor vertegenwoordigers van de politie, de gemeente, de betrokken
betaald voetbal organisaties, het Openbaar Ministerie, de brandweer, de KNVB of anderen die daar
bedrijfsmatig aanwezig moeten zijn;
16. U neemt maatregelen om de veiligheid in en rondom het stadion te borgen op het moment dat de
wedstrijd in overleg met veiligheidspartners en ten gevolge van incidenten dient te worden gestaakt.
3.3.
Op vrijdag 6 februari 2026 wordt de wedstrijd Helmond Sport - FC Den Bosch gespeeld. In verband met die wedstrijd heeft de burgemeester met het bestreden besluit aan de eerder aan Helmond Sport verleende voetbalvergunning de drie volgende aanvullende voorschriften verbonden:
  • Helmond Sport stelt geen kaarten beschikbaar aan supporters van FC Den Bosch;
  • Het bezoekersvak dient derhalve gesloten te blijven;
  • De kaartverkoop conform afspraak vanuit het veiligheidsoverleg in te regelen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Het karakter van deze voorlopige voorzieningprocedure
4. Uitgangspunt van de wet is dat de werking van een besluit niet wordt opgeschort als er bezwaar tegen wordt gemaakt. Dat staat in artikel 6:16 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Met andere woorden: het besluit blijft gelden, ook als er bezwaar tegen is gemaakt. Die hoofdregel kan worden doorbroken door het treffen van een voorlopige voorziening. De mogelijkheid daarvoor is geregeld in artikel 8:81 van Pro de Awb. In dat artikel staat dat de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening kan treffen als er bezwaar tegen een besluit is gemaakt. Er moet dan wel sprake zijn van ‘onverwijlde spoed’ – ook wel spoedeisend belang genoemd – en de belangen die bij de zaak betrokken zijn moeten het ook nodig maken dat er een voorlopige voorziening wordt getroffen. Voor een uitzondering op de hoofdregel dat de uitkomst van de bezwaarprocedure moet worden afgewacht, moeten dus wel goede redenen aanwezig zijn. Een voorlopige voorziening heeft – zoals de term al zegt – het karakter van een tussenmaatregel, in afwachting van de beslissing in bodemzaak. In dit geval is dat de beslissing van de burgemeester op het bezwaar van verzoekers. De beoordeling die de voorzieningenrechter maakt, is dus voorlopig van aard. Dat betekent dat als de rechtbank later, in een eventuele beroepsprocedure bij de rechtbank, een uitspraak doet, zij anders over de zaak mag oordelen dan de voorzieningenrechter nu.
4.1.
De voorzieningenrechter beoordeelt eerst of het verzoek om een voorlopige voorziening overduidelijk geen spoedeisend belang heeft, dan wel of de belangen van de verzoekende partij overduidelijk zo weinig worden aangetast door de uitvoering van het besluit, dat het treffen van een voorlopige voorziening niet passend zou zijn. Met andere woorden: als iemand geen (spoedeisend of ander) belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening, moet het verzoek alleen daarom al worden afgewezen en beoordeelt de voorzieningenrechter verder niet of het besluit wel of niet rechtmatig is.
4.2.
In het andere geval, dus als niet vaststaat dat de verzoekende partij geen (spoedeisend) belang heeft bij het treffen van de voorlopige voorziening, zal de voorzieningenrechter kijken of een voorlopig oordeel is te geven over de rechtmatigheid van het besluit. Daarbij geldt dat er geen reden is om een voorlopige voorziening te treffen als het besluit overduidelijk rechtmatig is. Andersom geldt dat die reden er wel is als het besluit overduidelijk
onrechtmatig is. Dat zijn de twee uitersten. Meestal gaat het echter om een tussencategorie. Bijvoorbeeld als op het besluit wel wat valt af te dingen, als de rechtmatigheid of onrechtmatigheid van het besluit niet klip en klaar is, of als de rechtmatigheid niet zonder diepgravend onderzoek kan worden beoordeeld. Bij zo’n tussencategorie moet de voorzieningenrechter een belangenafweging maken. Een belangenafweging kan ook nodig zijn als de voorzieningenrechter erg snel een uitspraak moet doen.
4.4.
De voorzieningenrechter betrekt bij die belangenafweging met name:
  • in hoeverre duidelijk is dat (en in hoeverre valt te beoordelen of) aan het besluit een gebrek kleeft;
  • in hoeverre dat gebrek naar verwachting te herstellen valt in de beslissing op bezwaar;
  • of er een onomkeerbare situatie ontstaat als de gevraagde voorlopige voorziening wel of niet getroffen wordt;
  • hoe groot de mate van spoedeisendheid is.
4.5.
Bij zo’n belangenafweging moeten alle belangen – voor én tegen – worden afgewogen. Daarbij geldt dat als de belangen aan de ene kant groot zijn, de belangen aan de andere kant ook groot moeten zijn om daar tegenop te kunnen wegen.
4.6.
Tot zover het toetsingskader.
De beoordeling
5. De voorzieningenrechter vindt het duidelijk dat verzoekers een spoedeisend belang hebben, omdat de supporters van FC Den Bosch op vrijdag 6 februari 2026 niet bij de wedstrijd tegen Helmond Sport aanwezig mogen zijn als het besluit (voorlopig) rechtmatig wordt gevonden. Daarom zal de voorzieningenrechter nu de rechtmatigheid van het bestreden besluit beoordelen.
6. De burgemeester heeft erop gewezen dat er vanaf het seizoen 2021-2022, telkens als er
supporters van FC Den Bosch aanwezig waren bij een wedstrijd tegen Helmond Sport, ongeregeldheden waren. Ook gelet op (het patroon van) openbare ordeverstoringen door supporters van FC Den Bosch in de afgelopen twee voetbalseizoenen, vindt de burgemeester het een reëel scenario dat de openbare orde en veiligheid in het stadion en/of in de onmiddellijke nabijheid daarvan ook nu weer zal worden verstoord. Daarom vindt de burgemeester het nodig om de drie aanvullende voorschriften aan de voetbalvergunning van Helmond Sport te verbinden.
6.1.
Verzoekers zijn het daar niet mee eens. Zij wijzen erop dat het besluit pas zeer kort
geleden – 10 dagen voor de wedstrijd – bekend is gemaakt, waardoor zij geen zienswijze meer konden indienen. De burgemeester had het besluit veel eerder bekend kunnen maken, omdat bij het besluit feiten en omstandigheden vanaf 2021 zijn betrokken en er kortgeleden ook nog een winterstop is geweest. Verzoekers werden nu verrast door het besluit en de burgemeester frustreert op deze manier de bezwaarprocedure. Verder is het niet duidelijk waarom het besluit is genomen, omdat de daarin opgenomen stellingen niet zijn toegelicht of onderbouwd. Ook blijkt niet waarom het besluit noodzakelijk, proportioneel en evenredig zou zijn. Tot slot blijkt niet of en, zo ja, welke alternatieven zijn overwogen, welke bronnen zijn geraadpleegd en welke informatie bij het besluit is betrokken. Daarom vinden verzoekers dat het besluit niet zorgvuldig is voorbereid en niet genomen had mogen worden.
6.2.
De voorzieningenrechter stelt allereerst vast dat tijdens de zitting is komen vast te staan
dat het bestreden besluit is gebaseerd op de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Helmond, en dan met name op paragraaf 2 “Welke regels gelden er voor wedstrijden betaald voetbal?”. Ook heeft de burgemeester het landelijk beleid uit het “Handelingskader aanpak ongeregeldheden rondom betaald voetbalwedstrijden voor gemeenten” (hierna: Handelingskader) toegepast.
6.3.
De burgemeester heeft ter motivering van het bestreden besluit verwezen naar een bestuurlijke rapportage van de politie van 11 december 2024 en een (aanvullend) memo daarop van de politie van 23 januari 2026 (hierna samen: bestuurlijke rapportage). Daarin staat het volgende:
bestuurlijke rapportage
“(…)
  • Op vrijdag 06 december 2024 werd er na afloop van de wedstrijd Helmond Sport - FC Den Bosch door supporters van FC Den Bosch onderling gevochten op het uitvak in het stadion van Helmond Sport. Hierbij waren ongeveer 10 FC Den Bosch supporters betrokken.
  • Op vrijdag 06 december 2024 werd er door FC Den Bosch geen gevolg gegeven aan de instapprocedure van de supportersbussen. Supporters stapten, ondanks dat zij gesommeerd werden door hun eigen stewards om in de bussen te stappen, niet in de bussen. Supporters bleven massaal buiten de bussen staan.
  • Op vrijdag 06 december 2024 duwden FC Den Bosch supporters enkele stewards van Helmond Sport fysiek aan de kant om een aanval te plegen in de richting van Helmond Sport supporters. Stewards van Helmond Sport dienden hierdoor zich terug te trekken omdat zij zich niet veilig voelden en er een dreigende situatie ontstond.
  • Enkele supporters van FC Den Bosch bedekten het gezicht met gezicht bedekkende kleding zodat zij niet herkend konden worden.
  • Na deze wedstrijd en tijdens de instapprocedure van de supportersbussen trachtte een groep van ongeveer 40 FC Den Bosch supporters 2 toegangshekken van het stadion te forceren, om zo weer toegang te krijgen tot het stadion en het gedeelte van het stadion alwaar zich op dat moment Helmond Sport supporters bevonden.
  • Na deze wedstrijd werd er door FC Den Bosch supporters onderling gevochten op de busremise. Bij deze vechtpartij was een grote groep FC Den Bosch supporters betrokken.
Als gevolg van deze vechtpartij en verstoring van de openbare orde op de busremise van het Helmond Sportstadion, was de politie genoodzaakt om een sectie van de Mobiele Eenheid in te zetten. Door deze ME inzet kon de openbare orde weer worden hersteld. Na deze openbare ordeverstoring en gezien het feit dat er kennelijk sprake was van een onderling conflict tussen FC Den Bosch supporters werden alle supporters bussen onder politiebegeleiding richting Den Bosch gebracht.
(aanvullende) memo
“(…)

Op 18 januari 2025 de wedstrijd MVV - FC Den Bosch
Door supporters van FC Den Bosch werd veel bier op het veld gegooid

Op 7 februari 2025 de wedstrijd de Graafschap - FC Emmen (lees: FD Den Bosch)
Door de burgemeester van Doetinchem werd een noodbevel gegeven waarop twee supportersbussen van FC Den Bosch zijn teruggestuurd. Tijdens de wedstrijd was er onrust tussen supporters van de Graafschap en FC Den Bosch. Er is over en weer met spullen gegooid, door supporters van FC Den Bosch werd tevens met stoelen gegooid.

Op 14 april 2025 de wedstrijd FC Dordrecht - FC Den Bosch
Door supporters van FC Den Bosch werd bier op het veld gegooid en werd er werd er een stoel in de richting van een speler gegooid. De wedstrijd werd stilgelegd. Ook werden er stoelen richting de politie gegooid. Door de Mobiele Eenheid werd een charge uitgevoerd in het uitvak.

Op 9 mei 2025 de wedstrijd Vitesse - FC Den Bosch
Er zijn veel provocaties tussen het uitvak en het thuisvak. Supporters van FC Den Bosch zijn over de lexaanwand heen geklommen. Bij de uitstroom was er een grote inzet van de politie nodig om incidenten rondom de bussluis te voorkomen.

Op 16 mei 2025 de wedstrijd SC Cambuur - FC Den Bosch
Bij de uitstroom provocaties vanuit de supporters van FC Den Bosch. Er werd onder andere een hekwerk vernield en er werd met voorwerpen gegooid.

Op 23 mei 2025 de wedstrijd Telstar - FC Den Bosch
Na een veldbestorming door supporters van Telstar vond er een confrontatie plaats tussen de supporters van Telstar en FC Den Bosch. Er werd door supporters van FC Den Bosch geweld gebruikt dat bestond uit trappen en slaan met broekriemen. Ook de supporters van FC Den Bosch hebben vanuit het uitvak het veld betreden.

Op 1 september 2025 de wedstrijd FC Emmen - FC Den Bosch
Supporters van FC Den Bosch op de thuisvakken van FC Emmen

Op 6 oktober 2025 de wedstrijd Vitesse - FC Den Bosch
Veel provocaties tussen uit- en thuispubliek. Er werden voorwerpen over de lexaanwand
gegooid.

Op 25 oktober 2025 de wedstrijd ADO Den Haag - FC Den Bosch
Vernielingen in het uitvak door supporters van FC Den Bosch. Veel provocaties onderling. Inzet ME om supporters van ADO Den Haag weg te krijgen bij de bussluis.

Op 24 november 2025 Jong FC Utrecht - FC Den Bosch
Vernielingen in het uitvak door supporters van FC Den Bosch.
Ook bij thuiswedstrijden van FC Den Bosch hebben zich verschillende incidenten voorgedaan:

Op 12 september 2025 werd door supporters van FC Den Bosch in de wedstrijd tegen FC
Dordrecht vuurwerk in het uitvak gegooid.

Op 3 oktober 2025 hebben supporters van FC Den Bosch bij de wedstrijd tegen RKC Waalwijk vuurwerk afgestoken waarbij gezicht bedekkende kleding gedragen werd.

Op 28 oktober 2025 hebben supporters van FC Den Bosch in de bekerwedstrijd tegen ADO Den Haag het veld betreden, kennelijk met het doel om de confrontatie met supporters van ADO Den Haag aan te gaan. Hierbij droegen de supporters van FC Den Bosch gezicht bedekende kleding. De Mobiele Eenheid van de politie heeft in het stadion moeten optreden om de openbare orde te herstellen.
Naar aanleiding van de ongeregeldheden tussen supporters van ADO Den Haag en FC Den Bosch is de situatie besproken in de lokale Vierhoek waarbij de gemeenten Den Bosch en Den Haag, beide voetbalclubs, de politie en het Openbaar Ministerie vertegenwoordigd waren. Op basis van deze evaluatie hebben beide clubs besloten de wedstrijden tussen ADO Den Haag en FC Den Bosch in het huidige seizoen en de twee daaropvolgende seizoenen zonder uitpubliek te spelen.
Feitelijk ontstonden in Helmond telkenmale bij aanwezigheid van supporters van FC Den Bosch vanaf het seizoen 2021-2022 ongeregeldheden, welke straf hier ook aan vooraf ging in voorgaande edities. Gezien deze openbare ordeverstoringen in het verleden gepleegd door supporters van FC Den Bosch en het patroon van verstoren van de openbare orde door supporters van FC Den Bosch in het huidige voetbalseizoen verzoeken wij de gezagsdriehoek ook de komende wedstrijd tussen Helmond Sport en FC Den Bosch, gepland op 6 februari 2026, zonder uitpubliek te laten plaatsvinden.
Mocht de burgemeester het besluit baseren op de bestuurlijke rapportage?
7. De voorzieningenrechter wijst er allereerst op dat uit vaste rechtspraak [1] van de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat de burgemeester in beginsel van de juistheid van een bestuurlijke rapportage mag uitgaan. Uit die rapportage moet dan wel op objectieve, onpartijdige en inzichtelijke wijze blijken welke feiten en omstandigheden aan de conclusie in de bestuurlijke rapportage ten grondslag zijn gelegd, en deze conclusie mag – zonder nadere toelichting – niet onbegrijpelijk zijn. Als de betrokkene concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van de bestuurlijke rapportage naar voren heeft gebracht, dan mag de burgemeester niet meer van de juistheid van de rapportage uitgaan.
7.1.
Verzoekers hebben tijdens de zitting gezegd dat zij vinden dat er aanknopingspunten
zijn om aan de bestuurlijke rapportage te twijfelen. Volgens hen kunnen alle daarin vermelde incidenten worden genuanceerd. Ze hebben daarbij als voorbeeld genoemd het incident tijdens de wedstrijd MVV - FC Den Bosch op 18 januari 2025. Daarover hebben ze gezegd dat er 400 supporters van FC Den Bosch aanwezig waren en er maar drie bekers bier op het veld zijn gegooid. Verder hebben ze als nuancering naar voren gebracht dat er tijdens de wedstrijd Jong FC Utrecht - FC Den Bosch op 24 november 2025 180 supporters van FC Den Bosch aanwezig waren en slechts één jongen van 16 jaar tegen een bord heeft geschopt dat daardoor is vernield. Als nuancering van de gevechten tussen supporters van FC Den Bosch onderling rondom de wedstrijd tegen Helmond Sport op 6 december 2024, hebben verzoekers toegelicht dat deze gevechten hun oorsprong vonden in wrijving tussen verschillende generaties van FC Den Bosch-supporters. Hierbij wijzen zij erop dat de aanklager betaald voetbal van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (hierna: aanklager) heeft besloten deze zaak te seponeren. Datzelfde geldt voor de zaak over de gewelddadigheden tijdens de wedstrijd van FC Den Bosch tegen FC Den Haag op 28 oktober 2025, ook die zaak heeft de aanklager geseponeerd. Dit laatste sepot wordt door verzoekers ook als nuancering naar voren gebracht. Tot slot hebben verzoekers nog gezegd dat zij camerabeelden van bepaalde incidenten hebben bekeken. Daaruit komt volgens hen een ander beeld naar voren dan wat uit de informatie van de politie blijkt.
7.2.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de niet onderbouwde nuanceringen van de
hier voor vermelde vier incidenten, onvoldoende zijn om te oordelen dat de burgemeester bij het nemen van het bestreden besluit niet van de informatie van de politie mocht uitgaan.
De burgemeester mocht het besluit daarom baseren op de bestuurlijke rapportage. Overigens is ook van belang dat er naast de vier incidenten waarop verzoekers nuanceringen hebben aangebracht, nog 10 andere incidenten overblijven. De grond slaagt niet.
Is het besluit voldoende zorgvuldig voorbereid?
8. Verzoekers hebben erop gewezen dat het bestreden besluit pas 10 dagen voor de
wedstrijd bekend is gemaakt. De burgemeester had het bestreden besluit veel eerder aan verzoekers bekend kunnen maken, aangezien hij daarbij feiten en omstandigheden vanaf 2021 heeft betrokken en er kortgeleden ook nog een winterstop is geweest. Door pas zo laat een besluit te nemen, konden verzoekers geen zienswijze meer indienen en frustreert de burgemeester volgens hen de bezwaarprocedure. Het besluit is volgens verzoekers daarom niet zorgvuldig voorbereid.
8.1.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de besluitvorming in dit geval niet
helemaal volgens de regels uit het Handelingskader is verlopen. In paragraaf 3.2 van het Handelingskader is namelijk het volgende bepaald:

Elke wedstrijd dient onder regie van de gemeente operationeel of ambtelijk voorbesproken
te worden met vertegenwoordigers van BVO, Politie en Gemeente. Gebruik van een format
verdient de aanbeveling. Daarin moeten in ieder geval de genoemde vergunningseisen staan
en wordt de laatste informatie (aantal bezoekers, informatie politie, specifieke maatregelen)
besproken en vastgelegd.
Uiterlijk 6 weken voorafgaande aan een wedstrijd (dan wel z.s.m. indien het gaat om later
vastgestelde wedstrijden) vindt er overleg plaats tussen betrokken BVO’s, politie, SLO en
eventueel supportersverenigingen. Daarbij gemaakte afspraken worden vastgelegd in het
KW en komen aan de orde in het operationeel of ambtelijk overleg, waar dan ook de
gemeente bij zal aansluiten. In dit operationele of ambtelijk overleg kunnen ook aanvullende
maatregelen of afspraken worden gemaakt (bv. geen alcohol in uitvak).
8.2.
Tijdens de zitting heeft de veiligheidscoördinator van FC Den Bosch uitgelegd dat het in
de praktijk gebruikelijk is dat de veiligheidscoördinator het overleg van 6 weken voor de wedstrijd (hierna: 6 wekenoverleg) initieert. Dat overleg kan in een uitzonderingsgeval – bijvoorbeeld bij ziekte van een deelnemer – ook wel eens pas 5 weken voor de wedstrijd plaatsvinden, maar nooit later. In dit geval is vanwege de kerstvakantie geen 6 wekenoverleg gepland. De veiligheidscoördinator van FC Den Bosch heeft vervolgens contact opgenomen met Helmond Sport, maar kreeg daar geen gehoor om een overleg in te plannen. Uiteindelijk heeft het “6 wekenoverleg” pas op 14 januari 2026 plaatsgevonden.
8.3.
De voorzieningenrechter stelt vast dat niet in geschil is dat niet uiterlijk 6 weken
voorafgaand aan de wedstrijd Helmond Sport – FC Den Bosch van 6 februari 2026 overleg heeft plaatsgevonden tussen de betrokken BVO’s, politie, SLO en eventueel supporters-verenigingen. Volgens het Handelingskader ligt de regie bij de gemeente. Maar gelet op de toelichting van de veiligheidscoördinator tijdens de zitting over de gebruikelijke gang van zaken bij het plannen van een 6 wekenoverleg, hebben naast de gemeente Helmond ook anderen daarbij een verantwoordelijkheid. Dus moet worden geconcludeerd dat naast de gemeente ook anderen er de hand in hebben gehad dat het overleg pas (veel) later dan 6 weken voor de betreffende wedstrijd heeft plaatsgevonden. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter in dit geval geen aanleiding om het bestreden besluit vanwege overschrijding van de – niet fatale – 6 wekentermijn, onrechtmatig te achten. Daarbij wijst de voorzieningenrechter erop dat een voorlopige voorzieningprocedure juist is bedoeld voor een geval als dit, waarin er maar weinig tijd is om een bezwaarprocedure in zijn geheel te doorlopen. In deze voorlopige voorzieningsprocedure hebben verzoekers tot op de zitting de gelegenheid gehad om hun standpunt naar voren te brengen en dat zo mogelijk te onderbouwen met stukken of anderszins, bijvoorbeeld door overleggen van camerabeelden waar verzoekers over stellen te beschikken. Hiervan hebben verzoekers geen gebruik gemaakt. Verzoekers hebben veel dingen gesteld, maar deze niet onderbouwd. Er zijn wel twee stukken overgelegd waarmee verzoekers hebben onderbouwd dat de aanklager de zaken over de incidenten op 6 december 2024 en 28 oktober 2025 heeft geseponeerd. Hierover merkt de voorzieningenrechter echter op dat niet bekend is waarom de zaken zijn geseponeerd. Bovendien wil een seponering niet zeggen dat de voorzieningenrechter aan de feiten en omstandigheden die aan die incidenten ten grondslag hebben gelegen geen enkele waarde mag hechten. De grond slaagt niet.
Heeft de burgemeester de aanvullende voorschriften mogen stellen?
9. In het Handelingskader staat in paragraaf 4 “collectieve misdragingen supporters”
onder het kopje “Relatie met openbare orde” staat het volgende:

De burgemeester die de maatregel neemt moet kunnen onderbouwen dat de eerdere (openbare) ordeverstoring risico geeft op een herhaalde verstoring van de openbare orde in de eigen gemeente. Dit zal makkelijker zijn voor de eerstvolgende wedstrijd tegen dezelfde tegenstander dan voor een volgende wedstrijd tegen een andere club met een andere aanhang. Tenzij aangetoond kan worden dat er een patroon is van ordeverstoringen door de desbetreffende supportersaanhang die los staat van tegen welke tegenstander wordt gespeeld.
9.1.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester met verwijzing naar de
bestuurlijke rapportage voldoende heeft aangetoond dat er sprake is van een patroon van ordeverstoringen dat losstaat van tegen welke tegenstander wordt gespeeld. Daarom heeft de burgemeester in het belang van de openbare orde, de veiligheid en/of de volksgezondheid voor de wedstrijd op 6 februari 2026 tussen Helmond Sport en FC Den Bosch, de bij punt 3.3 vermelde nadere voorschriften aan de voetbalvergunning van Helmond Sport mogen verbinden. Deze grond slaagt ook niet.
Belangenafweging
10. De voorzieningenrechter vindt dat de besluitvorming van de zijde van de burgemeester in
deze zaak niet de schoonheidsprijs verdient. De gemeente Helmond zal in het vervolg meer de regie moeten nemen, zodat er op tijd een overleg wordt gepland om zo te voorkomen dat (supporters van) voetbalclubs voor het blok worden gezet. Daarentegen kan, zoals hiervoor ook is uitgelegd, niet worden gezegd dat de gang van zaken enkel aan de gemeente is te wijten. Daarom vindt de voorzieningenrechter dat het bestreden besluit in de hiervoor bij punt 4.2 bedoelde tussencategorie valt. Omdat de voorzieningenrechter daarnaast ook nog erg snel een uitspraak moet doen, zal zij een belangenafweging maken.
10.1.
De voorzieningenrechter begrijpt dat het heel erg vervelend is voor de supporters van FC Den Bosch dat zij niet bij de wedstrijd aanwezig mogen zijn. Zeker omdat, zo heeft mevrouw [naam] namens de supportsvereniging tijdens de zitting duidelijk verwoord, voetbal voor veel supporters hun leven is. De voorzieningenrechter ziet verder ook in dat hierdoor de situatie ontstaat dat ook supporters die geen aandeel hebben gehad in ongeregeldheden, worden geraakt. Maar de voorzieningenrechter kan er niet omheen dat er de laatste twee voetbalseizoenen behoorlijk wat (ernstige) incidenten zijn voorgevallen bij wedstrijden waarbij supporters van FC Den Bosch aanwezig waren en waaruit een patroon van ordeverstoringen blijkt.
10.2.
Gelet op alle bij het bestreden besluit betrokken belangen zowel verzoekers als de
burgemeester, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van de burgemeester om een reële kans op verstoring van de openbare orde door supporters van FC Den Bosch te voorkomen, erg zwaar weegt. Het belang van verzoekers om te bewerkstellingen dat er – volgens verzoekers – 390 supporters van FC Den Bosch aanwezig mogen zijn bij de wedstrijd tegen Helmond Sport op 6 februari 2026, weegt daar onvoldoende tegenop. Daarom valt de belangenafweging in dit geval uit in het voordeel van de burgemeester.

Conclusie en gevolgen

11. De burgemeester heeft de drie bij punt 3.3 van deze uitspraak genoemden voorschriften
aan de voetbalvergunning van Helmond Sport mogen verbinden.
11.1.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening daarom af.
Dat betekent dat er op vrijdag 6 februari 2026 geen supporters van FC Den Bosch bij de wedstrijd tussen Helmond Sport en FC Den Bosch aanwezig mogen zijn.
11.2.
Voor terugbetaling van het betaalde griffierecht en een vergoeding van de proceskosten ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Lie, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.L.M.M. Mulders, griffier. De griffier heeft de beslissing op 4 februari 2026 om ongeveer 10.00 uur telefonisch doorgegeven aan de gemachtigden van partijen.
griffier
De voorzieningenrechter is niet in de
gelegenheid deze uitspraak te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen (hoger) beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Vergelijk de uitspraak van 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5184