ECLI:NL:RBOBR:2026:879

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
01.282263.25
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 57 SrArt. 63 SrArt. 310 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor 19 winkeldiefstallen met gevangenisstraf en schadevergoedingen

De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte op 10 februari 2026 veroordeeld voor 19 winkeldiefstallen gepleegd tussen april en oktober 2025 in Helmond, Aarle-Rixtel en Bakel. De rechtbank sprak verdachte vrij van de diefstal van bier op 4 september 2025 wegens onvoldoende bewijs.

De bewezenverklaring is gebaseerd op diverse proces-verbalen van aangifte, bevindingen en herkenningen door opsporingsambtenaren. Verdachte heeft bekend en verklaard de diefstallen te hebben gepleegd om zijn verslaving te bekostigen. De rechtbank hield rekening met zijn berouw en toekomstplannen, maar ook met zijn recidive en eerdere veroordelingen, waardoor een grotendeels voorwaardelijke straf niet passend werd geacht.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast werden schadevergoedingen toegewezen aan verschillende benadeelde partijen, variërend van enkele tientallen tot enkele honderden euro's, vermeerderd met wettelijke rente. Voor sommige vorderingen werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan bevoegdheid of onvoldoende onderbouwing. De rechtbank legde tevens schadevergoedingsmaatregelen op en bepaalde dat betaling aan de Staat of aan de benadeelde partij elkaar vervangt.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf en betaling van schadevergoedingen voor 19 winkeldiefstallen, met één gedeeltelijke vrijspraak.

Uitspraak

M,vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummers: 01.282263.25 en 01.253160.25 (ter terechtzitting gevoegd)
Datum uitspraak: 10 februari 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1987] ,
gedetineerd te: PI Vught, Vosseveld 2 HvB Regulier.
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 27 januari 2026.
Op deze zitting heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 23 december 2025.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
T.a.v. 01.282263.25 feit 1:
hij in of omstreeks de periode van 27 april 2025 tot en met 10 oktober 2025 te Helmond , althans in Nederland,
- op 27 april 2025 parfum, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] ( [adres 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), en/of
- op 16 mei 2025 parfum, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] ( [adres 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), en/of
- op 23 mei 2025 parfum, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] ( [adres 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), en/of
- op 4 augustus 2025 een douchethermostaat, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [betrokkene 3] ( [adres 2] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), en/of
- op 11 augustus 2025 waspods, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] ( [adres 2] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), en/of
- op 13 augustus 2025 waspods, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] ( [adres 2] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), en/of
- op 4 september 2025 bier en/of koffie, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] ( [adres 2] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), en/of
- op 4 september 2025 een bouwpakket robotime flower bouquet, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [betrokkene 2] ( [adres 2] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), en/of
- op 10 oktober 2025 een sonoro internetradio, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] ( [adres 2] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

T.a.v. 01.282263.25 feit 2:
hij in of omstreeks de periode van 23 september 2025 tot en met 13 oktober 2025 te Aarle-Rixtel en/of Helmond , althans in Nederland,
- op 23 september 2025 koffie, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 6] ( Aarle-Rixtel ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), en/of
- op 25 september 2025 koffie, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 6] ( Aarle-Rixtel ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), en/of
- op 8 oktober 2025 koffie, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] ( Aarle-Rixtel ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), en/of
- op 11 oktober 2025 scheerapparaten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] ( Aarle-Rixtel ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), en/of
- op 11 oktober 2025 whisky, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] ( Helmond ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), en/of
- op 13 oktober 2025 whisky, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] ( Helmond ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

T.a.v. 01.253160.25 feit 1:
hij op of omstreeks 21 april 2025 te Helmond , een of meerdere parfums, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] ( [adres 3] te Helmond ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
T.a.v. 01.253160.25 feit 2:
hij op of omstreeks 25 april 2025 te Helmond , een of meerdere parfums, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] ( [adres 3] te Helmond ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
T.a.v. 01.253160.25 feit 3:
hij op of omstreeks 28 mei 2025 te Bakel , gemeente Gemert - Bakel , een of meerdere scheerapparaten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] ( [adres 4] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
T.a.v. 01.253160.25 feit 4:
hij op of omstreeks 30 mei 2025 te Helmond , een of meerdere parfums, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 1] ., in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsvraag.

Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om tot een bewezenverklaring te komen van alle aan verdachte ten laste gelegde winkeldiefstallen, met uitzondering van het bier genoemd bij de winkeldiefstal bij de [slachtoffer 5] ( [adres 2] te Helmond ) op 4 september 2025 waarvan verdachte kan worden vrijgesproken.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank.
Partiële vrijspraak.
Naar het oordeel van de rechtbank is op basis van de bewijsmiddelen niet vast komen te staan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van bier op 4 september 2025 bij de [slachtoffer 5] in Helmond . De rechtbank spreekt verdachte partieel vrij ten aanzien van het bier.
De bewijsmiddelen.
Gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, volstaat de rechtbank met een opsomming van de bewijsmiddelen.
1. De (bekennende) verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 27 januari 2026.
Ten aanzien van 01.282263.25 feit 1: [1]
-
Diefstallen [slachtoffer 3] 27 april 2025 – 23 mei 2025:
2. Een proces-verbaal aangifte, van 28 mei 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 1] , pag. 96-99;
3. Een proces-verbaal van bevindingen, van 23 oktober 2025, opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant 2] , pag. 108-111;
4. Een proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar, van 18 september 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 3] , pag. 101;
-
Diefstal [betrokkene 3] 4 augustus 2025:
5. Een proces-verbaal van aangifte, van 4 augustus 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 4] , pag. 116-118;
6. Een proces-verbaal van bevindingen, van 21 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 5] , pag. 138;
7. Een proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar, van 8 augustus 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 6] , pag. 141;
-
Diefstallen [slachtoffer 4] 11 augustus 2025 – 13 augustus 2025:
8. Een proces-verbaal aangifte, van 22 augustus 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 7] , pag. 144-145;
9. Een proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever, van 22 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 8] , pag. 149;
10. Een proces-verbaal van bevindingen, van 22 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 8] , pag. 155-157;
11. Een proces-verbaal van bevindingen, van 13 augustus 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 9] , pag. 161;
-
Diefstal [slachtoffer 5] 4 september 2025:
12. Een proces-verbaal van aangifte, van 4 september 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 9] , pag. 71-73;
12. Een proces-verbaal van bevindingen, van 10 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 10] , pag. 84-85;
12. Een proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar, van 22 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 11] , pag. 87-88;
-
Diefstal [betrokkene 2] 4 september 2025:
15. Een proces-verbaal aangifte, van 5 september 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 12] , pag. 169-170;
15. Een proces-verbaal van bevindingen, van 23 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 10] , pag. 176-177;
15. Een proces-verbaal van bevindingen, van 12 september 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 9] , pag. 179;
- Diefstal [slachtoffer 2] Helmond 10 oktober 2025:
18. Een proces-verbaal aangifte, van 11 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 13] , pag. 187;
18. Een proces-verbaal van bevindingen, van 21 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 5] , pag. 194-195;
18. Een proces-verbaal van bevindingen, van 14 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 14] , pag. 197;
Ten aanzien van 01.282263.25 feit 2: [2]
-
Diefstallen [slachtoffer 6] 23 september 2025 – 25 september 2025:
21. Een proces-verbaal aangifte, van 24 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 15] , pag. 206-207;
21. Een proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever, van 27 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 16] , pag. 209-210;
21. Een proces-verbaal van bevindingen, van 28 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 17] , pag. 212-213;
21. Een proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar, van 29 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 18] , pag. 215-216;
- Diefstallen [slachtoffer 7] 8 oktober 2025 – 11 oktober 2025:
25. Een proces-verbaal aangifte, van 27 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 16] , pag. 223;
25. Een proces-verbaal van bevindingen, van 24 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 18] , pag. 227-229;
25. Een proces-verbaal aangifte, van 27 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 16] , pag. 233;
25. Een proces-verbaal van bevindingen, van 1 december 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 18] , pag. 237-238;
- Diefstallen [slachtoffer 1] 11 oktober 2025 – 13 oktober 2025:
29. Een proces-verbaal aangifte, van 21 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 7] , pag. 242-243;
29. Een proces-verbaal van bevindingen, van 24 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 18] , pag. 246-248;
29. Een proces-verbaal aangifte, van 21 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 7] , pag. 252-253;
29. Een proces-verbaal van bevindingen, van 24 oktober 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 18] , pag. 256-258;
Ten aanzien van 01.253160.25: [3]
- Feit 1:
33. Een proces-verbaal aangifte, van 2 mei 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 19] , pag. 35;
33. Een proces-verbaal van bevindingen, van 26 april 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 19] , pag. 41;
33. Een proces-verbaal van bevindingen, van 2 juni 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 20] , pag. 44-45;
- Feit 2:
36. Een proces-verbaal aangifte, van 28 mei 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 21] , pag. 47-48;
36. Een proces-verbaal van bevindingen, van 13 juni 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 19] , pag. 50;
- Feit 3:
38. Een proces-verbaal aangifte, van 4 juni 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 22] , pag. 62-63;
38. Een proces-verbaal van bevindingen, van 5 juni 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 23] , pag. 66;
38. Een proces-verbaal van bevindingen, van 6 juni 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 9] , pag. 68;
- Feit 4:
41. Een proces-verbaal aangifte, van 30 mei 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisant [verbalisant 24] , pag. 72-73;
41. Een proces-verbaal van bevindingen, van 30 mei 2025, opgemaakt en digitaal ondertekend door verbalisanten [verbalisant 25] en [verbalisant 24] , pag. 81.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven opgesomde bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte
T.a.v. 01.282263.25 feit 1:
in de periode van 27 april 2025 tot en met 10 oktober 2025 te Helmond ,
- op 27 april 2025 parfum, dat aan [slachtoffer 3] ( [adres 1] , toebehoorde, en
- op 16 mei 2025 parfum, dat aan [slachtoffer 3] ( [adres 1] , toebehoorde, en
- op 23 mei 2025 parfum, dat aan [slachtoffer 3] ( [adres 1] , toebehoorde, en
- op 4 augustus 2025 een douchethermostaat, die aan [betrokkene 3] ( [adres 2] ), toebehoorde, en
- op 11 augustus 2025 waspods, die aan [slachtoffer 4] ( [adres 2] ), toebehoorde, en
- op 13 augustus 2025 waspods, die aan [slachtoffer 4] ( [adres 2] ), toebehoorde, en
- op 4 september 2025 koffie die aan [slachtoffer 5] ( [adres 2] ), toebehoorde, en
- op 4 september 2025 een bouwpakket robotime flower bouquet dat aan [betrokkene 2] ( [adres 2] ), toebehoorde, en
- op 10 oktober 2025 een sonoro internetradio, die aan [slachtoffer 2] ( [adres 2] ), toebehoorde

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

T.a.v. 01.282263.25 feit 2:
in de periode van 23 september 2025 tot en met 13 oktober 2025 te Aarle-Rixtel en/of Helmond ,
- op 23 september 2025 koffie, die aan [slachtoffer 6] ( Aarle-Rixtel ), toebehoorden, en
- op 25 september 2025 koffie, die aan [slachtoffer 6] ( Aarle-Rixtel ), toebehoorde, en
- op 8 oktober 2025 koffie, die aan [slachtoffer 7] ( Aarle-Rixtel ), toebehoorde, en
- op 11 oktober 2025 scheerapparaten die aan [slachtoffer 7] ( Aarle-Rixtel ), toebehoorden, en
- op 11 oktober 2025 whisky, die aan [slachtoffer 1] ( Helmond ), toebehoorde, en
- op 13 oktober 2025 whisky, die aan [slachtoffer 1] ( Helmond ), toebehoorde

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

T.a.v. 01.253160.25 feit 1:
op 21 april 2025 te Helmond , parfums, die aan [slachtoffer 7] ( [adres 3] te Helmond ), toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
T.a.v. 01.253160.25 feit 2:
op 25 april 2025 te Helmond , parfums, die aan [slachtoffer 7] ( [adres 3] te Helmond ), toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
T.a.v. 01.253160.25 feit 3:
op 28 mei 2025 te Bakel , gemeente Gemert - Bakel , scheerapparaten, die aan [slachtoffer 7] ( [adres 4] ), toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
T.a.v. 01.253160.25 feit 4:
op 30 mei 2025 te Helmond , meerdere parfums, die aan [naam 1] ., toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor wat bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft de rechtbank gevorderd om aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van het voorarrest.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft verzocht om een grotendeels voorwaardelijke straf op te leggen en om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan 19 winkeldiefstallen in een korte periode. Hij heeft daarbij steeds dure spullen meegenomen. Diefstallen veroorzaken veel overlast en schade voor de betreffende winkeliers, zoals ook is gebleken uit de toelichting van een van de benadeelde partijen ter terechtzitting. Verdachte heeft hier met zijn handelen geen oog voor gehad en heeft gehandeld uit eigen financieel gewin. Bovendien spreekt uit het handelen van verdachte minachting voor andermans eigendom.
Kijkend naar de persoon van verdachte, houdt de rechtbank rekening met de volgende omstandigheden.
Ter terechtzitting heeft verdachte openheid van zaken gegeven. Hij is eerlijk geweest over de reden dat hij de diefstallen heeft gepleegd, namelijk om zijn verslaving te bekostigen. De aanwezigheid van één van de winkeliers in de zittingszaal, en haar toelichting op zitting, heeft zichtbaar indruk gemaakt op de verdachte en hij heeft ook spijt betuigd aan haar. Die spijt is bij de rechtbank oprecht overgekomen en dit weegt de rechtbank in zijn voordeel mee.
Verdachte heeft aangegeven dat hij zijn leven anders wil gaan invullen en heeft verklaard dat hij een persoonlijk begeleider heeft gevonden die met hem aan de slag wil gaan. Verdachte heeft kortgeleden een kind gekregen en hoopt, samen met zijn vriendin, een andere weg in te slaan en een rol van betekenis in het leven van dit kind te spelen. Ook dit weegt de rechtbank mee.
De rechtbank heeft anderzijds ook gelezen wat er op het Uittreksel Justitiële Documentatie van 15 december 2025 van verdachte staat. Hieruit blijkt dat verdachte veelvuldig is veroordeeld voor soortgelijke delicten, waarbij onvoorwaardelijke gevangenisstraffen en een ISD-maatregel zijn opgelegd. Dat heeft verdachte er niet van weerhouden om wederom, veelvuldig, in de fout te gaan. De rechtbank houdt hiermee rekening in het nadeel van verdachte.
Reclassering Nederland heeft verder aangegeven dat verdachte al meerdere keren onder reclasseringstoezicht heeft gestaan, en dat dit steeds voortijdig negatief is beëindigd. Ook de hulpverlening in het kader van de ISD-maatregel is stopgezet omdat verdachte niet meewerkte. Hoewel verdachte vaker heeft aangegeven gemotiveerd te zijn voor verandering in zijn leven, is een echte gedragsverandering tot op heden niet gelukt. De reclassering schat het risico op recidive in als hoog en stelt geen meerwaarde te zien in een straf met bijzondere voorwaarden.
Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank verder aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. In het geval van winkeldiefstal met veelvuldig recidive wordt in de oriëntatiepunten uitgegaan van 1 maand onvoorwaardelijke gevangenisstraf per winkeldiefstal.
De rechtbank is alles afwegende van oordeel dat een grotendeels voorwaardelijke straf, zoals verzocht door de verdediging, niet aan de orde kan zijn vanwege de eerdere veroordelingen van verdachte, het advies van de Reclassering en de grote hoeveelheid winkeldiefstallen. De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest.
Dat is wel een lichtere straf dan de door de officier van justitie gevorderde straf. De rechtbank is van oordeel dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt en aan de andere kant rekening houdt met de berouwvolle houding en toekomstplannen van verdachte.

De vordering van de benadeelde partij [betrokkene 2] .

Namens [betrokkene 2] is een vordering tot vergoeding van de schade ingediend, bestaande uit € 44,95 aan materiële schade.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft verzocht om de vordering toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en tevens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen aan verdachte.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren nu de schade niet is onderbouwd.
Beoordeling.
De rechtbank overweegt met verwijzing naar het proces-verbaal van bevindingen op pagina 172 van het procesdossier dat de vordering is ingediend door een daartoe bevoegd persoon en dat de hoogte van de vordering is onderbouwd. De rechtbank overweegt eveneens dat het rechtstreekse schade betreft. De rechtbank acht de gehele vordering toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 september 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 september 2025 tot de dag der algehele voldoening.
Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] Helmond .

Namens [slachtoffer 1] Helmond is een vordering tot vergoeding van de schade ingediend, bestaande uit € 225,00 aan materiële schade.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering omdat niet bekend is of de indiener daartoe gemachtigd is en de vordering ook niet is onderbouwd.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft eveneens verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaring in de vordering om dezelfde redenen als de officier van justitie.
Beoordeling.
De rechtbank stelt vast dat de vordering is ingediend door de eigenaresse van [slachtoffer 1] Helmond en verwijst daarvoor naar de aangiften op pagina 242-243 en 252-253 van het dossier. Daaruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank ook de onderbouwing van de hoogte van de vordering. De rechtbank acht de gehele vordering toewijsbaar omdat deze voldoende is onderbouwd en het rechtstreekse schade betreft. De rechtbank vermeerdert de vordering met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2025 tot de dag der algehele voldoening.
Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

Namens [slachtoffer 2] . is een vordering tot vergoeding van de schade ingediend, ter hoogte van € 328,99 aan materiële schade bestaande uit € 249,00 voor de weggenomen internetradio en € 79,99 voor een uur arbeid.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft verzocht om de vordering toe te wijzen omdat deze voldoende is onderbouwd.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft verzocht om de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren in de vordering omdat deze onvoldoende is onderbouwd.
Beoordeling.
De rechtbank overweegt dat de indiener van de vordering bevoegd is gebleken om deze in te dienen namens de benadeelde partij. Voorts stelt de rechtbank vast dat uit het proces-verbaal van bevindingen op pagina 190 de onderbouwing van de hoogte van de vordering ten aanzien van de internetradio blijkt. Dit betreft naar het oordeel van de rechtbank bovendien rechtstreekse schade. De rechtbank wijst de vordering ten aanzien van de internetradio ter hoogte van € 249,00 toe, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren ten aanzien van het uur arbeid omdat de hoogte van dit tarief onvoldoende is onderbouwd en ook vragen oproept bij de rechtbank, voor beantwoording waarvan geen ruimte bestaat in deze procedure. De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2025 tot de dag der algehele voldoening.
Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De vordering van de benadeelde partij [naam 1] .

Namens de benadeelde partij is een vordering tot vergoeding van de schade ingediend. Deze bestaat uit € 356,54 aan materiële schade en € 140,00 aan proceskosten. Ter terechtzitting heeft de benadeelde partij tevens de reiskosten vanaf haar woonadres in Deurne naar de rechtbank voor de behandeling ter terechtzitting gevorderd.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om de vordering volledig toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en daarbij ook de schadevergoedingsmaatregel op te leggen, nu de vordering voldoende is onderbouwd.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft de rechtbank verzocht om de inkoopwaarde van de parfums toe te wijzen in plaats van de verkoopwaarde, en om de proceskosten te matigen.
Beoordeling.
Materiële schade.
Ten aanzien van de gevorderde materiële schade met betrekking tot de parfums overweegt de rechtbank dat in lijn met vaste jurisprudentie de verkoopprijs voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtbank acht deze schadeposten voldoende onderbouwd en dit betreft bovendien rechtstreekse schade. De rechtbank wijst een bedrag van € 334,00 toe, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
Ten aanzien van de reiskosten naar het politiebureau om aangifte te doen overweegt de rechtbank dat deze volgens vaste jurisprudentie niet voor vergoeding in aanmerking komen als materiële schade. Tevens overweegt de rechtbank dat deze kostenpost ook niet voor vergoeding in aanmerking komt als proceskosten omdat daartoe geen grondslag bestaat in het civiele recht. De rechtbank zal deze kosten dan ook afwijzen.
Kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid.
De kosten voor het afvangen van de beelden zullen, gelet op het bepaalde in artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro, worden toegewezen tot een bedrag van € 80,00. Deze kosten zijn gemaakt om de beelden van de winkeldiefstal te bekijken en veilig te stellen en daarmee redelijke kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid.
Proceskosten.
De rechtbank overweegt dat de proceskosten bestaan uit reiskosten voor het bijwonen van de behandeling ter terechtzitting, en uit verletkosten ter hoogte van € 20,00 per uur.
De rechtbank overweegt dat de reiskosten voor vergoeding in aanmerking komen en stelt deze vast op € 29,12 gerekend vanaf het woonadres in Deurne van de eigenaresse van de parfumerie tot aan de rechtbank. De rechtbank overweegt dat de verletkosten ook voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank stelt de verletkosten vast op € 20,00 voor het bijwonen van de zitting.
De rechtbank wijst de reiskosten af voor zover die zijn gevorderd voor het reizen naar de zitting in Eindhoven waarvan benadeelde door het Openbaar Ministerie niet op de hoogte was gesteld dat deze niet door zou gaan. Dat deze kosten zijn gemaakt, kan niet aan verdachte worden toegerekend.
Gelet op het voorgaande wijst de rechtbank € 49,12 toe aan proceskosten.
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2025 tot de dag der algehele voldoening.
Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De vordering van de benadeelde partij [betrokkene 3] .

Namens de benadeelde partij [betrokkene 3] is een vordering tot vergoeding van de schade ingediend bestaande uit € 249,00 aan materiële schade.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering omdat niet is vast te stellen dat de indiener van de vordering daartoe gemachtigd is door de benadeelde partij.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft eveneens verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren en heeft daaraan toegevoegd dat de kosten ook niet zijn onderbouwd.
Beoordeling.
De rechtbank kan – ook op basis van het procesdossier – niet vaststellen dat de vordering is ingediend door een daartoe gemachtigd persoon en verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:
36f, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:
verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
het bewezenverklaarde levert op de
misdrijven:
t.a.v. 01.282263.25 feit 1:
* diefstal, meermalen gepleegd;
t.a.v. 01.282263.25 feit 2:
* diefstal, meermalen gepleegd;
t.a.v. 01.253160.25 feit 1:
* diefstal;
t.a.v. 01.253160.25 feit 2:
* diefstal;
t.a.v. 01.253160.25 feit 3:
* diefstal;
t.a.v. 01.253160.25 feit 4:
* diefstal;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
legt op de volgende
straf:
* een
gevangenisstrafvoor de duur van
12 maanden;
beveelt dat de tijd, die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf;
legt op de volgende
maatregelen:
t.a.v. 01-282263-25 feit 1:
* de
maatregel van schadevergoeding;
legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [betrokkene 2] , van een bedrag van 44,95 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 04 september 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
t.a.v. 01-282263-25 feit 2:
* de
maatregel van schadevergoeding;
legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [betrokkene 1] , van een bedrag van 225,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 2 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
t.a.v. 01-282263-25 feit 1:
* de
maatregel van schadevergoeding;
legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2] ., van een bedrag van 249,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 2 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
t.a.v. 01-253160-25 feit 4:
* de
maatregel van schadevergoeding;
legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [naam 1] , van een bedrag van 414,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 3 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 2] :
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [betrokkene 2] , van een bedrag van 44,95 euro, bestaande uit materiële schade. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 september 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1] :
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [betrokkene 1] , van een bedrag van 225,00 euro, bestaande uit materiële schade. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .:
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 2] ., van een bedrag van 249,00 euro, bestaande uit materiële schade. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen. Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam 1] .:
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [naam 1] ., van een bedrag van 414,00 euro, bestaande uit materiële schade. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op 49,12, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. Wijst de vordering voor het overige af. Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 3] :
bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding. Bepaalt dat de benadeelde partij wordt veroordeeld in de proceskosten van de verdachte, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. G.M. Blanken, voorzitter,
mr. A.C. Palmboom en mr. G.F.A.M. de Graauw, leden,
in tegenwoordigheid van mr. L.A.P.H. Kirkels, griffier,
en is uitgesproken op 10 februari 2026.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Eenheid Oost-Brabant, met BVH-nummer PL2100-2025229287, afgesloten op 4 december 2025, aantal doorgenummerde pagina’s: 264.
2.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Eenheid Oost-Brabant, met BVH-nummer PL2100-2025229287, afgesloten op 4 december 2025, aantal doorgenummerde pagina’s: 264.
3.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Eenheid Oost-Brabant, met BVH-nummer PL2100-20251055775, afgesloten op 10 augustus 2025, aantal doorgenummerde pagina’s: 100.