Verzoekers hebben bij de rechtbank Oost-Brabant een verzoek ingediend tot het instellen van een mentorschap ten behoeve van betrokkene. De procedure omvatte een mondelinge behandeling waarbij betrokkene, verzoekers en diens kinderen aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat verzoekers 1 en 2 niet bevoegd zijn tot het indienen van het verzoek, waardoor zij niet-ontvankelijk zijn. Verzoeker 3 is wel ontvankelijk omdat zij zorg verleent aan betrokkene. Betrokkene heeft een levenstestament waarin een algemene volmacht is gegeven aan zijn echtgenote en, na haar overlijden, aan verzoekers 1 en 2 als gevolmachtigden.
De rechtbank benadrukt dat een levenstestament in beginsel gerespecteerd moet worden en dat mentorschap slechts bij bijzondere omstandigheden kan worden ingesteld. In deze zaak zijn geen bijzondere omstandigheden gebleken die afwijken van het levenstestament rechtvaardigen. Betrokkene woont op een afdeling voor mensen met een syndroom en is tevreden over de gang van zaken. De stiefkinderen ondersteunen hem adequaat.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot instelling van mentorschap af en verklaart verzoekers 1 en 2 niet-ontvankelijk.