AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Benoeming deskundige in huurgeschil over vochtoverlast en lekkages in bedrijfs- en woonruimte
Deze civiele zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurder over vochtoverlast en lekkages in een gehuurde bedrijfsruimte en de daarboven gelegen woonruimte. De kernvraag is of de vochtproblemen als een gebrek in de zin van artikel 7:204 BWPro kunnen worden aangemerkt en wie daarvoor aansprakelijk is.
Eerder heeft de kantonrechter geoordeeld dat een deskundigenonderzoek noodzakelijk is om de oorzaak van de vochtproblematiek vast te stellen. Na twee tussenvonnissen is nu een derde tussenvonnis gewezen waarin de benoeming van een deskundige wordt bevestigd. De deskundige, D. Griek van Humida, is aangewezen om het onderzoek uit te voeren.
De rechtbank stelt het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 2.450,25 inclusief btw, waarbij de kosten gelijkelijk worden verdeeld tussen verhuurder en huurder. Partijen krijgen de gelegenheid om zich na ontvangst van het rapport over de bevindingen uit te laten. Verdere beslissingen worden aangehouden tot het deskundigenrapport is ingediend.
De zaak wordt op 23 april 2026 opnieuw op de rol geplaatst, met mogelijkheden voor voortzetting van de procedure bij niet-betaling van het voorschot of na ontvangst van het rapport. Dit vonnis bouwt voort op eerdere beslissingen en houdt verdere beslissingen aan.
Uitkomst: De rechtbank benoemt een deskundige voor onderzoek naar vochtoverlast en stelt de kostenverdeling vast, waarna verdere beslissingen worden aangehouden.
in de (gevoegde) zaak met zaaknummer 10776507 CV EXPL 23-6614: [1]
[eiser],
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
gemachtigde: mr. I.C.K. Mol,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
gemachtigde: mr. F.P.G.F. de Moel.
[eiser] wordt hierna genoemd: verhuurder.
[gedaagde] wordt verder aangeduid als: huurder.
1.Het vervolg van de procedure
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 16 oktober 2025 en de daarin genoemde processtukken,
de brief van 29 oktober 2025 van de griffier van de rechtbank aan de beoogd deskundige,
de brief (herinnering) van 21 november 2025 van de griffier aan de beoogd deskundige,
e e-mail van 25 november 2025 van de beoogd deskundige aan de griffier,
de e-mail van 27 november 2025 van de griffier aan de gemachtigden van partijen.
1.2
Vervolgens is bepaald dat vonnis wordt gewezen.
2.De verdere beoordeling in conventie en reconventie
Inleiding
2.1.
Deze zaak gaat over vochtoverlast en lekkages in de door huurder van verhuurder gehuurde bedrijfsruimte en de daarboven gelegen woonruimte. De centrale vraag is of de vochtproblematiek in (delen van) het gehuurde is aan te merken als een gebrek in de zin van artikel 7:204 BWPro, en zo ja of dat gebrek voor rekening en risico van verhuurder of huurder komt.
2.2.
In het (eerste) tussenvonnis van 19 juni 2025 heeft de kantonrechter geoordeeld dat het cruciaal is om eerst inzicht te krijgen in de oorzaak of oorzaken van de vochtproblematiek en dat daarvoor onderzoek door een deskundige noodzakelijk is. Daarna is op 16 oktober 2025 een (tweede) tussenvonnis gewezen. In dat tussenvonnis is onder meer bepaald dat een deskundige wordt benoemd en zijn de vragen vastgesteld die aan de deskundige worden voorgelegd. Ook is toen een beslissing genomen over de betaling van het voorschot aan de deskundige.
2.3.
Inmiddels is een deskundige gevonden die het onderzoek kan verrichten. Met dit (derde) tussenvonnis wordt de deskundige benoemd.
Deskundigenonderzoek
2.4.
Per e-mail van 27 november 2025 heeft de griffier van de rechtbank partijen op de hoogte gesteld van de persoon van de deskundige die kantonrechter op het oog heeft, te weten: de heer D. Griek, werkzaam bij Humida in Oostzaan, en van de door hem opgestelde kostenbegroting. Met de e-mail van 27 november 2025 is de e-mail van 25 november 2025 van de beoogd deskundige aan partijen doorgestuurd. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na 27 november 2025 bezwaar te maken tegen de kostenbegroting. Partijen hebben daar geen gebruik van gemaakt.
2.5.
Aan de hand van de opgave van de deskundige wordt het voorschot op zijn loon en kosten, inclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting, bepaald op € 2.450,25 inclusief btw. In het tussenvonnis van 16 oktober 2025 is al bepaald dat het voorschot van de deskundige gelijk moet worden verdeeld, dus dat 50% voor rekening komt van verhuurder en 50% voor rekening van huurder. Dat betekent dus dat ieder € 1.225,13 (inclusief btw) dient te betalen.
2.6.
Partijen zullen nadat het (definitieve) schriftelijk rapport van het deskundigenonderzoek is ingeleverd, zich over het deskundigenonderzoek mogen uitlaten.
2.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3.De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
benoemt tot deskundige:
D. Griek, verbonden aan Humida, en werkzaam in regio Zuid-Oost Nederland,
Postbus 21
1510 AA Oostzwaan
+31 85 065 39 29
www.humida.nl
het voorschot
3.2.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 2.450,25 (inclusief btw),
3.3.
bepaalt dat partijen ieder de helft van het voorschot moeten overmaken binnen twee wekenna de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.4.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het schriftelijk rapport
3.5.
draagt de deskundige op om uiterlijk drie maandenna het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de kantonrechter in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
overige bepalingen
3.6.
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van donderdag 23 april 2026,
3.7.
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of
- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van [eiser] op een termijn van vier weken,
3.8.
verwijst voor het overige naar de beslissingen in de tussenvonnissen in deze zaak van 19 juni 2025 en 16 oktober 2025,
3.9.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.
Voetnoten
1.De andere, verwante, procedures zijn bij deze rechtbank bekend met zaaknummers: 10795662 CV EXPL 23-6985 (hoofdzaak) en 11102451 CV EXPL 24-3371 (vrijwaring).