Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geldrop-Mierlo, het college,
Samenvatting
.Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
gemeente Geldrop-Mierlo voor het rooien van twee haagbeuken ten hoogte van de
[adressen] in [plaats] . De kadastrale aanduiding betreft [nummer] . Op
26 juni 2024 is een omgevingsvergunning voor het rooien van een haagbeuk en het snoeien van een haagbeuk verleend. De vergunning is verleend onder de voorwaarde dat herplant van twee bomen dient plaats te vinden binnen drie jaar na het rooien van de bomen. In het bestreden besluit is dit aangepast naar het herplanten van twee nieuwe bomen binnen een jaar na het rooien van de boom. Het vellen van de bomen houdt verband met de voorgenomen herontwikkeling van De Bleekvelden, waarbij een bedrijventerrein tot een woongebied wordt getransformeerd. Op het terrein direct naast de bomen is een appartementencomplex voorzien. Door graafwerkzaamheden bestaat er volgens het college een grote kans op wortelschade bij de haagbeuk tegenover [huisnummer] . Naar verwachting zal deze haagbeuk bij realisatie van het bouwplan meer dan 50% van zijn wortels gaan verliezen, waardoor deze niet meer te handhaven valt. Daarnaast komt het appartementencomplex dichter bij de grens van het perceel te staan dan het bestaande bedrijfsgebouw. Hiermee zullen de takken van de haagbeuk tegenover [huisnummer] tegen het gebouw aankomen, aldus het college. Daarom is de gemeente voornemens om meer dan 20% van de kroon van deze boom te snoeien.
Toetsingskader
Op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet gelezen in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2 van Pro de Bomenverordening Geldrop-Mierlo 2019 (de Bomenverordening) is een omgevingsvergunning vereist voor het vellen van houtopstanden.
Onder vellen wordt op grond van artikel 1, onder r, van de Bomenverordening verstaan: rooien; kappen; verplanten; het voor meer dan 20% snoeien van de kroon of verwijderen van het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Het toetsingskader voor een vergunning voor het vellen van houtopstanden is opgenomen in artikel 6 van Pro de Bomenverordening.
Op grond van artikel 6, tweede lid, van de Bomenverordening kan een omgevingsvergunning als genoemd in artikel 2 worden Pro geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van de volgende waarden:
a. natuur- en milieuwaarden;
b. landschappelijke waarden;
c. cultuurhistorische waarden;
d. waarden van stads- en dorpsschoon;
e. waarden voor leefbaarheid.
Eiseres stelt dat het college de omgevingsvergunning niet heeft mogen verlenen omdat de belangen bij het vellen van de bomen niet opwegen tegen de belangrijke waarde die deze twee bomen hebben voor haar woon- en leefklimaat. Volgens eiseres is het vellen van de twee bomen niet nodig. De boom die wordt behouden en gesnoeid vormt volgens eiseres namelijk geen beletsel voor de nieuwbouw. Zij vreest dat de boom alsnog zal doodgaan door het rigoureuze snoeien. Verder wijst zij erop dat de te kappen boom de vernieuwing van het rioolstelsel ook heeft overleefd, zodat te verwachten valt dat die boom nu ook de bouwwerkzaamheden zal overleven.
7.1. Het college heeft over de noodzaak tot het snoeien van de boom tegenover de woning van eiseres gesteld dat bij de beoordeling of sprake is van overlast moet worden uitgegaan van de nieuwbouw. Het appartementencomplex komt tot aan de erfgrens, waardoor de boom te dicht op het gebouw komt te staan en de takken het appartementencomplex zullen gaan raken. Op grond van paragraaf 5.3 van het Groenbeleidsplan 2014-2024 is de aangewezen maatregel van de gemeente bij overlast als gevolg van overhangende takken het inkorten of snoeien van takken als dit een duurzame en boomtechnisch verantwoorde oplossing is. Het college wil de kroon gaan snoeien in een cyclus van drie jaar. Hierdoor kan de boom tussentijds telkens herstellen, hetgeen de levensvatbaarheid vergroot. Ten aanzien van de te kappen boom heeft het college gesteld dat direct naast de boom een diepe bouwput komt, waarbij de wortels van deze boom deels bloot komen te liggen. Dit zal een dusdanig effect hebben op de boom, dat hij niet te behouden is. Nu de boom tegenover het woonhuis van eiseres wordt gesnoeid en niet gekapt, wat aanvankelijk de bedoeling was, zal de impact op de privacy van eiseres beperkt zijn, aldus het college.
Hoewel het voor de rechtbank invoelbaar is dat eiseres liever volwassen, niet sterk teruggesnoeide bomen voor haar woning heeft, heeft het college in redelijkheid een groter gewicht kunnen toekennen aan het belang bij woningbouw dan aan het belang van eiseres bij het niet vellen van de bomen.
Deze beroepsgrond slaagt niet.
Deze beroepsgrond slaagt niet.
10. Voor zover eiseres vreest dat de gemeente zich niet houdt aan de voorwaarden van de verleende omgevingsvergunning, zoals de herplantplicht, overweegt de rechtbank dat dit een kwestie van handhaving is en eiseres hiertoe een verzoek kan indienen indien de herplantplicht niet wordt nageleefd.
Deze beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Omgevingswet
Artikel 5.1, eerste lid, onder a
(…).