Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
8 september 2025. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank te Rotterdam van 22 december 2023.
De formele voorvragen.
Bewijswaardering.
De bewijsmiddelen
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
7 november 2025, waaruit blijkt dat verdachte op 22 december 2023 door de meervoudige kamer te Rotterdam onherroepelijk is veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren (van 6 februari 2024 tot en met 18 februari 2026).
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
een gevangenisstrafvoor de duur van 3 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] :
€ 1.500,00, bestaande uit immateriële schade. De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juli 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.