ECLI:NL:RBOBR:2026:763

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
01/332654-22
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a SrArt. 36f SrArt. 38 lid 3 SrArt. 63 SrArt. 261 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak en schadevergoeding bij stalking, smaad en vernieling tegen ex-partner

De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte schuldig verklaard aan belaging (stalking), smaad en vernieling van eigendommen van zijn ex-partner, gepleegd in 2022. De bewezenverklaring is gebaseerd op bekennende verklaringen en bewijsstukken, waarbij de stalking beperkt is tot het sturen van e-mails in oktober 2022. Verdachte heeft de ernst van zijn handelen erkend en berouw getoond.

De rechtbank heeft rekening gehouden met een eerdere veroordeling van verdachte in 2024 tot vijf jaar gevangenisstraf en TBS met voorwaarden voor andere feiten. Op grond van artikel 63 Sr Pro en artikel 38 lid 3 Sr Pro is geen extra straf opgelegd voor de huidige feiten, mede vanwege de verminderde toerekeningsvatbaarheid door een persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken.

De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding van in totaal €4.036,80 toe, bestaande uit materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente. Verdachte wordt veroordeeld tot betaling aan zowel de benadeelde partij als de Staat, waarbij betaling aan de ene partij de verplichting aan de andere partij vervalt. Tevens is gijzeling mogelijk bij niet-nakoming van de betalingsverplichting.

De rechtbank spreekt verdachte vrij van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden en heft het voorlopige hechtenisbevel op. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer op 30 januari 2026.

Uitkomst: Verdachte wordt schuldig verklaard zonder strafoplegging en veroordeeld tot schadevergoeding aan het slachtoffer.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummers: 01.332654.22 en 01.003372.22 (ter terechtzitting gevoegd)
Datum uitspraak: 30 januari 2026
Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1982] ,
thans uit anderen hoofde gedetineerd te: P.I. Vught, PPC.
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 januari 2026.
Op deze zitting heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlasteleggingen.
De zaken zijn aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 11 december 2025.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
t.a.v. 01-332654-22:
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2021 tot en met 18 december 2022 te Boxtel en/of Breda, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt
op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door voornoemde [slachtoffer 1] veelvuldig
- e-mailberichten
(met onder meer als inhoud: hoer, kankerhoer, borderliner, ongedierte, ongeleid projectiel, je stamt niet af van mensen, jij en je moeder hadden verkracht moeten worden door de Serven en doodgemaakt moeten worden, kafferhoer, je hebt sex partijen met apen, ik breek de ruggengraatloze ruggen van jou en je moeder, ik sla jou en je moeder kapot en ga jullie ego’s ook kapotmaken en/of
Ik verklaar je de oorlog, als je niet aan de juiste kant gaat staan, dan gaat er iets gebeuren en/of
"Meld dit maar aan jullie afgod. Allaah is genoeg voor mij. Jullie hebben zijn dienaar en zijn kinderen de oorlog verklaard en hij gaat jullie via mij pakken!!!! Jullie krijgen mij niet klein ik ben de man hier in dit lang!!! Ik ga jullie ego's helemaal fijnstampen en pletten als die dode vrouw toen op de hoofdweg in Sarajevo. Ik ga zorgen dat jullie verstand uit jullie lege koppen valt. Oorlog oorlog jullie zijn aan de kant van de koeffar tegen mij en tegen kleine kinderen grijp jullie kans of ik maak jullie echt helemaal met de grond gelijk geloof me jullie gaan op de grond leven anders binnenkort. Volgende stap is finale stap en is er geen kans meer voor jullie of een weg terug. Ik doe het wallah!! Ik hou me vanaf nu niet meer in. Jullie zijn over mijn laatste grens gegaan van mij en mijn kinderen. Het is oorlog! Jullie geen behandeling voor jullie geestesziekte is goed dan oorlog, jullie nafs is hallal wat mij betreft. Ik ga jullie benaderen zoals jullie Islam creatief omgaan met regels. Vergeleken met jullie ben ik een kunstenaar. Ik doe alles mooier en beter. Ik ben ubermensch boven jullie joego-slaven. Vampira, jij zou geëxecuteerd moeten worden volgens de sharia en zebbina doodgestenigd op een plein en mijn balharis onthoofd want moerted.")
en/of voicemailberichten en/of liefdesbrieven te sturen en/of
-te bellen,
met het oogmerk voornoemde [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
t.a.v. 01-003372-22, feit 1:
hij in de periode van 1 januari 2022 tot en met 3 januari 2022 te Boxtel en/of Breda, althans in Nederland opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [slachtoffer 1] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door een bericht op facebook, althans social media, te plaatsen met de tekst: "Ik wil dat iedereen weet dat [slachtoffer 1] mijn kinderen al maanden mishandeld en instanties niks doen om dit te stoppen. (Ik heb alle bewijzen overhandigd)", althans woorden van gelijke aard en/of strekking ;
t.a.v. 01-003372-22, feit 2:
hij op of omstreeks 1 januari 2022 te Boxtel opzettelijk en wederrechtelijk meerdere ruiten en/of een deur, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
De bewijsvraag.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft tot integrale bewezenverklaringen van alle feiten gerekwireerd.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsvrouw van verdachte heeft zich voor wat betreft de bewijstechnische waardering van alle feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank stelt vast dat verdachte bij de politie (alle feiten) en bij de rechter-commissaris
(de belaging) zijn daderschap heeft toegegeven. Ter terechtzitting van 16 januari 2026
heeft verdachte nogmaals alle feiten erkend.
Gezien het bewijstechnische standpunt van de raadsvrouw (referte) en de bekennende verklaringen van verdachte over zijn daderschap, komt de rechtbank zonder verdere bespreking van de inhoud van de overige redengevende bewijsmiddelen tot een bewezenverklaring van alle feiten, zoals hierna uitgeschreven.
De rechtbank zal, anders dan de officier van justitie heeft betoogd, de bewezenverklaring van de stalking (01.332654.22) beperken tot, kort gezegd, het sturen van e-mailberichten in de maand oktober 2022. Naar het oordeel van de rechtbank schiet het bewijs tekort voor een
een bewezenverklaring van de gehele ten laste gelegde pleegperiode en van het sturen van
voicemailberichten en liefdesbrieven aan en het bellen van aangeefster. De rechtbank zal verdachte dan ook van deze onderdelen (partieel) vrijspreken.
De bewezenverklaring.
De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:
t.a.v. 01-332654-22:
in de periode van 1 oktober 2022 tot en met 31 oktober 2022 te Boxtel, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door voornoemde [slachtoffer 1] veelvuldig
e-mailberichten te sturen met onder meer als inhoud:
hoer, kankerhoer, borderliner, ongedierte, ongeleid projectiel, je stamt niet af van mensen, kafferhoer, je hebt sex partijen met apen, ik breek de ruggengraatloze ruggen van jou en je moeder, ik sla jou en je moeder kapot en ga jullie ego’s ook kapotmaken, Ik verklaar je de oorlog, als je niet aan de juiste kant gaat staan, dan gaat er iets gebeuren
en
"Meld dit maar aan jullie afgod. Allaah is genoeg voor mij. Jullie hebben zijn dienaar en zijn kinderen de oorlog verklaard en hij gaat jullie via mij pakken!!!! Jullie krijgen mij niet klein ik ben de man hier in dit land!!! Ik ga jullie ego's helemaal fijnstampen en pletten als die dode vrouw toen op de hoofdweg in Sarajevo. Ik ga zorgen dat jullie verstand uit jullie lege koppen valt. Oorlog oorlog jullie zijn aan de kant van de koeffar tegen mij en tegen kleine kinderen grijp jullie kans of ik maak jullie echt helemaal met de grond gelijk geloof me jullie gaan op de grond leven anders binnenkort. Volgende stap is finale stap en is er geen kans meer voor jullie of een weg terug. Ik doe het wallah!! Ik hou me vanaf nu niet meer in. Jullie zijn over mijn laatste grens gegaan van mij en mijn kinderen. Het is oorlog! Jullie geen behandeling voor jullie geestesziekte is goed dan oorlog, jullie nafs is hallal wat mij betreft. Ik ga jullie benaderen zoals jullie Islam creatief omgaan met regels. Vergeleken met jullie ben ik een kunstenaar. Ik doe alles mooier en beter. Ik ben ubermensch boven jullie joego-slaven. Vampira, jij zou geëxecuteerd moeten worden volgens de sharia en zebbina doodgestenigd op een plein en mijn balharis onthoofd want moerted."
met het oogmerk voornoemde [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
t.a.v. 01-003372-22, feit 1:
in de periode van 1 januari 2022 tot en met 3 januari 2022 in Nederland opzettelijk, de eer en de goede naam van [slachtoffer 1] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van
een geschrift verspreid, door een bericht op facebook te plaatsen met de tekst: "Ik wil dat iedereen weet dat [slachtoffer 1] mijn kinderen al maanden mishandeld en instanties niks doen om dit te stoppen. (Ik heb alle bewijzen overhandigd)";
t.a.v. 01-003372-22, feit 2:
op 1 januari 2022 te Boxtel opzettelijk en wederrechtelijk meerdere ruiten en een deur,
die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toebehoorden, heeft vernield en/of beschadigd.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.
De door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen zullen nader worden uitgewerkt in
een aanvulling op dit verkort vonnis als daartegen hoger beroep wordt ingesteld
(artikel 365a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering).
De strafbaarheid van de feiten.
Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn
geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie. (bijlage)

De officier van justitie heeft een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met
een proeftijd van 2 jaren gevorderd. De officier van justitie heeft in deze strafeis onder
meer de gedateerdheid van de feiten, de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte in de stalkingszaak en de doorwerking van het bepaalde in artikel 63 Wetboek Pro van Strafrecht (Sr) vanwege de veroordeling van 16 oktober 2024 betrokken.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsvrouw van verdachte heeft zich geconformeerd aan de strafeis.
Het oordeel van de rechtbank.
ernst feiten
De rechtbank rekent verdachte de bewezenverklaarde feiten zwaar aan.
Verdachte heeft zich immers schuldig gemaakt aan stalking, smaadschrift en de vernieling van ruiten en een deur van een woning, met telkens zijn voormalig echtgenote, zijnde de moeder van zijn twee kinderen, als doelwit. Verdachte verkeerde in de waanvoorstelling dat zij hun kinderen mishandelde en toen hij hierover geen gewillig oor bij instanties vond, trok hij uit frustratie en onmacht alle registers open om de vermeende mishandelingen onder de aandacht te brengen en zijn ex-partner ermee te confronteren.
Het begon met de vernieling van ruiten en beschadiging van een deur van haar woning in de nachtelijke uren. Deze vernieling ging bovendien gepaard met een voor alle omwonenden hoorbare verbale beschuldiging dat zij hun kinderen mishandelde.
Kort hierop plaatste verdachte een bericht op facebook met eenzelfde beschuldiging en met het verzoek aan eenieder om dit bericht in het openbaar te delen.
Enige tijd daarna heeft hij zijn ex-partner in ieder geval een maand lang intensief geteisterd met het sturen van e-mailberichten met een grove, intimiderende en dreigende inhoud en scheldpartijen. Het hoeft geen nadere uitleg dat deze nare feiten gevoelens van angst en onveiligheid bij het slachtoffer hebben veroorzaakt en dat verdachte een ernstige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer heeft gemaakt. De strafbare gedragingen van verdachte moeten een grote indruk op het slachtoffer hebben gemaakt. In de toelichting op de vordering van de benadeelde partij en het door het slachtoffer uitgeoefende spreekrecht is
de negatieve impact op haar leven ook op indringende wijze tot uiting gebracht. Ook bleek hieruit een gevoel van machteloosheid dat zij heeft ervaren, omdat zij zich destijds niet gehoord voelde door instanties.
houding verdachte
Verdachte heeft de door hem gepleegde strafbare feiten in een vroeg stadium van het onderzoek toegegeven en heeft ook verder zijn volledige medewerking aan dat onderzoek verleend. Hij heeft ter terechtzitting ook ten volle zijn verantwoordelijkheid genomen en er
daarnaast blijk van gegeven dat hij de ernst van het door hem aan zijn slachtoffer aangedane leed inziet. In de ogen van de rechtbank heeft hij oprecht berouw en inzicht in het kwalijke van zijn handelen getoond.
rapporten over verdachte
Psycholoog drs. T. ’t Hoen heeft op 2 augustus 2023 over de persoon van verdachte gerapporteerd. Volgens de deskundige heeft verdachte een persoonlijkheidsstoornis met voornamelijk narcistische trekken. Deze stoornis heeft verdachtes handelen ten tijde van de stalking ook dusdanig beïnvloed dat dit feit hem in verminderde mate kan worden toegerekend. De rechtbank neemt deze bevindingen en conclusie over.
De reclassering heeft in een over de persoon van verdachte opgesteld rapport van
4 november 2025 in de kern negatief geadviseerd ten aanzien van de oplegging van een gevangenisstraf, omdat dit de noodzakelijke behandeling van verdachte in het kader van een eerder opgelegde terbeschikkingstelling met voorwaarden zou vertragen. De reclassering acht in de gegeven situatie de oplegging van een taakstraf evenmin passend.
De rechtbank sluit zich hierbij aan.
tijdsverloop
Sinds het tijdstip waarop de door hem gepleegde strafbare feiten hebben plaatsgevonden is geruime tijd verstreken, te weten: circa 3 jaren (01.332654.22) en 4 jaren (01.003372.22).
In deze zaken is de redelijke termijn van 2 jaren met ruim 13 maanden respectievelijk ruim 24 maanden overschreden.
strafblad
De rechtbank heeft gezien dat verdachte op 16 oktober 2024 is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaren en een TBS met voorwaarden. De rechtbank overweegt dat op grond van het bepaalde in artikel 38 lid 3 Sr Pro bij een TBS met voorwaarden ten hoogste een vrijheidsstraf van 5 jaren kan worden opgelegd.
artikel 63 Sr Pro
De hiervoor genoemde veroordeling heeft gevolgen voor de strafoplegging van de thans bewezenverklaarde feiten, omdat deze feiten op grond van het bepaalde in artikel 63 Sr Pro gelijktijdig met die afgedane zaak berecht hadden kunnen worden. De achterliggende grondgedachte hiervan is dat de verdachte hierdoor het voordeel dat de samenloopbepalingen hem bij gelijktijdige berechting zou hebben geboden, is misgelopen. De rechter moet dan ook als het ware met terugwerkende kracht oordelen in hoeverre de eerdere strafoplegging doorwerkt in de strafoplegging van de feiten die gelijktijdig berecht hadden kunnen worden. Nu verdachte op 16 oktober 2024 tot een maximale combinatie van een maatregel en een vrijheidsstraf is veroordeeld, bestaat er naar het oordeel van de rechtbank geen ruimte voor oplegging van een vrijheidsbenemende straf voor de thans bewezenverklaarde feiten. Artikel 38 lid 3 Sr Pro verzet zich in dit geval tot oplegging van een vrijheidsstraf.
rechterlijk pardon
Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft geoordeeld en gegeven de huidige (detentie) en aanstaande (kliniek) setting van verdachte, zal de rechtbank bepalen dat aan verdachte geen enkele straf zal worden opgelegd. De rechtbank acht in de geschetste omstandigheden de oplegging van enige (extra) straf opportuun noch wenselijk.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .
De rechtbank acht de vordering ter hoogte van in totaal € 4.036,80 (€ 2.036,80 aan materiële schade en € 2.000,00 aan immateriële schade) in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 februari 2022 (materiële schade) en 31 oktober 2022 (immateriële schade) tot de dag der algehele voldoening.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoer-legging nog te maken kosten.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 februari 2022
(materiële schade) en 31 oktober 2022 (immateriële schade) tot de dag der algehele voldoening.
Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen 9a, 36f, 63, 261, 285b en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
DE UITSPRAAK
De rechtbank
Verklaart de ten laste gelegde feiten onder parketnummers 01.332654.22 en
01.003372.22 (feit 1 en feit 2) bewezen zoals hiervoor is omschreven.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:
(parketnummer 01.332654.22)
belaging
(01.003372.22, feit 1)
smaadschrift
(01.003372.22, feit 2)
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en beschadigen
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Bepaalt:

t.a.v. parketnummer 01.332654.22 en parketnummer 01.003372.22 feit 1 en feit 2:
Schuldigverklaringzonder oplegging van straf.
Heft op het tegen verdachte verleende (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
t.a.v. parketnummer 01-332654-22 feit 1, 01-003372-22 feit 2:
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]:
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , van een bedrag van 4.036,80 euro, bestaande uit 2.036,80 euro materiële schade en 2.000,00 euro immateriële schade.
De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
23 februari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening. De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2022 tot aan de dag
der algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van
[slachtoffer 1] , van een bedrag van 4.036,80 euro. Voormeld bedrag bestaat uit 2.036,80 euro materiële schade en 2.000,00 euro immateriële schade. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 februari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening. De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 40 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. G.F.A.M. de Graauw, voorzitter,
mr. J.G. Vos en mr. R. Grimbergen, leden,
in tegenwoordigheid van D.A. Koopmans, griffier,
en is uitgesproken op 30 januari 2026.