Artex exploiteert sinds 1947 een woningtextielbedrijf (de inrichting) aan de Bosscheweg 79 te Aarle-Rixtel. Binnen de inrichting worden met name gordijn- en meubelstoffen en alternatieve raambekleding vervaardigd. Voor het weven, voorbehandelen, verven en bedrukken, drogen, impregneren, coaten en fixeren van textiel in de inrichting heeft het college aan Artex op 25 november 2010 een revisievergunning (de revisievergunning) verleend. De geurvoorschriften 11.4.1 en 11.4.2 van de revisievergunning schrijven een maximale geurimmissie van respectievelijk 98 en 99,99 percentiel voor. Verder is hierin het voorschrift 11.1.12 opgenomen dat luidt als volgt:
“Diffuse emissies en emissies die via de ruimteventilatie vrijkomen moeten zoveel mogelijk worden beperkt door good-housekeeping en preventieve maatregelen. Aanwezige ramen, deuren en luiken in productieruimten dienen tijdens de werktijden gesloten te zijn. Deuren mogen uitsluitend geopend worden voor het doorlaten van personen en goederen.”
Op 7 april 2017 is een omgevingsvergunning voor een milieuneutrale wijziging verleend, die betrekking heeft op het bijplaatsen van een breed spanraam in de productieruimte waar de spanramen zijn opgesteld. Een deel van de productie is toen verplaatst naar dit nieuwe spanraam.
De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (de Omgevingsdienst) heeft in opdracht van het college beoordeeld of (en zo ja hoeveel) geuremissies optreden vanwege de open ramen en deuren bij de productieruimte waar de spanramen staan. De resultaten hiervan zijn opgenomen in het rapport “Inspectie van de geuremissies, Artex B.v., Bosscheweg 79 te Aarle-Rixtel”, van 14 juni 2017.
In de zomer van 2018 heeft de Omgevingsdienst geconstateerd dat er in de inrichting ramen en luiken open stonden. Vervolgens heeft het college in maart 2019 een last onder dwangsom opgelegd vanwege overtreding van voorschrift 11.1.12.
Op 3 juli 2018 heeft Artex bij het college een aanvraag ingediend voor het schrappen van voorschrift 11.1.12, dan wel voor het aanvullen van het voorschrift, waardoor er op warme dagen een uitzondering mogelijk is op het gesloten moeten houden van aanwezige ramen, deuren en luiken in productieruimten tijdens de werktijden. Dit verzoek is in latere brieven nader onderbouwd met een geurrapport van 14 juni 2017 en nadere rapporten waarbij is gereageerd op het controlerapport van de Omgevingsdienst.
Op 28 augustus 2018 heeft het college een geluidrapport van KWA toegezonden.
Eisers wonen in de directe omgeving van de inrichting op afstanden variërend tussen de 200 en 1.000 meter en stellen dat zij geuroverlast hebben van het bedrijf van Artex.
In zijn besluit van 6 april 2022 heeft het college het verzoek van Artex voor het wijzigen of schrappen van maatwerkvoorschriften die zijn opgenomen in de revisievergunning (revisie) van 25 november 2010 afgewezen, omdat volgens het college - kort gezegd - het openen van deuren, ramen en luiken in productieruimtes niet in het belang van de bescherming van het milieu is.
Hiertegen heeft Artex beroep bij deze rechtbank ingesteld. In haar tussenuitspraak van 27 januari 2023 heeft de rechtbank de StAB ingeschakeld en het college de gelegenheid geboden om een aantal gebreken van het besluit van 6 april 2022 te herstellen.
Op 21 februari 2023 heeft de StAB een verslag ex artikel 8:47 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitgebracht. De StAB heeft in het verslag - samengevat - het geconstateerd dat op grond van milieukundig verantwoord management en good housekeeping in beginsel de deuren en ramen gesloten moeten zijn. De StAB is van mening dat de onderzoeken onvoldoende aantonen dat er geen emissie via de open dakramen plaatsvindt. Als ramen en deuren beiden open staan, is het aannemelijk dat er een natuurlijke trek naar boven ontstaat, waardoor lucht vanuit de productieruimte naar buiten zal treden. De werkwijze maakt dat het aannemelijk is dat de geurvracht van de diffuse emissie laag is, maar niet uit te sluiten valt dat deze geuremissie leidt tot overlast (ongeacht of de geurnorm hiermee wordt overschreden). Met betrekking tot geluid concludeert de StAB dat het open staan van deuren en ramen niet leidt tot een toename van de geluidsbelasting op de vergunningpunten.
Op 3 augustus 2021 hebben eisers een handhavingsverzoek bij het college ingediend. Daarin verzoeken zij het college om over te gaan tot handhaving van het voorschrift 11.1.12 van de revisievergunning. Eisers wijzen er in hun handhavingsverzoek op dat zij vrijwel continu last hebben van stank. Voorschrift 11.1.12 beoogt stankoverlast (onder meer) te voorkomen. Bij het handhavingsverzoek en ook in bezwaar hebben eisers een groot aantal foto's overlegd die zijn gemaakt op verschillende dagen. Daarop is volgens eisers te zien dat dat (rol)deuren en productieruimten openstaan.
In zijn brief, verzonden 16 september 2021, heeft het college eisers ervan op de hoogte gesteld dat het voornemens is het verzoek af te wijzen en eisers in de gelegenheid gesteld om op het voornemen te reageren. In hun brief van 29 september 2021 hebben eisers gereageerd.
Vervolgens heeft het college het afwijzingsbesluit genomen. Daarin stelt het college zich op het standpunt dat het voorschrift 11.1.12 niet wordt overtreden, en dat de in het fotomateriaal getoonde ramen, deuren en/of luiken zich niet in de in het voorschrift bedoelde productieruimten bevinden.
Vanaf februari 2021 heeft het college tien - zowel aangekondigde als drie onaangekondigde - controles uitgevoerd, waarvan rapporten zijn opgemaakt. De twee laatste controles dateren van 18 februari 2022 en 5 oktober 2022. Volgens het college is daarbij geen overtreding van voorschrift 11.1.12 geconstateerd.