ECLI:NL:RBOBR:2026:5396
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college over preventieve last onder dwangsom wegens onbevoegdheid
De voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant heeft op 21 juli 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin verzoekster bezwaar maakte tegen een preventieve last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heusden. Het college had verzoekster gelast om herhaalde overtredingen van de Omgevingswet en NEN-norm 2990+Cl:2020 te voorkomen, met een dwangsom van maximaal €50.000.
Het college beriep zich op artikel 5:2, eerste lid, onder b van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om de last in stand te houden, ondanks dat niet voldaan werd aan de voorwaarden van artikel 5:7 Awb Pro. Verzoekster stelde dat het college niet bevoegd was tot het opleggen van deze last buiten het eigen grondgebied.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college inderdaad niet bevoegd was om een preventieve last onder dwangsom op te leggen voor overtredingen buiten de gemeente Heusden. De bevoegdheid van het college reikt niet verder dan haar eigen grondgebied, zoals ook volgt uit de Grondwet en de Gemeentewet. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd en het primaire besluit herroepen voor zover het betrekking had op het grondgebied van Heusden.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en bepaalde dat het college het betaalde griffierecht aan verzoekster moet vergoeden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat er geen professionele gemachtigde was.
Uitkomst: Het besluit van het college om een preventieve last onder dwangsom op te leggen is vernietigd wegens onbevoegdheid buiten het eigen grondgebied.