Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De bewijsvraag.
De bewezenverklaring.
- ‘ [slachtoffer 4] ’ in plaats van ‘ [slachtoffer 15] en [slachtoffer 4] ’;
- ‘ [slachtoffer 16] ’ in plaats van ‘ [slachtoffer 16] ’;
- ‘ [slachtoffer 14] ’ in plaats van ‘ [slachtoffer 17] ’.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (zaak 4).
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] (zaak 6).
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 13] (zaak 32).
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] (zaken 7 en 23).
- € 27.199,- (schadeloosstellingen);
- € 2.040,- (onderzoekskosten).
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
taakstrafvoor de duur van
180 urensubsidiair 90 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 2] , van een bedrag van
1.450,- euro, bestaande uit 700,- euro materiële schadevergoeding en 750,- euro immateriële schadevergoeding. De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van [slachtoffer 2] , van een bedrag van
1.450,- euro. De rechtbank bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 14 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 4] , van een bedrag van
750,- euro, bestaande uit immateriële schadevergoeding. De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van [slachtoffer 4] , van een bedrag van
750,- euro. De rechtbank bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 7 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 13] , van een bedrag van
1.000,- euro, bestaande uit materiële schadevergoeding. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van [slachtoffer 13] , van een bedrag van
1.000,- euro. De rechtbank bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 10 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde 1] , van een bedrag van
2.947,- euro, bestaande uit materiële schadevergoeding. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van [benadeelde 1] , van een bedrag van
2.947,- euro. De rechtbank bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 29 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde 2] , van een bedrag van
14.795,- euro, bestaande uit materiële schadevergoeding. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van [benadeelde 2] , van een bedrag van
14.795,- euro. De rechtbank bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan wor den toegepast voor de duur van 98 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.