Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [zorgverantwoordelijke 1] , zorgverantwoordelijke;
- J [zorgverantwoordelijke 2] , zorgverantwoordelijke.
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 28 april 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene voor de duur van zes maanden. Betrokkene was bijgestaan door zijn advocaat, die de deugdelijkheid van de medische verklaring betwistte omdat de onafhankelijke psychiater geen persoonlijk gesprek met betrokkene had gevoerd.
De psychiater had betrokkene alleen bezocht in aanwezigheid van medewerkers van Novadic Kentron, maar betrokkene was wantrouwig en ging niet in gesprek. De psychiater had geen nieuwe poging gedaan om betrokkene zonder deze medewerkers te spreken, terwijl betrokkene wel bereid was tot een gesprek onder die voorwaarden.
De rechtbank oordeelde dat dit een zorgvuldigheidsgebrek vormde, omdat een persoonlijk gesprek essentieel is voor een juiste medische beoordeling en verklaring. Daarom verzocht de rechtbank de officier van justitie om een nieuwe medische verklaring te laten opmaken door een andere onafhankelijke psychiater, waarbij betrokkene zonder aanwezigheid van medewerkers van Novadic Kentron wordt onderzocht.
De zaak werd aangehouden en de officier van justitie kreeg de gelegenheid om uiterlijk 6 mei 2026 de nieuwe verklaring in te dienen. Partijen worden vervolgens in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren en aan te geven of de zaak schriftelijk kan worden afgedaan. De beslistermijn werd verlengd tot 22 mei 2026.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en verzoekt om een nieuwe medische verklaring door een onafhankelijke psychiater zonder aanwezigheid van zorgmedewerkers.