Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:4446

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
01/086635-22
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor diefstal van vier Toyota Auris door braak in vereniging

De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor diefstal van vier Toyota Auris personenauto's in de periode van 5 tot 6 april 2022 in Eindhoven. De diefstallen werden gepleegd door braak, waarbij katalysatoren uit de auto's werden verwijderd en verkocht. Verdachte handelde samen met medeverdachte en een onbekende derde.

De bewijslast bestond uit technische voertuigonderzoeken, observaties van politie, getuigenverklaringen en WhatsApp-berichten tussen verdachte en medeverdachte. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte een substantiële rol had bij de diefstallen en het oogmerk had om de auto's wederrechtelijk toe te eigenen, ook al werden de auto's later teruggevonden.

De rechtbank legde een taakstraf van 240 uur op, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 180 dagen met een proeftijd van twee jaar. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met ruim twee jaar werd geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, en 180 dagen voorwaardelijke gevangenisstraf wegens diefstal van vier Toyota Auris door braak in vereniging.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.086635.22
Datum uitspraak: 23 juni 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1995] ,
wonende te [adres] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 juni 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 21 februari 2024.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
primair:
hij op een of meer tijdstippen in de periode van 5 april 2022 tot en met6 april 2022 te Eindhoven, in elk geval in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een personenauto, merk Toyota type Auris ( [kenteken 1] ), geheel of ten deletoebehorende aan [slachtoffer 1] en/ofeen personenauto, merk Toyota type Auris ( [kenteken 2] ), geheel of ten deletoebehorende aan [slachtoffer 2] en/ofeen personenauto merk Toyota type Auris ( [kenteken 3] ), geheel of ten deletoebehorende aan [slachtoffer 3] en/ofeen personenauto merk Toyota type Auris ( [kenteken 4] ), geheel of ten deletoebehorende aan [slachtoffer 4]in elk geval (telkens) enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aanverdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met hetoogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijnmededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf (telkens) heeft/hebbenverschaft en/of die weg te nemen personenauto's onder zijn/hun bereikheeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 april 2022 te Son en Breugel en/of te Deurne en/of elders inNederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, vier,althans een aantal katalysatoren, in elk geval een aantal goederen heeft verworven,voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhandenkrijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden,dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft het primair ten laste gelegde feit bewezen geacht.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft primair integrale vrijspraak bepleit, en subsidiair de rechtbank verzocht de diefstal van 4 katalysatoren (enig goed) bewezen te verklaren. Het oogmerk om zich de personenauto’s wederrechtelijk toe te eigenen kan niet wettig en overtuigend bewezen worden, omdat de auto’s weer zijn teruggezet. Het zou namelijk altijd en enkel om de katalysators te doen zijn geweest.
De bewijsmiddelen
Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze uitwerking is als bijlage 1 bij dit vonnis gevoegd en de inhoud van die bijlage dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. De rechtbank overweegt voorts het volgende.
Het oordeel van de rechtbank.
Relevante feiten en omstandigheden
Op 6 april 2022 hebben 4 personen aangifte gedaan van diefstal van hun personenauto. Het ging steeds om diefstal van een Toyota Auris. De aangevers waren de eigenaren dan wel de gebruikers van die auto’s. De auto’s zijn volgens de aangiftes in de nacht van 5 op 6 april 2022 gestolen. Dit gebeurde op 4 plaatsen in de wijk Engelsbergen in Eindhoven.
De 4 auto’s zijn op 6 april 2022 in Eindhoven teruggevonden, allemaal met braakschade op het bestuurdersportier. Onder de auto’s was telkens de katalysator verwijderd. Uit technisch voertuigonderzoek aan de 4 weggenomen Toyota’s is gebleken dat de uitlaatstukken die aan de katalysatoren zaten, waren afgezaagd.
Op 6 april 2022 omstreeks 11:35 uur zijn in Deurne in de zwarte Mercedes bestelbus (kenteken [kenteken 5] ) van [naam ] 4 katalysatoren met daarop het symbool van Toyota aangetroffen. Deze [naam ] heeft verklaard dat hij de 4 katalysatoren op 6 april 2022 heeft gekocht van een man uit Eindhoven, ene [alias 1] (of [alias 2] of [alias 3] ). Dit was bij het bedrijf [bedrijf] in Deurne. Deze [alias 1] was daar in een grijze auto, aldus [naam ] . Uit onderzoek is gebleken dat deze 4 katalysatoren pasten op de afgezaagde uitlaatstukken zoals aangetroffen op de 4 weggenomen Toyota’s.
Uit eerder onderzoek door de politie was gebleken dat [verdachte] gebruik maakte van een grijze Mercedes-Benz, A-klasse, met kenteken [kenteken 6] en [medeverdachte] van een grijze Volkswagen Jetta, met kenteken [kenteken 7] Ook was uit eerder onderzoek gebleken waar [verdachte] en [medeverdachte] in die periode woonden en wat de naam van de partner van [verdachte] was.
De politie heeft naar aanleiding van voornoemde meldingen in de nacht en ochtend van 6 april 2022 observaties uitgevoerd gericht op de verdachte [verdachte] en de medeverdachte [medeverdachte] . Zij hebben geconstateerd dat de Mercedes van [verdachte] die nacht om 05:07 uur wegreed vanaf de woning van [verdachte] . De auto van [medeverdachte] vertrekt om 5:27 uur vanaf diens woning. De Volkswagen Jetta van [medeverdachte] is gezien in 2 straten in Eindhoven vanwaar 2 Toyota’s zijn weggenomen, waaronder in de Engelsbergenstraat. Daar is de Volkwagen Jetta ook gestopt. Uit de Volkswagen Jetta is een man gestapt die donkere kleding en opvallend witte schoenen droeg. De persoon met dit signalement is later herkend als de medeverdachte [medeverdachte] .
Ook de Mercedes van [verdachte] is in de wijk Engelsbergen gezien en deze parkeerde achter de Volkswagen Jetta van de medeverdachte [medeverdachte] . Twee mannen liepen ter plaatse over straat. Een donkerblauwe Toyota Auris reed weg en de bestuurder was volgens de verbalisanten heel erg gelijkend op [verdachte] . Deze Toyota reed een doodlopende weg in die leidt naar het woonwagenkamp aan de Welschapsedijk. Later reed de Volkswagen Jetta weg van dit woonwagenkamp met 2 personen erin. Ze reden naar de Mercedes van [verdachte] die in de wijk Engelsbergen stond. Een man met donkere kleding en donkere schoenen stapte in de Mercedes. Vanuit de betreffende wijk reed een witte Toyota Auris met een kenteken beginnend met de letters van een van de Toyota’s uit de aangiften naar de Welschapsedijk. De Mercedes stond toen nog in de wijk dichtbij de Volkswagen Jetta en [medeverdachte] stond op straat. Vervolgens reed een donkerkleurige Toyota Auris richting voornoemd woonwagenkamp.
Later hebben verbalisanten waargenomen dat in totaal 4 Toyota’s Auris achtereenvolgens met veel lawaai het woonwagenkamp kwamen afgereden. Telkens was de Volkswagen Jetta in de buurt. Ook is een derde persoon, een man met pet, gezien die uit de richting van een van de Toyota’s kwam en richting het woonwagenkamp liep.
Om 7:14 uur zijn de Volkswagen Jetta en de Mercedes A-klasse bij de woning van [medeverdachte] . [medeverdachte] wordt dan herkend. Ook [verdachte] wordt herkend. Hij wordt herkend als de man met de donkere kleding die eerder in de donkerblauwe Toyota was gezien.
Om 10:00 uur in de ochtend van 6 april 2022 hebben [medeverdachte] en [naam ] elkaar getroffen op het terrein van [bedrijf] . [medeverdachte] was daar met de grijze Volkswagen Jetta en [naam ] met een Mercedes bestelbus. In die bestelbus zijn anderhalf uur later de katalysatoren gevonden.
Aan de telefoons van [medeverdachte] en [verdachte] is onderzoek uitgevoerd. [verdachte] heeft met zijn partner [betrokkene] op 5 april 2022 via WhatsApp berichten uitgewisseld die gaan over diverse types Toyota’s en over adressen in de regio Eindhoven. Opvallend is een gesprek dat gaat over een camera die ergens hangt en dat “het dan niet kan”.
Uit het onderzoek komt verder naar voren dat [verdachte] en [medeverdachte] intensief contact met elkaar hebben in de periode voorafgaand aan 5 en 6 april 2022. Ook op 5 en 6 april 2022 hebben [verdachte] en [medeverdachte] met elkaar berichten uitgewisseld via WhatsApp, soms ook spraakberichten. Tijdens het onderzoek is de stem van [verdachte] herkend. De berichten gingen onder meer over “deze week knallen”. Er werden types Toyota’s genoemd en diverse adressen. [verdachte] zegt dat [betrokkene] alles aan het uitzoeken is en dat er geen deurbellen mogen hangen.
Om 2:57 uur schrijft [verdachte] dat hij net wakker is geschrokken en eraan komt. [medeverdachte] stuurt dan een locatie beginnend met “Engelsber...”. [medeverdachte] vraagt hoe lang het nog duurt. Om 6:47:41 uur stuurt [medeverdachte] een bericht dat [naam ] er om 10 uur is.
De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan dan dat hier bedoeld is [naam ] .
Tot slot zijn in de Mercedes van [verdachte] (onder andere) een reciprozaag en drie krikken aangetroffen. In de Volkswagen Jetta van [medeverdachte] is (onder andere) een breekijzer gevonden.
Bewijsoverwegingen
De verdediging heeft aangevoerd dat feitelijk niet is waargenomen dat de Toyota’s door de verdachte en (een) ander(en) zijn weggenomen en evenmin dat de katalysatoren door hen zijn verwijderd, zodat vrijspraak dient te volgen.
De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden niet in de weg staan aan een bewezenverklaring. Als de rechtbank de feiten en omstandigheden die uit de bewijsmiddelen zijn gebleken en die de rechtbank hiervoor heeft uiteengezet, in onderling (tijds)verband en samenhang beziet, dan is met voldoende mate van zekerheid vast te stellen dat de verdachte een daadwerkelijke substantiële bijdrage heeft geleverd of een substantiële rol heeft gehad bij het plegen van deze diefstallen. De auto van de verdachte is midden in de nacht in de betreffende wijk nabij enkele van de gestolen auto’s gezien. Ook is de verdachte herkend als bestuurder van een van de gestolen auto’s. [medeverdachte] , met wie de verdachte die nacht en de dagen eraan voorafgaand nauw in contact was via WhatsApp, is op de afgesproken tijd van 10 uur op 6 april 2022 gezien tijdens de overdracht van de 4 katalysatoren aan de heler [naam ] .
Hoewel het gelet op de feiten en omstandigheden op de weg van de verdachte had gelegen om een uitleg te geven, heeft hij deze niet gegeven. Dat betrekt de rechtbank in het nadeel van de verdachte bij haar selectie en waardering van het voorhanden zijnde bewijsmateriaal.
De rechtbank volgt de verdediging ook niet in het standpunt dat geen sprake is van het oogmerk om de personenauto’s wederrechtelijk toe te eigenen, omdat deze weer zijn teruggezet. Toe-eigenen veronderstelt namelijk niet noodzakelijk het bewaren of in bezit houden. Bij de vraag of sprake is van oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening staat de bedoeling om toe te eigenen centraal. Uit de inhoud van de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de personenauto’s zijn weggenomen met de bedoeling de katalysatoren daaruit te verwijderen. Naar het oordeel van de rechtbank kan deze gedraging worden beschouwd als wegnemen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De auto’s worden immers door handelingen van de verdachte op dat moment uit de beschikkingsmacht van de eigenaar of gebruiker weggenomen. Daarmee is een diefstal in juridische zin voltooid.
Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat bovendien sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen [medeverdachte] , [verdachte] en een onbekende derde, die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering van de diefstallen van de 4 Toyota’s. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde ‘tezamen en in vereniging met een of meer anderen’ bewezen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling (tijds)verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte
op tijdstippen in de periode van 5 april 2022 tot en met 6 april 2022 te Eindhoven,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
een personenauto, merk Toyota type Auris ( [kenteken 1] ), toebehorende aan [slachtoffer 1] en
een personenauto, merk Toyota type Auris ( [kenteken 2] ), toebehorende aan [slachtoffer 2] en
een personenauto merk Toyota type Auris ( [kenteken 3] ), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en
een personenauto merk Toyota type Auris ( [kenteken 4] ), toebehorende aan [slachtoffer 4]
heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(s) die weg te nemen personenauto's onder hun bereikhebben gebracht door middel van braak.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van de verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straf.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen waarvan 135 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht (bijlage 2).
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft verzocht om in geval van enige bewezenverklaring een straf gelijk aan het ondergane voorarrest op te leggen.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straffen die aan de verdachte dienen te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door de verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van 4 personenauto’s in vereniging. Uit die auto’s zijn de katalysatoren verwijderd om deze vervolgens te verkopen aan een heler. De auto’s zijn vervolgens als wegwerpproducten weer op een andere plek achtergelaten. De eigenaren moesten maar zien of en hoe ze hun auto’s weer zouden terugvinden. Diefstallen veroorzaken overlast en schade en uit het handelen van de verdachte spreekt minachting voor andermans eigendom. Voor hem was kennelijk het belangrijkste doel om snel geld te verdienen. Het planmatig handelen van de verdachte en het op geen enkele wijze aan kunnen kijken van het aandeel dat de verdachte hierin heeft gehad, verontrust de rechtbank.
De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving in beginsel niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Maar omdat de redelijke termijn met 2 jaar en (ruim) 2 maanden is overschreden, zal de rechtbank geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf meer aan de verdachte opleggen. De rechtbank zal een taakstraf opleggen van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, maar zal daarop het reeds ondergane voorarrest in mindering brengen. Daarbij waardeert de rechtbank elke dag die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht op 2 uur te verrichten arbeid. Nu de verdachte 45 dagen in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, betekent dit dat 90 uur op de op te leggen taakstraf in mindering wordt gebracht wat het totaal op een nog te verrichten taakstraf brengt van 150 uur.
De rechtbank zal daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van 180 dagen om de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.
De rechtbank zal gelet op het voorgaande het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:
9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldigen
zich de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd.
verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Legt op de volgende straffen:
 een
taakstrafvoor de duur van
240 urensubsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht.
De rechtbank waardeert elke dag die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, op 2 uur te verrichten arbeid.
 een
gevangenisstrafvoor de duur van
180 dagenvoorwaardelijkmet een proeftijd van 2 jaren.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
De rechtbank heft op het tegen de verdachte verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.W.M. Bankers, voorzitter,
mr. E.M. Vermeulen en mr. S.J.H. van de Kant, leden,
in tegenwoordigheid van mr. H.J.G. van der Sluijs, griffier,
en is uitgesproken op 23 juni 2026.