Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Inleiding.
Het standpunt van de officier van justitie.
Het standpunt van de verdediging.
Het oordeel van de rechtbank.
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 juni 2026;
- proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 december 2025, p. 180-182;
- proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 maart 2026, p. 256
- proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 april 2026, p. 1-5 [voor zover het proces-verbaal betrekking heeft op de aangetroffen goederen op het [adres 3] in Bladel];
- proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 januari 2026, p. 194-198 [voor zover het proces-verbaal betrekking heeft op SIN AATM5418NL, SIN AATM5448NL, SIN AATM5422NL, SIN AATM5419NL, SIN AATM5450NL en SIN AATM5449NL];
- proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 25 februari 2026, p. 451-465 [voor zover het proces-verbaal betrekking heeft op SIN AATM5418NL, SIN AATM5448NL, SIN AATM5422NL, SIN AATM5419NL, SIN AATM5450NL en SIN AATM5449NL];
- rapporten NFiDENT d.d. 18-02-2026, p. 475, 467, 468, 476 en 478;
- rapport identificatie van drugs d.d. 19-03-2026, p. 9-10 [voor zover het proces-verbaal betrekking heeft op SIN AATM5449NL];
- een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5, Wetboek van Strafvordering te weten: een brief van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd betreffende bevoegdheidsbeoordeling 26-083, d.d. 1 april 2026, p. 13-14.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van de feiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2a onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet, opzettelijk begaan.
taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis,met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht.
6 maanden voorwaardelijkmet een proeftijd van 2 jaren.