Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2026 in de zaken tussen
SHE 25/3540: [eisers] ,
[naam]uit [vestigingsplaats] , vergunninghoudster,
[naam] .uit [vestigingsplaats] , vergunninghoudster,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 19 juni 2026 uitspraak gedaan in twee samengevoegde bestuursrechtelijke zaken betreffende de omgevingsvergunning voor de herontwikkeling van de begane grond van een pand in Eindhoven naar 24 appartementen. Eisers voerden aan dat de vergunning in strijd is met het Paraplubestemmingsplan, met name artikel 3.1 over woningsplitsing, en dat de parkeernormen niet worden nageleefd.
De rechtbank oordeelt dat artikel 3.1 van het Paraplubestemmingsplan niet van toepassing is omdat het panddeel waarvoor de vergunning is aangevraagd een kantoorfunctie heeft en geen bestaande woning betreft. Hierdoor is er geen sprake van een verboden woningsplitsing. Ook de toetsing aan artikel 3.2, die een afwijking mogelijk maakt bij een acceptabel woon- en leefklimaat, is niet aan de orde omdat artikel 3.1 niet van toepassing is.
Ten aanzien van de parkeernormen stelt de rechtbank vast dat het college de parkeerbehoefte correct heeft berekend, inclusief een HOV-reductie van 25%. De aangewezen 28 parkeerplaatsen zijn voldoende en de privaatrechtelijke bezwaren over exclusiviteit van parkeerplaatsen zijn niet relevant voor de planologische beoordeling. De rechtbank concludeert dat de vergunning terecht is verleend en verklaart de beroepen ongegrond. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de omgevingsvergunning voor de transformatie naar 24 appartementen.