Op 1 december 2025 reed verdachte met hoge snelheid met een bestelbus tegen het slachtoffer aan, waarbij het slachtoffer op de motorkap belandde en werd meegesleurd. Verdachte verliet vervolgens de plaats van het ongeval terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het slachtoffer letsel had opgelopen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van poging tot doodslag en zware mishandeling, maar veroordeelde hem voor poging tot zware mishandeling en het verlaten van de plaats ongeval. De bewijslast berustte vooral op authentieke camerabeelden en verklaringen van het slachtoffer en getuigen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 180 dagen op, waarvan 85 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor negen maanden. De straf is mede gebaseerd op de ernst van het feit, het bewust creëren van gevaar voor het slachtoffer en het feit dat verdachte in de proeftijd van eerdere veroordelingen verkeerde.
Daarnaast werden eerdere vorderingen tot tenuitvoerlegging van straffen aangepast: een gevangenisstraf van twee weken werd omgezet in een werkstraf van 28 uur, en een proeftijd werd verlengd met één jaar. De rechtbank legde bijzondere voorwaarden op, waaronder behandeling gericht op gedragsverbetering en reclasseringstoezicht.