Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:4095

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
C/01/424591 / HA ZA 26-172
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:296 BWArt. 3:303 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot medewerking inzage nalatenschap tussen erfgenamen

In deze civiele bodemzaak vordert eiseres, een kleindochter van de overledene, dat mede-erfgenamen worden veroordeeld tot medewerking aan het verkrijgen van inzicht in de nalatenschap van haar grootvader. De nalatenschap betreft ook de erfenis van diens echtgenote. De rechtbank beoordeelt een incident waarin eiseres onder meer verlangt dat gedaagden binnen twee weken medewerking verlenen door het ondertekenen van machtigingen voor het opvragen van relevante documenten.

De rechtbank wijst de vordering toe voor het verkrijgen van inzage in onder meer de aangiften en aanslagen erfbelasting van erflater en erflaatster, de inkomstenbelasting 2023, bankrekeningen en afschriften, polissen van levensverzekeringen en uitvaartverzekeringen, en taxatierapporten van voertuigen. De vordering tot inzage in de boedelbeschrijving wordt afgewezen als prematuur, omdat de erfgenamen eerst gezamenlijk een voorstel moeten opstellen en bespreken.

De rechtbank bepaalt dat indien gedaagde 1 niet binnen twee weken de machtigingen verleent, het vonnis in de plaats treedt en eiseres zelfstandig namens alle erfgenamen de gegevens mag opvragen. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familierelatie. De zaak wordt verwezen naar de rol voor een mondelinge behandeling over de hoofdzaak.

De uitspraak bevordert de transparantie en samenwerking tussen erfgenamen bij de afwikkeling van de nalatenschap en biedt een praktische oplossing voor het verkrijgen van benodigde informatie.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot medewerking aan het verkrijgen van inzicht in de nalatenschap en eiseres wordt gemachtigd zelfstandig gegevens op te vragen bij gebreke.

Uitspraak

RECHTBANK Oost-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/424591 / HA ZA 26-172
Vonnis in incident van 17 juni 2026
in de zaak van
[eiseres],
te [plaats] ,
eiseres in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. A.M.C.A. Ippel,
procederend op basis van een toevoeging,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

te [plaats] ,
advocaat: mr. A. Harmanus,
2.
[gedaagde 2],
te [plaats] ,
niet verschenen,
gedaagden in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
hierna te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit;
de dagvaarding die ook een eis in incident inhoudt, van [eiseres] ,
de conclusie van antwoord in incident, van [gedaagde 1] ,
de akte uitlaten producties in het incident, van [eiseres] ,
het tegen [gedaagde 2] verleende verstek,
de conclusie van antwoord in de hoofdzaak, van [gedaagde 1] .
1.2.
Vervolgens is bepaald dat vonnis in het incident zal worden gewezen.

2.De beoordeling in het incident

2.1.
Partijen ( [eiseres] , [gedaagde 2] en [gedaagde 1] ) zijn erfgenamen in de nalatenschap van [erflater] (hierna: erflater). Erflater is de weduwnaar van mevrouw [erflaatster] (hierna: erflaatster). Erflater en erflaatster hadden twee kinderen: [gedaagde 1] en [dochter] . [eiseres] en [gedaagde 2] zijn de dochters van [dochter] en dus de nichten van [gedaagde 1] en de kleindochters van erflater en erflaatster.
2.2.
In de hoofdzaak vordert [eiseres] om de verdeling van de nalatenschap van erflater vast te stellen.
2.3.
In het incident vordert [eiseres] dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden veroordeeld om binnen twee weken na betekening van dit vonnis volledige medewerking te verlenen aan het verkrijgen van inzicht in de samenstelling en omvang van de nalatenschap van erflater, waaronder begrepen het opvragen van de volgende gegevens:
de boedelbeschrijving met onderliggende bescheiden van zowel erflater als erflaatster,
de aangifte en aanslag erfbelasting van erflater,
de aangifte en aanslag erfbelasting van erflaatster,
e aangifte en aanslag van de Inkomstenbelasting 2023,
en overzicht van de bankrekeningen en bijbehorende bankrekeningafschriften van alle bankrekeningen die ten name van erflater waren gesteld over de periode 2018 tot en met de opheffing van de bankrekeningen,
polissen van lijfrente, levensverzekering of anderszins kapitaalverzekeringen,
nota van de kosten van de uitvaart van erflater,
polis van de uitvaartverzekering,
taxatierapporten van de inboedel en voertuigen,
alle overige relevante financiële bescheiden.
2.4.
Deze vordering wordt toegewezen op de in de beslissing weergegeven wijze.
2.5.
[eiseres] heeft gesteld en niet is betwist dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de gevorderde medewerking moeten verlenen (behalve ten aanzien van de boedelbeschrijving, wat hierna wordt behandeld). Op grond van artikel 3:296 BW Pro is de vordering in beginsel toewijsbaar.
2.6.
[gedaagde 1] heeft aangevoerd dat hij bereid is de vereiste medewerking te verlenen en dat [eiseres] daarom onvoldoende belang heeft bij haar vordering (artikel 3:303 BW Pro). Dat is echter geen reden om de vordering niet toe te wijzen. De enkele toezegging van [gedaagde 1] betekent nog niet dat [gedaagde 1] de gevraagde medewerking zal verlenen en dus dat er geen belang is. Het lukt partijen niet buiten de rechtbank om goed overleg te voeren en daarom is er belang bij een voorziening in rechte.
2.7.
De vordering tot het verlenen van medewerking wordt toegewezen in de zin dat de medewerking moet worden verleend in de vorm van een machtiging voor [eiseres] om bij de relevante bank(en) en de Belastingdienst alle beschikbare documentatie op te vragen.
2.8.
Wat betreft de verschillende gegevens (waarvan medewerking aan het verkrijgen van inzicht daarin is gevorderd) oordeelt de rechtbank als volgt.
2.8.1.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden niet veroordeeld tot het meewerken aan het verkrijgen van inzicht in de boedelbeschrijving (r.o. 2.3 sub a) omdat deze vordering prematuur is. [gedaagde 1] heeft aangevoerd dat hij niet gehouden is de boedelbeschrijving op te maken omdat hij geen executeur is. Dat klopt. Niet is gesteld dat [gedaagde 1] executeur is. De erfgenamen moeten op dit punt (het opmaken van de boedelbeschrijving) samenwerken. Zodra alle gegevens binnen zijn, kan [eiseres] een voorstel opmaken aan de hand van de gegevens, waarbij zij alle gegevens met [gedaagde 1] deelt. [gedaagde 1] moet daar dan te goeder trouw naar kijken en erop reageren en hij mag zijn goedkeuring niet op onredelijke gronden onthouden. Hij mag echter wel input leveren en goedkeuring onthouden als hij daar redelijke gronden voor heeft. Het is op dit moment nog te vroeg om hierover een veroordeling uit te spreken. Eerst moeten de gegevens binnen zijn en moet [eiseres] een voorstel doen.
2.8.2.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden veroordeeld tot het meewerken aan het verkrijgen van inzicht (door middel van het opvragen) in de aangifte en aanslag erfbelasting van erflater (r.o. 2.3 sub b), de aangifte en aanslag erfbelasting van erflaatster (sub c), de aangifte en aanslag van de Inkomstenbelasting 2023 (sub d), polissen van lijfrente, levensverzekering of anderszins kapitaalverzekeringen (sub f) en polis van de uitvaartverzekering (sub h). [gedaagde 1] heeft gesteld dat hij die stukken niet heeft en aangegeven bereid te zijn medewerking te verlenen aan het verkrijgen ervan. De rechtbank gaat ervan uit dat hij een machtiging op verzoek van (de advocaat van) [eiseres] ondertekent en terugstuurt, zodat [eiseres] aan de slag om documentatie op te vragen. [gedaagde 1] hoeft in dit stadium niet meer te doen dan het tekenen van de machtiging.
2.8.3.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden ook veroordeeld tot het meewerken aan het verkrijgen van (inzicht in) een overzicht van de bankrekeningen en bijbehorende bankrekeningafschriften van alle bankrekeningen die ten name van erflater waren gesteld over de periode 2018 tot en met de opheffing van de bankrekeningen (sub e). Weliswaar heeft [gedaagde 1] bankafschriften overgelegd, maar het is betwist dat dit alle gevorderde bankafschriften zijn en dat dit alle gevorderde afschriften zijn, kan ook niet zonder meer worden vastgesteld. Ook hier moet [gedaagde 1] op verzoek van (de advocaat van) [eiseres] een machtiging tekenen en terugsturen, zodat [eiseres] aan de slag kan. Meer hoeft hij in dit stadium niet te doen.
2.8.4.
De vordering wordt afgewezen ten aanzien van de nota van de kosten van de uitvaart van erflater (sub g). Gesteld en niet is betwist dat de nota inmiddels is ontvangen.
2.8.5.
De vordering tot het meewerken aan het verkrijgen van inzicht door het opvragen van taxatierapporten voor de voertuigen (sub i) wordt toegewezen op de in de beslissing weergegeven wijze. Dat taxatierapporten niet zijn opgemaakt en dat de voertuigen inmiddels zijn verkocht en (een deel van) de inboedel is afgevoerd, staat aan het opmaken van de taxatierapporten niet in de weg; dit is ook achteraf mogelijk. De rechtbank merkt hierbij wel op dat dit alleen zinvol is als de taxatiekosten in een redelijke verhouding staan tot de werkelijke waarde van de goederen. Als [eiseres] op onredelijke gronden kosten maakt, kunnen die voor haar rekening blijven in de eindbeslissing in de zaak. Doorgaans is het genoeg als het kenteken van de auto (en bouwjaar, uitvoering) wordt gedeeld en als alle betrokkenen bij de ANWB kijken wat de waarde was onder de omstandigheden (bijvoorbeeld verkoop particulier-particulier).
De vordering wat betreft de inboedel wordt afgewezen omdat [eiseres] niets heeft gesteld waaruit volgt dat zaken van waarde tot de inboedel behoren. Onder deze omstandigheden is de inboedel een kostenpost (opruimen/afvoeren kost meer dan de waarde), zo moet de rechtbank aannemen bij gebreke van een toelichting.
2.8.6.
De vordering wordt afgewezen ten aanzien van alle overige relevante financiële bescheiden (sub j), omdat deze vordering te onbepaald is.
2.9.
[eiseres] vordert dat, indien en voor zover [gedaagde 1] in gebreke blijft de gevorderde medewerking te verlenen, zij wordt gemachtigd om de betreffen gegevens zelfstandig en namens de gezamenlijke erfgenamen op te vragen, waarbij het vonnis in de plaats treedt van de vereiste toestemming van [gedaagde 1] . Deze vordering wordt toegewezen omdat (wat betreft [gedaagde 1] ) daartegen geen verweer is gevoerd en zij (wat betreft [gedaagde 2] ) de rechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Het spreekt vanzelf dat [eiseres] de ontvangen stukken moet delen met [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .
2.10.
De rechtbank spreekt de hoop uit dat partijen aan de hand van deze beslissingen een eind verder komen in de richting van duidelijkheid. Het ligt voor de hand dat partijen dan tot een minnelijke oplossing kunnen komen, omdat andere geschilpunten niet direct blijken uit de processtukken. Als een minnelijke oplossing niet lukt, moeten alle andere eventuele kwesties worden besproken tijdens de mondelinge behandeling.
2.11.
Gelet op de familierelatie tussen partijen ziet de rechtbank aanleiding om de proceskosten in het incident te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3.De beslissing

De rechtbank
In het incident
3.1.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om mee te werken aan het verkrijgen van inzicht in de samenstelling en omvang van de nalatenschap van erflater zoals hierna vermeld onder 3.2,
3.2.
verstaat onder het in r.o. 3.1 bepaalde:
dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op verzoek van (de advocaat van) [eiseres] binnen twee weken na ontvangst ervan een door [eiseres] opgemaakte machtiging ondertekenen en terugsturen die betrekking heeft op een verzoek om bij banken, verzekeraars, de Belastingdienst of andere relevante instanties stukken op te vragen over:
- de aangifte en aanslag erfbelasting van erflater,
- de aangifte en aanslag erfbelasting van erflaatster,
- de aangifte en aanslag van de Inkomstenbelasting 2023,
- een overzicht van de bankrekeningen en bijbehorende bankrekeningafschriften van alle bankrekeningen die ten name van erflater waren gesteld over de periode 2018 tot en met de opheffing van de bankrekeningen,
- polissen van lijfrente, levensverzekering of anderszins kapitaalverzekeringen,
- polis van de uitvaartverzekering,
dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op verzoek van (de advocaat van) [eiseres] een (door [eiseres] opgemaakt) voorstel voor een boedelbeschrijving met onderliggende bescheiden van zowel erflater als erflaatster beoordelen en zo spoedig mogelijk daarop reageren,
dat [gedaagde 1] op verzoek van (de advocaat van) [eiseres] voor iedere auto het kenteken, het bouwjaar en de gegevens over de uitvoering meedeelt aan [eiseres] ,
3.3.
bepaalt dat, indien [gedaagde 1] in gebreke blijft de in r.o. 3.2 vermelde machtigingen binnen twee weken na het eerste verzoek te verlenen, dit vonnis in de plaats treedt van de machtigingen, zodat [eiseres] bevoegd is deze gegevens zelfstandig en namens de gezamenlijke erfgenamen ( [gedaagde 2] , [gedaagde 1] en [eiseres] ) bij de betrokken instellingen op te vragen,
3.4.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,
In de hoofdzaak
3.6.
verwijst de zaak naar de rol van 1 juli 2026 voor beraad mondelinge behandeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.