Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:4062

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
01.189929.22
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring oproeping wegens niet juiste aanhangigmaking en betekening

De rechtbank Oost-Brabant heeft op 27 mei 2026 geoordeeld dat de oproeping van verdachte nietig is. Dit omdat niet is gebleken dat de zaak op de wettelijk voorgeschreven wijze aanhangig is gemaakt en dat de oproeping aan verdachte rechtsgeldig is betekend. De dagvaarding van 16 september 2025 was eerder nietig verklaard en er is geen nieuwe dagvaarding uitgebracht om de zaak opnieuw aanhangig te maken.

De rechtbank constateerde dat uit de akte van uitreiking niet blijkt dat er een poging is gedaan om de oproeping persoonlijk aan verdachte te betekenen. Hoewel er op 13 en 15 mei 2026 pogingen waren om de oproeping persoonlijk uit te reiken, was er al op 13 mei 2026 een OM-betekening van de oproeping gedaan zonder dat het adres vijf dagen na de eerste aanbieding was geverifieerd.

Verdachte is niet verschenen op de terechtzitting van 27 mei 2026. Gezien het ontbreken van een geldige oproeping verklaart de rechtbank de oproeping nietig en kan de zaak niet verder worden behandeld. Dit vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant.

Uitkomst: De oproeping van verdachte is nietig verklaard wegens niet rechtsgeldige aanhangigmaking en betekening.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.189929.22 (hoofdzaak)
Datum uitspraak: 27 mei 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1984] ,
wonende te [adres] .
Deze zaak is, na nietigverklaring van de dagvaarding van 16 september 2025, niet (opnieuw) aanhangig gemaakt bij dagvaarding. Enkel is verdachte opgeroepen om ter terechtzitting van 27 mei 2026 te verschijnen.

De geldigheid van de oproeping.

De rechtbank verklaart de oproeping van verdachte nietig, aangezien niet is gebleken dat de zaak op de bij wet voorgeschreven wijze aanhangig is gemaakt en aan verdachte is betekend. Immers, uit de akte van uitreiking blijkt niet dat er is getracht een
dagvaardingaan verdachte in persoon uit te reiken.
Daarnaast heeft er, voordat er op 13 mei 2026 en op 15 mei 2026 een poging is gedaan een
oproepingin persoon uit reiken, reeds op 13 mei 2026 een OM-betekening van deze oproeping plaatsgevonden. Daar komt bij dat de OM-betekening heeft plaatsgevonden zonder dat het adres vijf dagen na de eerste dag van aanbieding is geverifieerd. Verdachte is vervolgens niet ter terechtzitting is verschenen.

De uitspraak.

De rechtbank verklaart de oproeping van verdachte nietig.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. E.H. Groen, voorzitter,
mr. M.L.W.M. Viering en mr. I.C. Meuris, leden,
in tegenwoordigheid van mr. N.J.S. Doornbosch, griffier,
en is uitgesproken op 27 mei 2026.