ECLI:NL:RBOBR:2026:4032

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
12073855 \ EJ VERZ 26-61
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:195 BWArt. 4:198 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid verzoeker als enige vereffenaar nalatenschap met uitsluiting overige erfgenamen

Op 5 juni 2026 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een verzoekschrift betreffende de nalatenschap van een in 2025 overleden erflaatster. De erflaatster liet twee kinderen na, waarvan één reeds in 2019 was overleden en drie kleinkinderen als diens erfgenamen. De nalatenschap werd beneficiair aanvaard door verzoeker.

Verzoeker verzocht op grond van artikel 4:198 BW Pro om hem, met uitsluiting van de overige erfgenamen, aan te wijzen als enige vereffenaar van de nalatenschap. Dit verzoek werd ondersteund door de drie kleinkinderen, die geen bezwaar maakten. De reden voor het verzoek was dat de notaris geen verklaring van erfrecht kon opstellen vanwege onduidelijkheden over de afstammingslijn en buitenlandse woonplaatsen van de kleinkinderen, waardoor gezamenlijke vereffening praktisch onmogelijk was.

De kantonrechter overwoog dat artikel 4:198 BW Pro een beperkte afwijking van het uitgangspunt van gezamenlijke vereffening toestaat wanneer vereffening anders niet mogelijk is. Gezien de omstandigheden en instemming van de overige erfgenamen werd het verzoek toegewezen. Verzoeker is daarmee bevoegd om alle vereffeningsbevoegdheden alleen uit te oefenen.

Uitkomst: Verzoeker wordt met uitsluiting van overige erfgenamen bevoegd verklaard om alle vereffeningsbevoegdheden van de nalatenschap uit te oefenen.

Uitspraak

RECHTBANKOOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer / rekestnummer: 12073855 \ EJ VERZ 26-61
Beschikking van 5 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. S.R. Baetens,
en

1.[belanghebbende 1] ,

te [plaats] ( [land] ),
2.
[belanghebbende 2],
te [plaats] ( [land] ),
3.
[belanghebbende 3],
te [plaats] ( [land] ),
belanghebbenden,
hierna (samen) te noemen: [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift
  • de e-mail van de gemachtigde van [verzoeker] van 13 maart 2026
  • de e-mail van de gemachtigde van [verzoeker] van 25 maart 2026
  • de e-mail van de gemachtigde van [verzoeker] van 2 april 2026
  • de e-mail van [belanghebbende 1] van 9 april 2026
  • de e-mail van [belanghebbende 3] van 10 april 2026
  • de e-mail van [belanghebbende 2] van 6 mei 2026.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Op [overlijdensdatum] 2025 is in [plaats] overleden [erflaatster] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1942 (hierna: erflaatster). De laatste woonplaats van erflaatster was [plaats] .
2.2.
Erflaatster had twee kinderen, namelijk [verzoeker] en [kind erflaatster] (hierna: [kind erflaatster] ). [kind erflaatster] is volgens [verzoeker] overleden op [overlijdensdatum] 2019. [kind erflaatster] heeft, voor zover bekend, drie kinderen: [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] .
2.3.
In het testament van 2 december 1980 heeft erflaatster beschikt over haar nalatenschap. In haar testament heeft erflaatster bepaald dat haar nalatenschap zal vererven volgens de Nederlandse wet, zoals deze ten tijde van haar overlijden van kracht. Verder heeft zij bepalingen opgenomen voor het geval zij met of vóór haar echtgenoot overlijdt. Erflaatster is na haar echtgenoot overlijden. Dat betekent dat volgens het versterferfrecht erflaatster [verzoeker] en de afstammelingen van [kind erflaatster] als erfgenamen heeft achtergelaten.
2.4.
De nalatenschap is door [verzoeker] beneficiair aanvaard.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter om op grond van artikel 4:198 BW Pro te bepalen dat [verzoeker] , met uitsluiting van de overige erfgenamen, bevoegd is om alle bevoegdheden als vereffenaar van de nalatenschap van erflaatster uit te oefenen.
3.2.
[belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] hebben bij de kantonrechter kenbaar gemaakt dat zij het eens zijn (“fully agree”) met het verzoek van [verzoeker] .

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter overweegt als volgt. Als een nalatenschap door een of meer erfgenamen beneficiair is aanvaard en moet worden vereffenend, dan zijn alle erfgenamen vereffenaar (artikel 4:195 lid 1 BW Pro). Tenzij de kantonrechter anders bepaalt, oefenen deze erfgenamen hun bevoegdheden als vereffenaars samen uit (artikel 4:198 lid 1 BW Pro).
4.2.
Gelet op de formulering van artikel 4:198 BW Pro gaat het om een beperkte bevoegdheid om af te wijken van het uitgangspunt dat de vereffenaars gezamenlijk de nalatenschap vereffenen. Het moet gaan om voorzieningen te kunnen treffen ten behoeve van de nalatenschap als geheel, waarbij één of meer vereffenaars niet in staat of niet beschikbaar zijn om de bevoegdheden gezamenlijk met de andere vereffenaars uit te voeren.
4.3.
[verzoeker] heeft in zijn verzoekschrift toegelicht dat het nu niet mogelijk is om de nalatenschap te vereffenen en dus af te wikkelen. Hij geeft aan dat hij een notaris heeft gevraagd om een verklaring van erfrecht op te stellen. De notaris heeft echter aangegeven geen goed erfgenamenonderzoek te kunnen verrichten. [kind erflaatster] was in het verleden in diverse buitenlanden woonachtig en het is voor de notaris niet te verifiëren of [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] de enige kinderen van [kind erflaatster] zijn. Omdat er geen verklaring van erfrecht is, kunnen [verzoeker] , [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] zich niet als bevoegde partijen legitimeren en kunnen zij de nalatenschap niet vereffenen. Daarnaast is het volgens [verzoeker] makkelijker als hij de nalatenschap vereffend, omdat [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] in [land] wonen.
4.4.
[belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] hebben geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek van [verzoeker] .
4.5.
De kantonrechter zal gelet op het voorgaande het verzoek van [verzoeker] toewijzen. Dat betekent dat de kantonrechter zal bepalen dat [verzoeker] , met uitsluiting van de overige erfgenamen, bevoegd is om alle bevoegdheden als vereffenaar van de nalatenschap van erflaatster uit te oefenen.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
bepaalt dat [verzoeker] op grond van artikel 4:198 BW Pro, met uitsluiting van de overige erfgenamen, bevoegd is om alle bevoegdheden als vereffenaar van de nalatenschap van erflaatster uit te oefenen.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.A. Donkersloot en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026.