ECLI:NL:RBOBR:2026:3983

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
12035758 \ CV EXPL 25-7528
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230n BWArt. 6:230v BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens niet-naleving precontractuele informatieplichten bij bruikleen medische hulpmiddelen

Medicura vordert betaling van kosten en ontbinding van een huurovereenkomst met betrekking tot medische hulpmiddelen, terwijl de overeenkomst feitelijk een bruikleenovereenkomst betreft waarbij de hulpmiddelen 26 weken kosteloos worden verstrekt. De kantonrechter stelt vast dat Medicura niet heeft voldaan aan de wettelijke precontractuele informatieplichten uit het Burgerlijk Wetboek, met name inzake de prijs en bijkomende kosten.

De handelaar moet volgens artikel 6:230m en 6:230v BW de consument duidelijk informeren over essentiële aspecten van de overeenkomst, waaronder de totale prijs en betalingsverplichting. Medicura heeft dit nagelaten, waardoor de consument niet op juiste wijze is geïnformeerd over eventuele kosten na de kosteloze periode.

De rechtbank oordeelt dat de consument op grond van artikel 6:230n lid 3 BW geen bijkomende kosten verschuldigd is als deze niet vooraf zijn medegedeeld. De vordering tot betaling van kosten, incassokosten, rente en ontbinding wordt daarom afgewezen. Medicura wordt veroordeeld in de proceskosten, die voor gedaagde nihil worden begroot.

Uitkomst: De vordering van Medicura wordt afgewezen wegens niet-naleving van precontractuele informatieplichten, waardoor geen betalingsverplichting is ontstaan.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht
Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch
Zaaknummer : 12035758 \ CV EXPL 25-7528
Datum : 4 juni 2026
in de zaak van:
de besloten vennootschap
MEDICURA,
gevestigd te Nederweert,
eisende partij,
gemachtigde: Rexxoo B.V.,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De verdere procedure

Op 19 maart 2026 heeft de kantonrechter een tussenvonnis (hierna verder: het tussenvonnis) gewezen. Voor het verloop van de procedure wordt naar het tussenvonnis verwezen.
Bij akte van 16 april 2026 heeft eisende partij haar vordering nader toegelicht.

2.De verdere beoordeling

Uit de nadere toelichting van eisende partij begrijpt de kantonrechter dat de vordering ziet op een overeenkomst op afstand. De handelaar moet bij het sluiten van dat soort overeenkomsten voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikelen 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW).
De bestelknop; de informatieverplichting van artikel 6:230v lid 3 BW
Volgens artikel 6:230v lid 3 BW moet de handelaar het elektronische bestelproces zo inrichten dat de consument een aanbod pas kan aanvaarden als hem op niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk is gemaakt dat zijn bestelling een betalingsverplichting inhoudt. Als gebruik wordt gemaakt van een bestelknop of een soortgelijke functie, moet deze een ondubbelzinnige formulering bevatten die goed leesbaar is en waaruit blijkt dat het plaatsen van een bestelling een betalingsverplichting ten opzichte van de handelaar inhoudt.
Overige essentiële (pre)contractuele informatieplichten; artikel 6:230m lid 1 BW
Volgens artikel 6:230m lid 1 BW moet de handelaar de consument voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijke wijze informeren over (in dit geval): de kenmerken van het product (sub a), de identiteit van de handelaar (sub b), de contactinformatie van de handelaar (sub c), de prijs van het product (sub e), de wijze van betaling en levering inclusief de leveringstermijn (sub g) en het recht van ontbinding van de overeenkomst (sub h). Voor zover van toepassing, moet de handelaar de consument ook informeren over de duur van de overeenkomst en de voorwaarde van opzegging (sub o) en de minimumduur waarbinnen de consument niet kan opzeggen (sub p). De handelaar moet deze informatie vervolgens bevestigen op een duurzame gegevensdrager. Een duurzame gegevensdrager betekent dat de consument de informatie eenvoudig moet kunnen bewaren, zoals bijvoorbeeld een e-mail of een brief.
De vordering wordt afgewezen omdat eisende partij niet heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten
Uit de summiere stellingen van eisende partij in de dagvaarding valt te herleiden dat gedaagde partij een bruikleenovereenkomst met eisende partij is aangegaan met betrekking tot een rolstoel. Echter, de facturen waarvan eisende partij betaling vordert, hebben betrekking op een huurovereenkomst. Eisende partij vordert eveneens ontbinding van die huurovereenkomst. Over de totstandkoming van een huurovereenkomst heeft eisende partij niets gesteld.
De kantonrechter begrijpt uit de stellingen van eisende partij en uit de overgelegde schermafbeeldingen van het online bestelproces dat door haar ter beschikking gestelde hulpmiddelen 26 weken kosteloos kunnen worden gebruikt. Eisende partij heeft onder meer gesteld:
“Op de website wordt aan de consument op verschillende momenten aangegeven dat de hulpmiddelen de eerste 26 weken gratis worden verstrekt. Dit is conform de afspraken tussen eisende partij en de zorgverzekeraars. Bij de bestelknop staat dan ook begrijpelijkerwijs “ik ga bestellen”, om de hulpmiddelen uitgeleverd te krijgen. Er kan ook geen “ik ga een betalingsverplichting aan” staan. Omdat er geen betalingsverplichting wordt aangegaan.”
Uit deze eigen stellingen van eisende partij blijkt dat gedaagde partij uit hoofde van de online gesloten (bruikleen)overeenkomst niet gehouden is enig bedrag aan eisende partij te betalen. Immers wordt volgens eisende partij geen betalingsverplichting aangegaan.
Voor zover de bruikleenovereenkomst al enige betalingsverplichting met zich mee zou brengen, blijkt nergens uit dat eisende partij gedaagde partij voorafgaand aan of bij het sluiten van de overeenkomst heeft geïnformeerd over de te betalen prijs inclusief alle eventuele bijkomende kosten, anders dan de vermelding dat het gebruik (in ieder geval) de eerste 26 weken kosteloos is. Op grond van artikel 6:230n lid 3 BW is een consument bijkomende kosten in dat geval niet verschuldigd. Nu de gevorderde hoofdsom kennelijk uitsluitend ziet op die kosten, zal de vordering worden afgewezen.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en rente worden afgewezen omdat de hoofdsom niet toewijsbaar is.
De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en tot betaling van de huurtermijnen tot het moment van ontbinding zal eveneens worden afgewezen. Eisende partij heeft deze vordering gegrond op het niet nakomen van betalingsafspraken, maar hiervoor is geoordeeld dat gedaagde partij niets aan eisende partij verschuldigd is. Van een tekortkoming is dus niet gebleken.
Eisende partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten van gedaagde partij worden begroot op nihil;

3.De beslissing

De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt eisende partij in de proceskosten van gedaagde partij begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.A. Donkersloot, en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026.