Belanghebbende maakte bezwaar tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding voor een taxatierapport dat door zijn taxateur was opgesteld in het kader van de WOZ-waarde van zijn onroerende zaak. De heffingsambtenaar had een vergoeding van €10,69 toegekend, gebaseerd op een tijdsinvestering van 10 minuten. Belanghebbende stelde dat de taxateur twee uur aan het rapport had gewerkt en dat de vergoeding daarom hoger moest zijn.
De rechtbank overwoog dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de taxateur daadwerkelijk twee uur had besteed aan het rapport. De heffingsambtenaar had gemotiveerd toegelicht dat het rapport grotendeels geautomatiseerd tot stand kwam en dat tienduizenden soortgelijke rapporten in korte tijd werden vervaardigd, wat wijst op een geringe tijdsinvestering. Belanghebbende had dit niet weersproken.
De rechtbank concludeerde dat de door de heffingsambtenaar gehanteerde tijdsinvestering van tien minuten redelijk was en dat de vergoeding van €10,69 passend was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg geen hogere proceskostenvergoeding toegekend.