Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, ontvangen op 26 januari 2026;
- de mondelinge behandeling van 2 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Partijen, ouders van een minderjarig kind, zijn in geschil over de omgangsregeling. De vrouw vordert een regeling waarbij de man om de twee weken een weekend omgang heeft, terwijl de man een regeling vordert waarbij het kind om de week bij hem verblijft.
De rechtbank stelt dat een kort geding zich in beginsel niet leent voor het vaststellen van een omgangsregeling omdat dit een constitutief vonnis oplevert. Alleen nakoming van een bestaande regeling kan in kort geding worden gevorderd, tenzij bijzondere omstandigheden zoals het ontbreken van enige omgang aannemelijk zijn gemaakt.
De voorzieningenrechter constateert dat geen omgangsregeling is overeengekomen of vastgesteld en dat geen bijzondere omstandigheden of spoedeisend belang zijn aangetoond. Het verschil in standpunten en het ontbreken van bewijslevering in kort geding maken het niet geschikt voor een beslissing over de omgang.
Daarom wijst de rechtbank de vorderingen af en compenseert de proceskosten tussen partijen, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot vaststelling van een voorlopige omgangsregeling af wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden en spoedeisend belang.