Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:3424

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
01/296222/25
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 14e SrArt. 36f Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling belaging ex-partner met stalking en bedreiging

De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor belaging van zijn ex-partner gedurende de periode van 25 juli 2025 tot en met 4 november 2025. Verdachte maakte zich schuldig aan het stelselmatig en opzettelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer door onder meer het plaatsen van het hoofd van een onthoofde knuffel in het slaapkamerraam, het leeg laten lopen van fietsbanden, het sturen van dreigende en beledigende berichten via diverse kanalen, en het zich ophouden in de nabijheid van de woningen van het slachtoffer en haar ouders.

De bewijslast werd onder meer gedragen door verklaringen van het slachtoffer, getuigen, forensisch DNA-onderzoek dat het DNA van verdachte op de knuffel aantoonde, en digitale gegevens van telefoongebruik. De verdediging betwistte enkele onderdelen, zoals het plaatsen van de knuffel en de pleegperiode, maar deze verweren werden door de rechtbank verworpen.

De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een stoornis in cannabisgebruik en een ontwikkelingsstoornis, en het advies van de reclassering. De straf werd vastgesteld op 240 dagen gevangenisstraf, waarvan 139 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden. Daarnaast werd een 38v-maatregel opgelegd met een contact- en locatieverbod van drie jaar. De benadeelde partij kreeg een schadevergoeding van €3.751,69 toegewezen, bestaande uit materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 240 dagen gevangenisstraf waarvan 139 voorwaardelijk, 3 jaar contact- en locatieverbod en schadevergoeding van €3.751,69.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.296222.25
Datum uitspraak: 21 mei 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1995] ,
wonende te [woonplaats] .
Dit vonnis is op tegenspraak
gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 13 februari 2026 en 7 mei 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 15 januari 2026.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, in of omstreeks de periode van 25 juli 2025 tot en met 4 november 2025 te Oss,
althans in Nederland,
wederrechtelijk
stelselmatig
opzettelijk
inbreuk heeft gemaakt
op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] ,
door:
- voornoemde [slachtoffer] veelvuldig te bellen en/of audiogesprekken via facebook te starten,
- veelvuldig (onder meer) denigrerende en dreigende berichten via verschillende kanalen naar voornoemde [slachtoffer] te sturen,
- het hoofd van een onthoofde knuffel tussen het slaapkamerraam van voornoemde [slachtoffer] te plaatsen,
- zich veelvuldig op te houden in de nabijheid van de woning(en) van de ouders van voornoemde [slachtoffer] , en/of
- de fietsband(en) van voornoemde [slachtoffer] leeg te laten lopen,
met het oogmerk voornoemde [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
Bewijs
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft zich – onder verwijzing naar het schriftelijke requisitoir – op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman heeft op de in de pleitnota genoemde gronden betoogd dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken van het plaatsen van het hoofd van een onthoofde knuffel tussen het slaapkamerraam van aangeefster [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ). Ook heeft de raadsman verzocht verdachte vrij te spreken van de tenlastegelegde periode vóór 7 september en ná 12 oktober 2025.
Het oordeel van de rechtbank. [1]
De bewijsmiddelen.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. Dat volgt uit de feiten en omstandigheden, zoals die blijken uit de hieronder uitgewerkte bewijsmiddelen.
1. Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 9 oktober 2025 (inclusief fotobijlagen), p. 29, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven:
In februari 2025 was ik er helemaal klaar mee. Ik heb tegen [verdachte] gezegd dat het helemaal over is en dat hij mij met rust moet laten.
Op 19 juni 2025 heb ik contact met de politie opgenomen om aan te geven dat [verdachte] mij lastig valt en is dit vastgelegd en is mij onderstaand aangegeven:
- Hij wacht [slachtoffer] op na hockey training en dwingt haar dan met hem te praten. (Fiets sleutel uit haar fiets trekken en weggooien/vasthouden, fiets blokkeren, achter haar aan blijven fietsen), belt haar soms meer dan 40 keer per dag en stuurt haar enorm veel apps.
- Als ze niet reageert dat gaan hij vaak voor haar woning fietsen of bij haar ouders huis staan. Ouders hebben ook gezegd dat [verdachte] soms op de stoep staat te wachten tot [slachtoffer] een keer naar buiten komt. Ouders zijn gescheiden en hij doet dit bij beide adressen.
- Als ze hem blokkeert, dan appt hij via vrienden / familie.
Na het stopgesprek van 24 juli 2025 is het volgende gebeurd:
- 25 juli 2025; 5x anoniem gebeld.
- 31 juli 2025; 1x anoniem gebeld.
- 18 augustus 2025; Binnenband van mijn fiets lag eruit bij het centraal station te Oss .
- 28 augustus 2025; was ik bij mijn vader, fiets stond op een openbare plaats. Band was leeggelopen. Ventiel was losgedraaid.
- 7 september 2025; 8x anoniem gebeld tussen 7 .00 uur en 8.44 uur. 3x gebeld door het telefoonnummer van [verdachte] , zijnde tel nr [telefoonnummer 1] . Om 8.47 uur een whatsapp bericht van een foto van ons samen en zag dat er een bericht eronder verwijderd was.
- 16 september 2025 5x anoniem gebeld tussen 8,28 uur en 8,54 uur.
- 20 september 2025 1x anoniem gebeld om 22.00 uur.
- 25 september 2025 1x anoniem gebeld om 20.22 uur.
- 27 september 2025 3x anoniem gebeld tussen 6.11 uur en 7 .07 uur.-29 september 2025 1x anoniem gebeld om 22.42 uur.
-30 september 2025 5x anoniem gebeld. Tussen 11.00 uur en 23.01 uur
- 4 oktober 2025; 35x anoniem gebeld en tekstberichten gestuurd door [verdachte] met hetzelfde telefoonnummer. [verdachte] voegt mij toe aan snapchat. Ik heb dat niet geaccepteerd en kon mij een bericht sturen. Hiermee stuurt hij een flinke bedreiging
- 5 oktober 2025; 5x anoniem gebeld. Niet opgenomen. 2x gebeld door [verdachte] met hetzelfde telefoonnummer. Niet opgenomen. [verdachte] stuurt twee berichten via snapchat en heeft dit ook via berichten op telefoon verstuurd, met hetzelfde telefoonnummer.
- 6 oktober 2025; 19x anoniem gebeld. 1 bericht via tekstbericht met hetzelfde telefoonnummer en 3 voicemail berichten. Hier wordt niets op ingesproken. Ik heb via voicemail geluisterd met welke telefoonnummer er gebeld werd en betrof hetzelfde telefoonnummer van [verdachte] .
- 7 oktober 2025; 5x anoniem gebeld. Niet opgenomen. [verdachte] stuurt 3 berichten via snapchat.
- 8 oktober 2025; 6x anoniem gebeld. Niet opgenomen. 9x gebeld door [verdachte] met hetzelfde telefoonnummer.
Om 6.44 uur werd ik wakker. Ik was in de woning van mijn vader. Ik zag dat er een kop van een pop geklemd zat in het raam. Dit was de kop van een pop, welke ik ook heb. Ik heb naar deze pop gezocht, maar kan ik nergens meer vinden. [verdachte] heeft eerder ook al wel eens een pop/knuffel van mij vernield.
Later via snapchat onder hetzelfde eerdere account 5 berichten gestuurd met heel
vervelende tekst en ook bedreigingen.
2. Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] van 15 oktober 2025, p. 41, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven:
Ik zie al maanden een jongen hier fietsen. Andere buren zagen hem, net als ik, steeds staan met de fiets. Ik zag hem altijd ter hoogte van de [adres 1] onder de boom staan ter hoogte van huisnummer [adres 1] . Ik zag hem vanaf ongeveer juni of juli staan. Ik zag hem wel meerdere keren per maand staan. Op een gegeven moment schreef [naam] in de buurtapp dat 1 van haar dochters gestalkt werd. Er werd een foto van de jongen gestuurd in de buurtapp en ik herkende de jongen welke ik vaker in de straat heb gezien.
3. Een proces-verbaal van bevindingen van 18 oktober 2025, p. 91, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven:
Ik verbalisant [verbalisant 1] , bekeek op donderdag 23 oktober 2025 de aangeleverde verkeersgegevens. Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer 2] , in gebruik bij verdachte, [verdachte] (126NA bevraagd), 369 keer contact heeft gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer 4] van aangeefster [slachtoffer] . Hieronder wordt aangegeven hoe vaak [verdachte] aangeefster [slachtoffer] per dag belde of een sms verstuurden.
7 september 2025, 11 keer gebeld
16 september 2025, 3 keer gebeld
25 september 2025, 1 keer gebeld
27 september 2025, 3 keer gebeld
29 september 2025, 1 keer gebeld
30 september 2025, 4 keer gebeld
2 oktober 2025, 1 keer gebeld
3 oktober 2025, 131 keer gebeld
4 oktober 2025, 33 keer gebeld en 4 smsjes verstuurd
5 oktober 2025, 7 keer gebeld en 2 smsjes verstuurd
6 oktober 2025, 104 keer gebeld en 5 smsjes verstuurd
7 oktober 2025, 6 keer gebeld en 1 sms verstuurd
8 oktober 2025, 30 keer gebeld en 5 smsjes verstuurd
9 oktober 2025, 5 keer gebeld
10 oktober 2025, 7 keer gebeld en 3 smsjes verstuurd
12 oktober 2025, 2 keer gebeld
4. Een proces-verbaal van bevindingen van 29 november 2025, p. 115, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven:
De telefoon van [verdachte] werd inbeslaggenomen onder goednummer 2406775. De telefoon werd overgedragen aan de digitale recherche. Door de digitale recherche werd er een digitaal rapport van de telefoon opgemaakt.
Facebook Messenger:
Ik zag op de volgende berichten van [verdachte] (owner) met account [nummer] naar [slachtoffer] met account [nummer] :
25 oktober 2025 04:48:15: "9"
25 oktober 2025 04:48:15: Verzenden van heen chatbericht ongedaan gemaakt.
25 oktober 2025 04:49:16: Gemist audiogesprek 06:49
25 oktober 2025 04:49:21: Gemist audiogesprek 06:49
25 oktober 2025 04:53:17: "Hoe is de vriendschap tussen jou en tom ?
25 oktober 2025 04:53:31: Gemist audiogesprek 06:53
25 oktober 2025 04:53:38: Gemist audiogesprek 06:53
25 oktober 2025 04:54:32: "3 jaar mij voor de gek gehouden jou karma komt nog wel"
25 oktober 2025 04:55:05: "Achterlijke kankerhoer"
25 oktober 2025 04:55:14: "Hoop dat je snel dood bent"
25 oktober 2025 04:55:40: Gemist audiogesprek 06:55
25 oktober 2025 04:55:45: Gemist audiogesprek 06:55
25 oktober 2025 04:55:49: Gemist audiogesprek 06:55
25 oktober 2025 04:56:32: Gemist audiogesprek 06:56
25 oktober 2025 05:30:42: Gemist audiogesprek 07:30
25 oktober 2025 05:39:44: Gemist audiogesprek 07:39
25 oktober 2025 05:39:52: Gemist audiogesprek 07:39
25 oktober 2025 13:01:45: Gemist audiogesprek 15:01
25 oktober 2025 13:08:32: Gemist audiogesprek 15:08
25 oktober 2025 13:08:36: Gemist audiogesprek 15:08
25 oktober 2025 13:08:50: Gemist audiogesprek 15:08
25 oktober 2025 13:29:10: Gemist audiogesprek 15:29
25 oktober 2025 13:29:23: Gemist audiogesprek 15:29
25 oktober 2025 13:38:50: Gemist audiogesprek 15:38
25 oktober 2025 13:39:05: Gemist audiogesprek 15:39
27 oktober 2025 14:21:51: "Kankerhoertje"
5. Een proces-verbaal van bevindingen van 8 oktober 2025, p. 63, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven:
Op 8 oktober 2025 kregen wij, verbalisanten de melding van het operationeel centrum dat een meisje, wie later bleek te zien [slachtoffer] , vanmorgen een onthoofde knuffel tussen haar slaapkamer raam aangetroffen zou hebben.
[slachtoffer] zei dat we met haar mee naar haar kamer mochten lopen en dat zij aan ons de knuffel zou laten zien. Wij zagen dat haar kiepkantelraam op kiepstand openstond. Wij zagen dat er een groen object, wat later het hoofd van een Yoda-knuffel bleek te zijn, aan de linkerkant tussen het kiepkantelraam en het kozijn geklemd zat. Wij zagen dat het hoofd van de Yoda-knuffel, op nog geen meter afstand van het hoofdeinde van haar bed tussen het raam geklemd zat.
Ik, verbalisant [verbalisant 2] , hoorde dat [slachtoffer] zei dat ze afgelopen week meer dan 150 keer gebeld was door haar ex [verdachte] en dat ze veel berichtjes van hem ontvangt via Snapchat.
We besloten de knuffel in een DNA-kit mee te nemen.
Goed
Goednummer: PL2100-2025227086-2395770
Object: Speelgoed (Knuffel)
6. Een proces-verbaal vooronderzoek lab, p. 196, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven:
In verband met een onderzoek naar stalking te Oss werd door ons een forensisch onderzoek verricht naar biologische sporen aan onderstaande sporendrager:
Goednummer: PL2100-2025227086-2395770
SIN: AAQU6698NL
Object: Speelgoed (Knuffel)
Inhoud/specificatie: Het hoofd van een yodaknuffel.
Veiliggesteld spoor
Spoornummer: PL2100-2025227086-110782
SIN: AASN2903NL
Relatie met SIN: AAQU6698NL
7. Een rapport forensisch DNA-onderzoek van The Maastricht Forensic Institute B.V. van 31 oktober 2025, p. 272, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven:

4.Interpretatie DNA-resultatenBemonstering: gehele kop AASN2903NLDNA-profiel: DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal drie donoren, van wie zeker één man.Er is een DNA-mengprofiel afgeleid van één vrouw en één man.Mogelijke donor van DNA: [verdachte] (afgeleid DNA-mengprofiel)

6.Berekening van de bewijskrachtHypothese 1: de bemonstering bevat DNA van [verdachte] en twee onbekende personen.Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van drie onbekende personen.De resultaten van het onderzoek zijn meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.

8. Een proces-verbaal van het kabinet rechter-commissaris van verhoor verdachte [verdachte] van 7 november 2025, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven:
Ik ben wel vaak langs geweest. Van juli tot november(de rechtbank begrijpt: 2025)
ben ik ongeveer 10 keer langs haar huis gefietst.
9. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 7 mei 2026, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven:
Ik heb op 24 juli een stopgesprek met de politie gehad. Daarna heb ik [slachtoffer] vaak gebeld. Ook heb ik haar veel beledigende berichten gestuurd. De fiets van [slachtoffer] stond bij de voordeur van de woning haar vader. Ik heb toen de fietsband daarvan leeg laten lopen. Daarnaast heb ik meerdere keren door de straat van de woning van de moeder van [slachtoffer] gefietst. Ik hoopte dat [slachtoffer] zou worden opgehaald en ik dat zou zien. Daardoor zou ik meer duidelijkheid krijgen waarom zij de relatie heeft verbroken en of zij alweer een ander had.
De bewijsoverwegingen.
Knuffel.
Verdachte heeft ter terechtzitting ontkend dat hij het hoofd van de aangetroffen Yoda-knuffel in het raam van de slaapkamer van [slachtoffer] heeft geplaatst. Hij zou deze knuffel nooit in zijn bezit hebben gehad, maar wel hebben gezien op het bed van [slachtoffer] als hij op haar kamer was. Dan heeft hij die knuffel ook wel eens vast gehad.
De rechtbank is allereerst van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] geloofwaardig en betrouwbaar is. [slachtoffer] heeft bij haar aangifte de belagingshandelingen van verdachte op gedetailleerde wijze en feitelijk beschreven. Bovendien wordt haar verklaring op meerdere punten ondersteund door de andere bewijsmiddelen in het dossier, waaronder ook de verklaring van verdachte zelf, namelijk dat verdachte [slachtoffer] na het stopgesprek veelvuldig heeft gebeld, (beledigende en dreigende) berichten naar haar heeft gestuurd, haar fietsbanden heeft laten leeglopen en zich meermalen heeft opgehouden in de straat van de woning van haar ouders.
Verder steunbewijs ziet de rechtbank in het TMFI rapport van 31 oktober 2025. Uit dit rapport blijkt dat uit de bemonstering op de gehele kop van de knuffel een DNA-mengprofiel van minimaal drie donoren is verkregen, waarbij een DNA-mengprofiel is afgeleid van één vrouw en één man. Het DNA-profiel van verdachte komt overeen met dit DNA-mengprofiel. Het DNA-mengprofiel is meer dan een miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van verdachte en twee onbekende personen, dan wanneer het DNA afkomstig is van drie onbekende personen. De rechtbank concludeert hieruit, met inachtneming van de rest van het dossier, dat verdachte donor is van het celmateriaal op de knuffel.
De rechtbank overweegt dat het plaatsen van het hoofd van de knuffel door verdachte past in het samenstel van alle uit het dossier blijkende feiten en omstandigheden. Zo had verdachte [slachtoffer] in de week voorafgaand aan het aantreffen van de knuffel, meer dan 150 keer gebeld en haar veel berichtjes via Snapchat gestuurd. Het dossier bevat geen aanwijzingen dat een andere persoon dan verdachte betrokken is geweest bij het plaatsen van de knuffel.
Dit maakt dat de rechtbank [slachtoffer] óók volgt in het gedeelte van haar verklaring dat ziet op het hoofd van de knuffel. Het dossier bevat geen aanknopingspunten om aan te nemen dat [slachtoffer] op dit specifieke punt niet de waarheid heeft verklaard.
Gelet op vorenstaande verwerpt de rechtbank het verweer van de verdediging en acht zij óók wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hoofd van een onthoofde knuffel tussen het slaapkamerraam van [slachtoffer] heeft geplaatst.
Pleegperiode.
Anders dan door de verdediging is gesteld, ziet de rechtbank geen aanleiding om de ten laste gelegde pleegperiode te bekorten. Zij overweegt daartoe het volgende.
Verdachte heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij van juli tot november (de rechtbank begrijpt: 2025) ongeveer tien keer langs de woning van de moeder van [slachtoffer] is gefietst. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij dit deed omdat hij wilde zien of zij door een ander werd opgehaald.
[slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte haar vanaf 25 juli 2025, een dag na het stopgesprek met de politie, veelvuldig heeft lastiggevallen. Daarnaast heeft getuige [getuige 1] , de buurvrouw van de moeder van [slachtoffer] , verklaard dat zij verdachte vanaf ongeveer juni of juli in haar straat zag langsfietsen. Bovendien blijkt uit het onderzoek naar de telefoon van verdachte dat verdachte [slachtoffer] op 25 oktober 2025 veelvuldig heeft gebeld en berichten heeft gestuurd. Ook op 27 oktober 2025 heeft verdachte haar nog een beledigend bericht gestuurd. Het verweer wordt daarom verworpen.
De rechtbank acht gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich gedurende de periode van 25 juli 2025 tot en met 4 november 2025 schuldig heeft gemaakt aan belaging van [slachtoffer] .
De bewezenverklaring.
Op grond van het voorgaande, alsmede op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte
in de periode van 25 juli 2025 tot en met 4 november 2025 te Oss ,
wederrechtelijk
stelselmatig
opzettelijk
inbreuk heeft gemaakt
op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] ,
door:
- voornoemde [slachtoffer] veelvuldig te bellen en audiogesprekken via facebook te starten,
- veelvuldig (onder meer) denigrerende en dreigende berichten via verschillende kanalen naar voornoemde [slachtoffer] te sturen,
- het hoofd van een onthoofde knuffel tussen het slaapkamerraam van voornoemde [slachtoffer] te plaatsen,
- zich veelvuldig op te houden in de nabijheid van de woningen van de ouders van voornoemde [slachtoffer] , en
- de fietsbanden van voornoemde [slachtoffer] leeg te laten lopen,

met het oogmerk voornoemde [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.

De strafbaarheid van het feit.
Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straf en maatregelen.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot:
  • een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 140 dagen voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaren met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, met dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden;
  • een maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) voor de duur van drie jaren, met een vervangende hechtenis van twee weken per overtreding met een maximale duur van zes maanden, inhoudende een (in)direct contact- en locatieverbod met aangeefster en haar woonadressen met dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest moet worden opgelegd, met daarnaast een voorwaardelijk strafdeel van een door de rechtbank te bepalen duur, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
Het oordeel van de rechtbank.
Algemeen.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden, waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor min of meer vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van het feit.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van [slachtoffer] , zijnde zijn ex-partner. Verdachte heeft via sms- en appberichten, sociale media en telefoongesprekken zijn ex-partner op onbeschaamde, beledigende, intimiderende en bedreigende wijze bejegend. Ook heeft hij zich veelvuldig in de nabijheid van de woningen van haar ouders opgehouden, haar fietsbanden leeg laten lopen en een onthoofde knuffel tussen haar slaapkamerraam geplaatst.
Ook heeft verdachte op vervelende wijze contact gezocht met personen uit de sociale omgeving van [slachtoffer] . Verdachte heeft door zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer. Hij handelde slechts vanuit zijn eigen behoefte om zijn ex-partner te spreken, terwijl [slachtoffer] de relatie had beëindigd en hem te kennen had gegeven dat zij geen contact meer met hem wenste. De rechtbank acht daarbij niet geloofwaardig dat verdachte dit gedrag liet zien enkel om duidelijkheid te krijgen. [slachtoffer] had hem immers bij het verbreken van de relatie de reden daarvan al duidelijk gemaakt (ondanks haar steun beterde hij zijn leven niet en bleef dealen en gokken). De rechtbank ziet verder niet in hoe het rond de woning van [slachtoffer] ‘posten’ en nare teksten sturen hem duidelijkheid zou geven. Bovendien heeft hij op 24 juli 2025 bij het stopgesprek een andere verklaring gegeven voor zijn gedrag: dat hij boos was en haar wilde laten voelen wat hij voelt. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.
De persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte, waaruit naar voren komt dat hij niet eerder is veroordeeld voor exact hetzelfde strafbare feit, namelijk belaging. Wel is verdachte eerder veroordeeld voor een belediging, vernieling en overtreding van een gedragsaanwijzing. Uit het reclasseringsrapport van 23 april 2026 blijkt dat deze feiten, net als in onderhavige zaak, zijn gepleegd binnen de context van een relatiebreuk die verdachte niet kon accepteren. De rechtbank weegt dit in het nadeel van verdachte mee.
Ook heeft de rechtbank gelet op de inhoud van de Pro Justitia-rapportage van 19 maart 2026, opgemaakt door GZ-psychologen M. de Klerk en S. van der Put. Uit de rapportage blijkt dat er bij verdachte sprake is van een stoornis in het gebruik van cannabis (ernstig) en van een andere gespecificeerde ontwikkelingsstoornis met kenmerken van zowel ASS als ADHD. Die stoornissen waren ook aanwezig ten tijde van het bewezen verklaarde, waardoor wordt geadviseerd het feit in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank neemt deze conclusie over. Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het bewezenverklaarde feit in verminderde mate aan verdachte dient te worden toegerekend.
Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport van 23 april 2026. Uit dit rapport volgt dat er op meerdere leefgebieden problemen zijn, waar de psychische gesteldheid van verdachte aan ten grondslag lijkt te liggen. Zo kan verdachte moeilijk omgaan met stress en onduidelijkheid, waardoor zijn emoties hoog oplopen en hij verbaal agressief wordt. Verder ontbreekt het verdachte aan werk of gestructureerde daginvulling.
Gelet op het delictverleden, de instabiliteit en de continuering van het stalkingsgedrag na het stopgesprek, ziet de reclassering een (gemiddeld tot) hoog risico op recidive.
Het voortzetten van reclasseringsinterventies is geïndiceerd. Behandeling en begeleiding binnen een forensisch kader is nodig vanwege de complexiteit van de problematiek en de fragiele motivatie. Middelencontrole is hierbij van belang om toe te werken naar langdurige abstinentie. Ondanks dat het verdachte duidelijk is geworden dat aangeefster geen contact meer wil - en hij zich hieraan heeft gehouden tijdens de schorsingsperiode - is een contact- en locatieverbod voor langdurige bescherming van aangeefster geïndiceerd. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen en hier een aantal voorwaarden aan te koppelen, te weten een meldplicht bij de reclassering, ambulante begeleiding (reeds gestart) met mogelijke kortdurende opname, contactverbod met aangeefster, locatieverbod, dagbesteding en beheersing middelengebruik. Ten slotte heeft de reclassering opgemerkt dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de huidige hulpverlening zou doorkruisen.
De op te leggen straf.
Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf. De rechtbank is met de officier van justitie en raadsman wel van oordeel dat verdachte niet opnieuw vast dient komen te zitten. Hierbij heeft de rechtbank acht geslagen op de hierboven genoemde persoonlijke omstandigheden van verdachte. Het is in het belang van de samenleving en van verdachte zelf dat de reeds gestarte behandeling niet wordt onderbroken of doorkruist. Hierdoor zouden namelijk veel beschermende factoren wegvallen, terwijl het juist van groot belang is dat deze factoren aanwezig blijven om recidive te voorkomen.
Alles afwegende is het opleggen van een gevangenisstraf van 240 dagen, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Een aanzienlijk deel daarvan, namelijk 139 dagen, zal voorwaardelijk worden opgelegd, met een proeftijd van twee jaren. Aan het voorwaardelijke strafdeel zullen de door de reclassering voorgestelde bijzondere voorwaarden worden gekoppeld. Het voorwaardelijke deel dient enerzijds als stevige stok achter de deur en om verdachte te laten beseffen dat hij zich geen strafbare feiten kan veroorloven en anderzijds om de behandeling en overige geadviseerde voorwaarden mogelijk te maken.
Dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden.
Gelet op het door de reclassering vastgestelde (gemiddeld tot) hoge risico op recidive, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank zal daarom de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht bevelen.
38v-maatregel.
In het belang van de beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid zoals bedoeld in artikel 38v Sr op te leggen. Deze maatregel bestaat uit een contact- en locatieverbod. Het contactverbod houdt in dat verdachte gedurende drie jaren geen direct of indirect contact mag hebben met slachtoffer [slachtoffer] . Het locatieverbod houdt in dat verdachte zich niet mag bevinden op het woon-, werk- en schooladres van [slachtoffer] , zoals nader in het dictum is beschreven.
De rechtbank is van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens het slachtoffer. Daarom zal de rechtbank deze maatregel op grond van artikel 38v Sr dadelijk uitvoerbaar verklaren.
Voorlopige hechtenis.
De rechtbank zal het tegen verdachte geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde schade voldoende is onderbouwd en volledig moet worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman heeft verzocht de post ‘sloten’ niet-ontvankelijk te verklaren, nu er onvoldoende causaal verband is voor deze post. Verder heeft de raadsman verzocht het gevorderde immateriële schadebedrag te matigen tot maximaal 500 euro.
Beoordeling.
Materiële schade.
De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade van € 141,99 (camera's) en € 109,70 (sloten) rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. Deze schade komt dan ook voor vergoeding in aanmerking. Ten aanzien van de vervangen sloten overweegt de rechtbank dat uit de aangifte van [slachtoffer] blijkt dat verdachte een sleutel van de woning van de moeder van benadeelde had bijgemaakt om binnen te kunnen komen.
Immateriële schade.
Naar het oordeel van de rechtbank is uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat zich hier de situatie voordoet waarin uit de aard en de ernst van de normaantasting en de gevolgen daarvan volgt dat een aantasting ‘op andere wijze’ kan worden aangenomen.
De rechtbank overweegt dat ‘categorie (b) ernstig’ zoals genoemd in de Rotterdamse Schaal hier passend is. Hier hoort een bandbreedte bij van: € 2.000 tot € 5.000.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het gevorderde bedrag van
€ 3.500,00 aan immateriële schade redelijk en billijk is. Verdachte is over dit bedrag wettelijke rente verschuldigd vanaf 4 november 2025.
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 november 2025 tot de dag der algehele voldoening.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen:
14a, 14b, 14c, 14e, 36f, 38v, 285b Wetboek van Strafrecht.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
belaging.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Legt op de volgende straf en maatregelen.
 Een
gevangenisstrafvoor de duur van
240 dagenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht waarvan
139 dagen voorwaardelijken een proeftijd van 2 jaren.
De rechtbank stelt daarbij de volgende voorwaarden.
Als algemene voorwaarden gelden dat verdachte:
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit nodig acht, daaronder begrepen.
De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:
1. zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor het voortzetten van de afspraken.
2. zich gedurende de proeftijd laat begeleiden door PJ Professionals of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de begeleiding nodig vindt.
3. zich gedurende de proeftijd laat behandelen door PJ Professionals of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De begeleiding is reeds gestart. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt.
4. gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zoekt of heeft met aangeefster [slachtoffer] , geboren op [2004] .
5. zich gedurende de proeftijd niet bevindt in de straat van de woning van de moeder van aangeefster, te weten [adres 2] , én niet in de straat van de woning van de vader van aangeefster, te weten [adres 3] .
6. zich inspant voor het vinden en behouden van (on)betaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
7. meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs met het doel om abstinentie na te streven. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd.
De rechtbank geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, beveelt de rechtbank, gelet op artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht,
dadelijk uitvoerbaarzijn.
 Een maatregel tot beperking van de vrijheid voor de duur van
3 jaren, bestaande uit een
contactverbod, inhoudende dat veroordeelde gedurende 3 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met aangeefster [slachtoffer] , geboren op [2004] ,
en
een
locatieverbod, inhoudende dat veroordeelde zich gedurende 3 jaren niet zal bevinden in:
• de [adres 6] te [plaats] ;
• de [adres 1] te [plaats] ;
• [adres 7] te [plaats] ;
• [adres 4] te [plaats] : het schooladres van aangeefster;
• [adres 5] te [plaats] : het werkadres van aangeefster, met dien verstande dat dit adres dient te worden aangepast indien het adres van de werkgever van aangeefster wijzigt.
Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 14 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.
Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde opnieuw een strafbaar feit zal plegen en/of zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen, beveelt de rechtbank, gelet op artikel 38v, vierde lid, Wetboek van Strafrecht, dat de opgelegde maatregel
dadelijk uitvoerbaaris.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer] , van een bedrag van 3.751,69 euro, bestaande uit 251,69 euro materiële schade en 3.500,00 euro immateriële schade.
De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 november 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van 3.751,69 euro.
Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 37 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Voormeld bedrag bestaat uit 251,69 euro materiële schade en 3.500,00 euro immateriële schade. De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 november 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank heft op het tegen verdachte geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. R.J. Heuft, voorzitter,
mr. M.M.L.A.T. Doll en mr. I.M. Rinzema, leden,
in tegenwoordigheid van mr. S. Durmuş, griffier,
en is uitgesproken op 21 mei 2026.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie eenheid Oost-Brabant, met zaakregistratienummer PL2100-2025233340, afgesloten op 29 december 2025, pag. 1 tot en met pag. 313.