DE UITSPRAAK
- spreekt verdachte vrij van het onder feit 2 01-210950-23 en feit 1 01-197873-23 ten laste gelegde;
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:
Ten aanzien van 01-210950-23:
Ten aanzien van feit 1 primair:
poging tot met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.
Ten aanzien van 01-197873-23:
Ten aanzien van feit 2:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Legt hiervoor op de volgende straf.
T.a.v. 01-210950-23 feit 1 primair, 01-197873-23 feit 2:
Een
gevangenisstrafvoor de duur van
240 dagenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan
165 dagen voorwaardelijken een proeftijd van 3 jaren.
De rechtbank stelt daarbij de volgende voorwaarden.
Als algemene voorwaarden gelden dat de veroordeelde:
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit nodig acht, daaronder begrepen.
De rechtbank stelt de volgende bijzondere voorwaarden:
1. De veroordeelde dient zich te houden aan de aanwijzingen die Reclassering Nederland hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Daartoe dient hij zich bij Reclassering Nederland te blijven melden, zolang en zo frequent als deze instelling nodig acht.
2. Veroordeelde laat zich behandelen door de forensische polikliniek Rooyse Wissel Ambulant Behandelen te Helmond of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering en werkt mee aan diagnostisch onderzoek. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van veroordeelde dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat veroordeelde zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing.
3. Veroordeelde verblijft gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, in een nader te bepalen instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zodra veroordeelde hiertoe in staat wordt geacht door de behandelaren en de reclassering. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.
4. Veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
De rechtbank geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, beveelt de rechter, gelet op artikel 14e Wetboek van Strafrecht dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank heft op het tegen verdachte verleende en reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Beslag
De rechtbank verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
Feit 2 01-197873-23:
- 1 STK Patroon (2097749);
- 1 STK Patroonhouder (2097740);
- 1 STK Pistool (2097737);
- 1 STK Patroon (2097755);
- 7 STK Patroon (2097763);
- 11 STK Patroon (2097740A);
- 1 STK Koffer (2097826).
De rechtbank gelast de teruggave van het inbeslaggenomen goed, te weten:
Feit 2 01-197873-23:
1. STK Weegschaal (2097830),
aan degene bij wie het in beslag is genomen, te weten verdachte.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. T. Kraniotis, voorzitter,
mr. F. Kooijman en mr. A. Maas, leden,
in tegenwoordigheid van mr. S. Durmuş, griffier,
en is uitgesproken op 22 januari 2026.