Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 mei 2026 in de zaak tussen
[eisers] , uit [woonplaats] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Land van Cuijk, het college
[naam]en
[naam]uit [woonplaats] (vergunninghouders)
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis;
voor educatieve doeleinden;
bij onderzoeksinstellingen; of
bij volkstuinen.
een bedrijf of instelling gericht op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren of de toepassing van andere landbouwkundige methoden. Voorbeelden van agrarisch verwante bedrijven zijn: dierenasiels, dierenklinieken, groen-composteringsbedrijven, hondenkennels, hoveniersbedrijven, instellingen voor agrarisch praktijkonderwijs, proefbedrijven, boomrooierij.” Hieruit volgt dat het bedrijfsmatig telen van bloemen is toegestaan op het perceel van eisers. De rechtbank is verder van oordeel dat de bouw van kassen op het perceel van eisers is toegestaan. Ingevolge de planregels kunnen op het perceel van eisers namelijk bedrijfsgebouwen worden gebouwd tot een goothoogte van 4,5 meter en een bouwhoogte van 8 meter. Dat, zoals eisers stellen, glastuinbouwbedrijven in de systematiek van het omgevingsplan een nadere aanduiding hebben als ‘glastuinbouwbedrijf’ doet daar niet aan af. De planregels zijn namelijk duidelijk. Op de bedrijfslocatie van eisers is het toegestaan om gewassen in kassen te telen, en dat is een activiteit als bedoeld in artikel 3.205 van het Bal. In dat kader merkt de rechtbank nog op dat een glastuinbouwbedrijf in artikel 1 van Pro de planregels is gedefinieerd als een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in kassen plaatsvindt. Dat het bij artikel 3.205 van het Bal moet gaan om een (grootschalig) glastuinbouwbedrijf als bedoeld in artikel 1 van Pro de planregels, zoals eisers betogen, blijkt niet uit artikel 3.205 van het Bal en evenmin volgt dit uit de wetsgeschiedenis waar eisers naar verwijzen. [1] De rechtbank is daarom van oordeel dat het college in zoverre toepassing heeft kunnen geven aan de artikelen 5.62, 5.85, 5.89e en 5.96 van het Bkl. Deze grond slaagt niet.
50 meter aangehouden te worden tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Bij de beoordeling of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat moet niet alleen rekening worden gehouden met de bestaande situatie, maar ook met de maximale planologische mogelijkheden van het plan dat geldt voor de omliggende agrarische gronden. Aan de afstand van 50 meter wordt niet voldaan.
Conform het ingediende akoestisch onderzoek, moet de minimale karakteristieke geluidwering van de gevels van de woning, ten minste 20 dB(A) bedragen waardoor de grenswaarde voor het toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimten van de woning maximaal 55 dB(A) bedraagt.”
Een omgevingsplan ter plaatse van Landelijk gebied
bepaalt dat een toename van het aantal woningen is verboden;
bepaalt dat zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten;
kan een andere gebruiksactiviteit dan wonen toestaan bij een woning als:
dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, als bedoeld in artikel 5.12;
dit past binnen de voorwaarden die voor die gebruiksactiviteit zijn opgenomen in dit hoofdstuk; en
bij het toelaten van een bouwactiviteit, elders een gelijkwaardige oppervlakte aan gebouwen, feitelijk en juridisch, is gesloopt.
In afwijking van het eerste lid, onder a, is een toename van het aantal burgerwoningen mogelijk als dit past binnen de ontwikkelingsrichting van een gebied, bedoeld in artikel 5.12, en in de volgende gevallen:
de woningen worden gerealiseerd met toepassing van artikel 5.14 of afdeling 5.5;
het de omzetting van een voormalige bedrijfswoning naar burgerwoning betreft en is verzekerd dat:
er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; en
overtollige bebouwing wordt gesloopt.
In afwijking van het eerste lid onder a is een toename van het aantal bedrijfswoningen mogelijk als het gaat om de bouw van een eerste bedrijfswoning, of bij een grote vrijetijdsvoorziening een tweede bedrijfswoning, en de noodzaak daarvoor is aangetoond.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.M.J.A.B. Elsman, griffier.