Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het onderzoek ter terechtzitting.
2.De tenlastelegging.
3.De formele voorvragen.
4.Bewijs.
- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 1 mei 2026;
- het proces-verbaal van bevindingen van [naam 1] en [naam 2] op 13 juni 2025 (p. 15 – 18);
- het proces-verbaal van bevindingen van [naam 3] en [naam 4] op 15 juni 2025 (p. 25 – 26);
- het rapport van het drugsonderzoek aan 23 verpakte blokken en drie monsters wit poeder en brokken van het Nederlands Forensisch Instituut van 29 augustus 2025 (p. 96 – 107);
- het proces-verbaal van het politieverhoor van verdachte op 14 juni 2025 om 10:15 uur (p. 142 – 148);
- het proces-verbaal van het politieverhoor van verdachte op 14 juni 2025 om 12:08 (p. 150 – 163).
5.De bewezenverklaring.
6.De strafbaarheid van het feit.
7.De strafbaarheid van verdachte.
8.Oplegging van straf.
Daarbij geldt een proeftijd van twee jaren en aan deze voorwaardelijke straf zullen na te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld: een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling en dagbesteding. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een taakstraf opleggen voor de duur van 240 uren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht, te vervangen door 120 dagen hechtenis wanneer hier niet aan wordt voldaan.
9.Beslag.
10.Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;