Eiser verzocht op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van documenten, waaronder gespreksverslagen van de interne evaluatie woningbouwversnelling (WBV) I. Het college besloot deze documenten geheel of gedeeltelijk openbaar te maken, maar weigerde de gespreksverslagen openbaar te maken op grond van artikel 5.2 van de Woo. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar en tegen het besluit zelf.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat het college inmiddels een besluit had genomen. Het beroep tegen het besluit op bezwaar werd ongegrond verklaard omdat het college terecht oordeelde dat de gespreksverslagen interne beleidsopvattingen bevatten die niet openbaar behoefden te worden gemaakt. De rechtbank vond dat het college niet verplicht was om proceskosten te vergoeden omdat het primaire besluit niet was herroepen.
Eiser verzocht tevens om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn met ruim negen maanden was overschreden, maar oordeelde dat het belang van eiser niet zodanig was dat immateriële schadevergoeding op zijn plaats was. De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af, maar kende een proceskostenvergoeding toe voor het niet tijdig beslissen op bezwaar.