Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
kunnen leiden:
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
De formele voorvragen.
Het bewijs.
- de bekennende verklaring van verdachte van 4 december 2025 (p. 15-20 van het dossier);
- een proces-verbaal van aangifte met nummer PL2100-2025267944-2 van 27 november 2025 (p. 5-7);
- een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL2100-2025267944-4 van 27 november 2025 (p. 11-12).
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en maatregelen.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .
€ 3.000,00 aan immateriële schadevergoeding. De benadeelde partij heeft verzocht dit bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
€ 3.000,00. De rechtbank zal het immateriële deel van de vordering dan ook volledig toewijzen.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
1. meldplicht bij reclassering.
2. opneming in een zorginstelling.
3. ambulante behandeling.
4. verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang.
toezichtte houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
contactverboden een
locatieverbod.
dadelijk uitvoerbaaris;
contactverboden een
locatieverbod.
dadelijk uitvoerbaaris;
dadelijk uitvoerbaaris;
gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregelals bedoeld in artikel 38z Wetboek van Strafrecht;