Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:3169

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
12112445 TD VERZ 26-127
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot opheffing bewind wegens aanhoudend gokgedrag

Betrokkene verzocht om opheffing van het bewind omdat zij meent haar financiën met hulp van budgethulp weer zelfstandig te kunnen beheren en de bewindvoerderskosten als een last ervaart. De bewindvoerder betwijfelt dit vanwege het recente gokgedrag van betrokkene, die in korte tijd ruim 1.500 euro aan gokken besteedde en bijna 1.300 euro verloor.

Op de zitting gaf betrokkene aan stappen te hebben gezet richting financiële zelfstandigheid, waaronder inschrijving bij het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (Cruks) en het blokkeren van goksites. Desondanks bleek dat zij zeer recent nog gegokt had via buitenlandse websites, wat de bewindvoerder bevestigde.

De kantonrechter oordeelt dat de gokverslaving van betrokkene, die al ruim dertien jaar duurt, eerst onder controle moet zijn voordat een zelfstandig financieel beheertraject kan starten. Daarom wordt het verzoek tot opheffing van het bewind afgewezen. Er worden twee voorwaarden gesteld: eerst zes maanden aantonen dat betrokkene niet meer gokt, daarna een traject van circa zes maanden om zelfstandig financieel beheer te leren. Pas na succesvolle afronding kan een nieuw verzoek tot opheffing worden ingediend.

Uitkomst: Verzoek tot opheffing van het bewind wordt afgewezen vanwege recent gokgedrag en langdurige gokverslaving.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch
zaaknummer : 12112445 TD VERZ 26-127
dossiernummer : BM 42987
datum : 8 mei 2026
[initialen griffier]

beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind

op verzoek van:

[naam] ,

geboren te [woonplaats] op [datum] ,
wonende te [adres]
hierna te noemen: betrokkene,
met als bewindvoerder Terwindt Beschermingsbewind B.V., Kvkno. 88317293, Postbus 602, 5460 AP Veghel.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek, ontvangen op 24 februari 2026;
- de schriftelijke reactie met bijlagen van de bewindvoerder, ontvangen op 10 maart
2026;
- het e-mailbericht van betrokkene, ontvangen op 28 april 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 30 april 2026. Van hetgeen is besproken op de zitting zijn aantekeningen gemaakt. Op de zitting zijn betrokkene en de bewindvoerder verschenen.

beoordeling

Betrokkene vraagt om opheffing van het bewind. Zij acht zich in staat, met hulp van budgethulp, haar financiën te beheren. Daarnaast beschouwt zij de bewindvoerderskosten als een financiële last. Betrokkene is voornemens meer te gaan werken als het bewind is opgeheven.
De bewindvoerder twijfelt of opheffing van het bewind verstandig is, gezien het gokgedrag van betrokkene. Betrokkene heeft in 2026, in nog geen tweeënhalve maand, ruim 1.500 euro besteed aan gokken en bijna 1.300 euro verloren. De gemeente heeft op basis van de gokinkomsten van betrokkene geconcludeerd dat zij voldoende draagkracht heeft om zelf de bewindvoerderskosten te voldoen. Tot voor kort werden de bewindvoerderskosten via de bijzondere bijstand vergoed.
In aanvulling op haar verzoek heeft betrokkene op de zitting bericht dat zij stappen heeft gezet richting haar financiële zelfstandigheid. Dit heeft ervoor gezorgd dat zij overzicht en controle heeft op haar financiën. Daarnaast heeft zij afstand genomen van negatieve invloeden en risicovol gedrag, zoals kansspelen. Zij heeft zich omstreeks februari van dit jaar ingeschreven bij het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (Cruks) en actief gewerkt aan het vermijden van verleidingen, waaronder buitenlandse goksites en ongezonde sociale contacten. Betrokkene geeft aan dat zij niet extra gaat werken als het bewind wordt voortgezet, omdat het extra inkomen niet bijdraagt aan haar eigen stabiliteit maar aan de kosten van de bewindvoering.
Op de zitting heeft de bewindvoerder aangevoerd dat betrokkene zeer recent nog gegokt heeft op buitenlandse goksites. Ook het geld dat ze heeft aangevraagd voor het ontvlooien van haar hond, heeft ze vergokt.
Betrokkene heeft hierop geantwoord dat de gokactiviteiten in de afgelopen maand haar even waren ontschoten, maar dat ze nu, na een gokverslaving van 13-15 jaar, alles heeft geblokkeerd.
De kantonrechter overweegt als volgt.
De kantonrechter ziet dat betrokkene financieel zelfstandig(er) wil worden en stappen heeft gezet met betrekking tot het stoppen met gokken. Betrokkene geeft aan geen behandeling te volgen voor haar gokverslaving, maar door de blokkades op goksites en casino’s de verslaving nu onder controle te hebben. Het is op de zitting echter duidelijk geworden dat betrokkene nog zeer recent heeft gegokt via buitenlandse websites en de gokverslaving van betrokkene al ruim dertien jaar duurt. Vanwege het gokken is ook nooit een financieel zelfstandigheidstraject begonnen. De kantonrechter is het met de bewindvoerder eens dat de gokverslaving eerst onder controle moet zijn, voordat een dergelijk traject gestart kan worden en opheffing van het bewind aan de orde kan zijn. Voor het zelfstandig kunnen beheren van de geldzaken is het essentieel dat betrokkene gedurende zes maanden laat zien dat zij weerstand kan bieden aan de verleiding van het gokken. Anders zouden immers naar alle waarschijnlijkheid nieuwe schulden ontstaan door het gokken. Pas wanneer betrokkene hieraan heeft voldaan, volgt het gebruikelijke financiële zelfstandigheidstraject van – in beginsel – zes maanden. Op de zitting is afgesproken dat na de stabiele periode van zes maanden, de bewindvoerder het zelfstandigheidstraject met betrokkene gaat bespreken en afspraken hierover schriftelijk vastlegt voor betrokkene. Wanneer het zelfstandigheidstraject naar ieders tevredenheid is verlopen, kunnen de bewindvoerder en betrokkene, bij voorkeur gezamenlijk, een verzoek tot opheffing van het bewind indienen.
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter het verzoek tot opheffing van het bewind afwijzen.

beslissing

De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026.
[handtekeningen]
[handtekeningen]
[handtekeningen]
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.