Uitspraak
datum : 8 mei 2026
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Betrokkene verzocht om opheffing van het bewind omdat zij meent haar financiën met hulp van budgethulp weer zelfstandig te kunnen beheren en de bewindvoerderskosten als een last ervaart. De bewindvoerder betwijfelt dit vanwege het recente gokgedrag van betrokkene, die in korte tijd ruim 1.500 euro aan gokken besteedde en bijna 1.300 euro verloor.
Op de zitting gaf betrokkene aan stappen te hebben gezet richting financiële zelfstandigheid, waaronder inschrijving bij het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (Cruks) en het blokkeren van goksites. Desondanks bleek dat zij zeer recent nog gegokt had via buitenlandse websites, wat de bewindvoerder bevestigde.
De kantonrechter oordeelt dat de gokverslaving van betrokkene, die al ruim dertien jaar duurt, eerst onder controle moet zijn voordat een zelfstandig financieel beheertraject kan starten. Daarom wordt het verzoek tot opheffing van het bewind afgewezen. Er worden twee voorwaarden gesteld: eerst zes maanden aantonen dat betrokkene niet meer gokt, daarna een traject van circa zes maanden om zelfstandig financieel beheer te leren. Pas na succesvolle afronding kan een nieuw verzoek tot opheffing worden ingediend.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing van het bewind wordt afgewezen vanwege recent gokgedrag en langdurige gokverslaving.