Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 januari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
[naam]uit [woonplaats] (werkneemster).
Samenvatting
52 weken tot 29 mei 2025. Volgens eiseres is dat niet het geval omdat zij voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht dan wel een deugdelijke grond heeft voor het onvoldoende verrichten van re-integratie-inspanningen. De rechtbank volgt dit standpunt niet en komt tot het oordeel dat het UWV aan eiseres terecht een loonsanctie heeft opgelegd.
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. G. de Jong, leden, in aanwezigheid van mr.L. Langenhoff, griffier.