ECLI:NL:RBOBR:2026:301
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting van woning op grond van de Opiumwet
In deze zaak verzoekt verzoekster om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat haar woning voor drie maanden wordt gesloten op basis van de Opiumwet. De burgemeester van de gemeente Land van Cuijk heeft besloten om de woning te sluiten vanwege overtredingen van de Opiumwet door verzoeksters zoon. De voorzieningenrechter heeft op 22 januari 2026 geoordeeld dat de sluiting van de woning op dit moment niet een passende maatregel is om het doel van de burgemeester, het voorkomen van herhaling, te bereiken. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat er alternatieve, minder ingrijpende maatregelen mogelijk zijn, zoals het opleggen van een last onder dwangsom. De belangenafweging valt in het voordeel van verzoekster uit, en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen. De burgemeester moet het griffierecht aan verzoekster terugbetalen en vergoedt haar proceskosten tot een bedrag van € 1.868,–. De uitspraak is gedaan door mr. M.M.L. Wijnen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.L.M.M. Mulders, griffier.