ECLI:NL:RBOBR:2026:301
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van de Opiumwet
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester om haar woning voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, vanwege overtredingen door haar zoon die in de woning verbleef. De burgemeester baseerde het besluit op eerdere drugsvondsten in de woning en de kans op herhaling.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en beoordeeld of het besluit van de burgemeester proportioneel en passend is. Hoewel de burgemeester bevoegd is tot sluiting, is de rechter niet overtuigd dat sluiting op dit moment noodzakelijk is om herhaling te voorkomen. De burgemeester had ook kunnen kiezen voor een minder ingrijpende maatregel, zoals een last onder dwangsom.
De voorzieningenrechter weegt mee dat verzoekster haar zoon per 1 september 2025 uit de woning heeft gezet en dat zij maatregelen heeft genomen. Ook is de overtreding in december 2025 niet in de woning gepleegd. De belangenafweging leidt tot schorsing van het besluit tot zes weken na bekendmaking van het bezwaar. De burgemeester moet het griffierecht terugbetalen en proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst en de burgemeester moet het griffierecht en proceskosten vergoeden.