De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 12 februari 2026.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 24 mei 2024 in de gemeente Oss, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, varkens heeft vervoerd, waarbij de natuurlijke persoon [verdachte 2] , als vervoerder van de dieren, al dan niet opzettelijk heeft gehandeld in strijd met (een) bij de Regeling houders van dieren, aangewezen voorschrift(en) van (een) EU-verordening(en), te weten artikel 1.9 van bijlage I, hoofdstuk III, van verordening (EG) nr. 1/2005 door bij het vervoer van varkens gebruik te maken van een apparaat waarmee elektrische schokken worden toegediend, terwijl [verdachte 2] :
- de schokken heeft toegediend op varkens die nog niet volwassen waren (p. 115);
- de schokken heeft toegediend op varkens die al in beweging waren en dus niet
weigerden om zich te verplaatsen (p. 93, p. 97, p. 98, p. 100, p. 108);
- de schokken heeft toegediend op varkens die geen ruimte vóór zich hadden om
zich voort te bewegen (p. 91, p. 93, p. 95, p. 96, p. 97, p. 98, p. 99, p. 101, p. 103, p.
105, p. 110);
- de aan de varkens toegediende schokken niet voldoende heeft gespreid (p. 95, p.
96, p. 97, p. 98, p. 99, p. 101, p. 102, p. 103, p. 105, p. 106, p. 107, p. 108, p. 110);
- de schokken niet uitsluitend op de spieren van de achterpoten van de varkens
heeft toegediend maar ook op de rug/tussen de schouders/achter de
schouder/achter de voorpoot/op de flanken/op de snuit/op de kop/op de nek/op
de hals (op de rug: p. 93, p. 95, p. 96, p. 97, p. 98, p. 99, p. 101, p. 102, p. 103, p.
105, p. 106, p. 107, p. 108, p. 110, p. 111, tussen de schouders: p. 98, p. 106, achter
de schouder/achter de voorpoot: p. 104, op de flank(en): p. 95, p. 96, p. 97, p. 98,
p. 100, p. 103, p. 104, p. 108, p. 110, op de snuit/op de kop: p. 95, p. 97, p. 104, p.
110, op de nek/op de hals: p. 99, p. 107);
- de schokken herhaaldelijk heeft toegediend (p. 95, p. 96, p. 97, p. 98, p. 99, p. 101,
p. 102, p. 103, p. 105, p. 106, p. 107, p. 108, p. 110);
waarbij voornoemde overtredingen plaatsvonden in de uitoefening van een bedrijf.