De rechtbank Oost-Brabant heeft op 7 mei 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van het opzettelijk overtreden van de transportverordening (EG 1/2005) bij het vervoer van varkens. De zaak betrof het gebruik van een elektrische veeprikker op varkens tijdens transport, waarbij verdachte samen met een ander persoon schokken toediende op varkens die al in beweging waren, geen ruimte hadden om zich voort te bewegen, en waarbij de schokken onvoldoende gespreid en op onjuiste lichaamsdelen werden toegediend.
De rechtbank verwierp het verweer van niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en sprak verdachte partieel vrij voor het toedienen van schokken aan niet-volwassen varkens, omdat dit niet wettelijk kon worden bewezen. Voor de overige ten laste gelegde gedragingen werd verdachte schuldig bevonden aan medeplegen van de overtreding.
De rechtbank legde een taakstraf op van 60 uren, waarvan 30 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Hierbij werd rekening gehouden met de ernst van de overtreding, het dierenleed dat werd veroorzaakt, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die niet eerder was veroordeeld en handelde binnen de normale werkwijze van zijn werkgever zonder sadistische intenties.
De uitspraak benadrukt het belang van naleving van dierenwelzijnsregels bij transport en het voorkomen van herhaling door middel van een deels voorwaardelijke straf.