ECLI:NL:RBOBR:2026:2867
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A. Mandemakers
- C.W.H. Houg
- M.M.J. Nuyten
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van opzet bij valsheid in geschrifte Bibob-formulieren
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het valselijk opmaken van twee Bibob-vragenformulieren in het kader van een omgevingsvergunning. De tenlastelegging betrof het niet vermelden van eerdere veroordelingen op deze formulieren, waardoor deze onjuist en/of onvolledig zouden zijn ingevuld.
Tijdens de terechtzittingen op 15 en 23 april 2026 werd vastgesteld dat verdachte als bestuurder de formulieren had ondertekend, maar dat de feitelijke invulling door medewerkers en een jurist was gedaan. Hoewel vaststond dat de formulieren onjuist waren ingevuld, ontbrak het bewijs dat verdachte dit opzettelijk had gedaan met het oogmerk om de gemeente te misleiden.
De officier van justitie stelde dat verdachte verantwoordelijk was voor de inhoud, maar leverde geen expliciet bewijs van opzet of misleidingsdoel. De rechtbank oordeelde dat het vertrouwen op derden en het niet controleren van de formulieren onvoldoende is voor een bewezenverklaring van valsheid met opzet.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten van valsheid in geschrifte. De uitspraak benadrukt het belang van het bewijs van opzet en misleidingsintentie bij dergelijke strafzaken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor opzet en misleidingsintentie bij valsheid in geschrifte.