Betrokkene verzoekt de rechtbank om zijn curatele om te zetten in bewind en mentorschap, stellende dat deze maatregelen voldoende bescherming bieden en hij geen vertrouwen meer heeft in zijn vader als curator. Hij woont in een instelling, ervaart eenzaamheid en vertoont risicovol gedrag zoals zwartrijden, wat tot schulden en politiecontacten leidt. Zijn vader, tevens curator, en de gespecialiseerde cliëntondersteuner betogen dat betrokkene een zware WLZ-indicatie heeft en intensieve zorg nodig heeft, die momenteel niet adequaat wordt geboden.
De rechtbank heeft het verzoek mondeling behandeld en diverse stukken, waaronder rapportages en brieven, bestudeerd. Betrokkene heeft meerdere malen eerder verzocht om opheffing van de curatele, maar deze verzoeken zijn ingetrokken of niet in behandeling genomen wegens gebrek aan gewijzigde omstandigheden. De kantonrechter stelt vast dat de situatie van betrokkene niet wezenlijk is verbeterd en dat de curatele noodzakelijk blijft om zijn financiële en niet-financiële belangen te beschermen.
De onvrede van betrokkene over zijn vader als curator is onvoldoende reden voor omzetting. Er is geen bewijs dat de curator zijn taken niet naar behoren vervult. De rechtbank wijst het verzoek af en waarschuwt betrokkene dat een volgend verzoek alleen in behandeling wordt genomen bij nieuwe, relevante feiten of omstandigheden.