Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:2855

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
12058207
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot omzetting curatele in bewind en mentorschap wegens noodzaak curatele

Betrokkene verzoekt de rechtbank om zijn curatele om te zetten in bewind en mentorschap, stellende dat deze maatregelen voldoende bescherming bieden en hij geen vertrouwen meer heeft in zijn vader als curator. Hij woont in een instelling, ervaart eenzaamheid en vertoont risicovol gedrag zoals zwartrijden, wat tot schulden en politiecontacten leidt. Zijn vader, tevens curator, en de gespecialiseerde cliëntondersteuner betogen dat betrokkene een zware WLZ-indicatie heeft en intensieve zorg nodig heeft, die momenteel niet adequaat wordt geboden.

De rechtbank heeft het verzoek mondeling behandeld en diverse stukken, waaronder rapportages en brieven, bestudeerd. Betrokkene heeft meerdere malen eerder verzocht om opheffing van de curatele, maar deze verzoeken zijn ingetrokken of niet in behandeling genomen wegens gebrek aan gewijzigde omstandigheden. De kantonrechter stelt vast dat de situatie van betrokkene niet wezenlijk is verbeterd en dat de curatele noodzakelijk blijft om zijn financiële en niet-financiële belangen te beschermen.

De onvrede van betrokkene over zijn vader als curator is onvoldoende reden voor omzetting. Er is geen bewijs dat de curator zijn taken niet naar behoren vervult. De rechtbank wijst het verzoek af en waarschuwt betrokkene dat een volgend verzoek alleen in behandeling wordt genomen bij nieuwe, relevante feiten of omstandigheden.

Uitkomst: Het verzoek tot omzetting van curatele in bewind en mentorschap wordt afgewezen omdat curatele noodzakelijk blijft.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch
zaaknummer : 12058207 TE VERZ 26-32
dossiernummer : [beschikkingsnummer]
datum : 14 april 2026
[initialen griffier]
beschikking op een verzoek tot omzetting van curatele in onderbewindstelling en mentorschap
op verzoek van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
met als curator [curator 1] (hierna te noemen: vader),
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] .

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 15 januari 2026;
  • nadere stukken van betrokkene, ontvangen op 2 februari 2026
  • de brief met bijlagen van de curator, ontvangen op 5 februari 2026;
  • het mentorschapsplan, ontvangen op 9 februari 2026;
  • het e-mailbericht (met bijlagen) van betrokkene, ontvangen op 26 februari 2026;
  • de brief (inhoudende intrekking bereidverklaring) van [naam zorginstelling] , de voorgestelde mentor, ontvangen op 16 maart 2026;
  • het e-mailbericht van betrokkene, ontvangen op 17 maart 2026;
  • de brief (inhoudende intrekking bereidverklaring) van [naam bewindvoerderskantoor] , de aanvankelijk voorgestelde bewindvoerder, ontvangen op 24 maart 2026;
  • de bereidverklaring van ZEKER Financiële Zorgverlening B.V., de voorgestelde bewindvoerder, ontvangen op 23 maart 2026;
  • de brief van de gespecialiseerde cliëntondersteuner van betrokkene van [naam zorginstelling] , ontvangen op 25 maart 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 2 april 2026. Op de zitting zijn betrokkene, de curator (tevens vader van betrokkene), de gespecialiseerde cliëntondersteuner van betrokkene van [naam zorginstelling] (hierna te noemen: de begeleidster) en de voorgestelde bewindvoerder verschenen.

beoordeling

Betrokkene vraagt om de curatele om te zetten naar bewind en mentorschap. Hij is van oordeel dat de maatregelen bewind en mentorschap hem voldoende bescherming bieden. Hij stelt ook geen vertrouwen meer te hebben in zijn vader als curator. Hij voelt zich niet gehoord door hem en krijgt geen leefgeld. Betrokkene woont in een instelling en is eenzaam. Zijn vader neemt te veel contact met hem op via Facebook. Hij wil graag gaan werken, zodat hij meer onder de mensen is. Uit verveling gaat hij nu vaak reizen zonder geldig vervoersbewijs, hetgeen hem al veel problemen heeft opgeleverd.
Vader stemt niet in met het verzoek. Hij is van oordeel dat hoewel betrokkene verbaal sterk lijkt, hij de inhoud van zijn woorden niet begrijpt. Hij heeft geprobeerd beter te leren lezen en schrijven, maar heeft de lessen niet kunnen volhouden. Betrokkene is ook niet in staat om te werken, zoals blijkt uit een recente rapportage van het UWV. Vader biedt, samen met moeder, met veel liefde al 12 jaar intensieve zorg en ondersteuning aan zijn zoon. Betrokkene komt meerdere keren per week bij zijn ouders en er is dagelijks telefonisch contact met de ouders. Vader zorgt voor boodschappen, eten en wekelijks leefgeld. En dat betrokkene de noodzakelijke hulp krijgt. Betrokkene kan dagelijks een maaltijd ophalen bij de instelling waar hij woont, [naam zorginstelling] . Ondanks deze inzet zijn er zorgen over zijn gedrag (zoals veelvuldig zwartrijden in de trein, met veel boetes en contact met de politie tot gevolg). [naam zorginstelling] geeft aan dat er meer hulp nodig is dan zij momenteel kunnen bieden, zodat betrokkene daar niet zal kunnen blijven wonen. Hierover vindt overleg plaats met [naam zorginstelling] , de gemeente en de politie.
De begeleidster stelt dat betrokkene een zware WLZ-indicatie heeft passend bij een intensieve en blijvende zorgvraag. Hij is ernstig ontregeld. Hij verblijft momenteel in een PGB-initiatief dat onvoldoende passende zorg biedt, wat leidt tot risicovol gedrag, oplopende schulden (door zwartrijden) en problemen op het gebied van werk. Vanwege een verstandelijke beperking overschat betrokkene zijn eigen kunnen en ontbreekt het hem aan ziekte-inzicht. Vanwege de noodzaak tot intensieve begeleiding en de noodzaak om financiële en maatschappelijke schade te beperken, acht de begeleidster curatele noodzakelijk, met vader als geschikte curator.
Op de zitting hebben partijen hun standpunten gehandhaafd.
Betrokkene wil dat vader ontslagen wordt als curator omdat er steeds geschillen zijn tussen hen, over betaald werk, koken, eten, zorg, de bankpas en het contact via Facebook. Van wat zijn vader zegt klopt maar de helft. Met zijn moeder heeft betrokkene wel goed contact. Hij acht curatele niet meer passend en proportioneel en wil dat de voorgestelde professionele bewindvoerder wordt benoemd in plaats van de curator. Voor de noodzakelijke zorg zal hij zich wenden tot de huidige woonbegeleiding.
Vader geeft aan dat hij uit liefde, samen met moeder, alles doet voor betrokkene, ook al wil die geen ‘nee’ horen. Ze zorgen voor een goede plek en een goede behandeling en zijn bezig met het zoeken naar een geschikte nieuwe woonplek. Betrokkene heeft meer duidelijkheid en structuur nodig. Er zijn veel instanties bij hem betrokken. Vader moet vaak financiële en andere problemen rechtbreien die ontstaan door wat betrokkene doet. Hij acht voortzetting van de curatele noodzakelijk.
De begeleidster bevestigt dat betrokkene meer zorg nodig heeft en tegen verschillende dingen aanloopt. Zij acht voortzetting van de curatele door vader noodzakelijk.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Betrokkene heeft in de periode 2023-2025 herhaaldelijk verzocht om opheffing van de curatele (in februari 2023, maart 2023, november 2024 en oktober 2025). Op 14 juni 2023 en 27 januari 2025 hebben zittingen bij de kantonrechter plaatsgevonden. De eerste drie opheffingsverzoeken heeft betrokkene ingetrokken. Het laatste verzoek is niet in behandeling genomen, omdat er geen sprake was van gewijzigde omstandigheden ten opzichte van de situatie in januari 2025. Nu moet de kantonrechter beslissen op het verzoek tot omzetting van de curatele naar bewind en mentorschap.
Op basis van de stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken stelt de kantonrechter vast dat de situatie en het functioneren van betrokkene de afgelopen jaren niet wezenlijk zijn veranderd. Betrokkene heeft een WLZ-indicatie VG7 met een intensieve en blijvende zorgvraag. Hij heeft niet concreet uitgelegd en onderbouwd dat zijn belangen, zelfs met de intensieve begeleiding die hij krijgt, op dit moment voldoende zouden kunnen worden behartigd met een minder verstrekkende maatregel dan curatele. Er lijkt eerder sprake van toenemende problemen: de huidige instelling kan niet de juiste zorg bieden, zodat een nieuwe passende woonplek gevonden zal moeten worden, er is sprake van schulden door zwartrijden en er is risicovol gedrag dat onder meer tot contacten met de politie leidt.
De kantonrechter acht curatele daarom nog noodzakelijk voor de bescherming van de financiële en niet-financiële belangen van betrokkene. De ontevredenheid van betrokkene over het functioneren van de curator is onvoldoende grond voor omzetting naar bewind en mentorschap.
Ook is niet gebleken dat de curator zijn werkzaamheden niet naar behoren uitvoert of dat er een andere gewichtige reden is om een andere curator te benoemen, zoals betrokkene aan het einde van de zitting nog zijdelings heeft gesuggereerd. De curator heeft de bezwaren van betrokkene gemotiveerd weerlegd.
Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
De kantonrechter voegt daar nog het volgende aan toe.
Betrokkene heeft voorafgaand aan het huidige verzoek tot omzetting in drie jaar tijd vier keer om opheffing verzocht. Over zijn bezwaren tegen de curatele en de curator is sinds 2023 drie keer op zitting gesproken. Daarom wijst de kantonrechter betrokkene erop dat een volgend verzoek onder dezelfde omstandigheden niet in behandeling zal worden genomen. En nieuw verzoek zal slechts in behandeling worden genomen als betrokkene gemotiveerd onderbouwt dat sprake is van nieuwe, relevante feiten of omstandigheden die betrekking hebben op zijn situatie en functioneren.

beslissing

De kantonrechter:
- wijst het verzoek tot omzetting van curatele naar bewind en mentorschap af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.M. Morel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.