Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
[bedrijf 1] . op één of meer tijdstippen in of omstreeks 15 januari 2019 tot en met 21 oktober 2019 in Someren, in elk geval in Nederland, (telkens) als degene die ingevolge de belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere) gegevensdragers en/of de inhoud daarvan, deze (telkens) opzettelijk in valse en/of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking heeft gesteld door een overzicht van transacties voor de USD-rekening van de bankrekening van [bedrijf 1] . bij de HSBC Bank te Hong Kong (DOC-008, p. 2-10) ter beschikking te stellen aan (een ambtenaar van) de Belastingdienst, bestaande de valsheid/valsheden erin dat transacties en/of dividend(uitkeringen) aan [verdachte] en/of aan [persoon 1] en/of omzetboeking(en) niet zijn opgenomen en/of zijn verwijderd, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte feitelijk leiding heeft gegeven;
[bedrijf 1] . op één of meer tijdstippen in of omstreeks 15 januari 2019 tot en met 21 oktober 2019 in Someren, in elk geval in Nederland, (telkens) als degene die ingevolge de belastingwet verplicht was tot het verstrekken van inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen, deze inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen (telkens) opzettelijk niet en/of onjuist en/of onvolledig heeft verstrekt en/of doen/laten verstrekken door — zakelijk weergegeven — op (het) schriftelijke verzoek van de Belastingdienst (telkens) geen en/of onjuiste en/of onvolledige inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen te verstrekken en/of doen/laten verstrekken aan (een ambtenaar van) de Belastingdienst, bestaande die
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 april 2015 tot en met 15 januari 2018 in Someren en/of Apeldoorn, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een (of meer) (digitale) aangifte(n) voor de inkomstenbelasting ten name van [verdachte] over:1. Het jaar 2013 (DOC-009 en DOC-010) en/of2. Het jaar 2014 (DOC-009 en DOC-011) en/of3. Het jaar 2015 (DOC-009 en DOC-012) en/of4. Het jaar 2016 (DOC-009 en DOC-013)(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan, door (telkens) op/in het/de ingeleverde/ingediende aangifte(n) een onjuist bedrag aan belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) op te geven, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven.
De formele voorvragen.
De beoordeling van de tenlastegelegde feiten.
Inleiding
Ten aanzien van de strafbaarheid van de rechtspersoon[feiten 1 en 2]
Het verweer van de verdediging
Het kader met betrekking tot de strafbaarheid van rechtspersonen
Het kader toegepast op deze zaak
Ten aanzien van verdachte als feitelijk leidinggever[ten aanzien van feiten 1 en 2]
Het oordeel van de rechtbank.
Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde feit.
De bewezenverklaring.
[bedrijf 1] . op tijdstippen in de periode van 15 januari 2019 tot en met 21 oktober 2019 in Nederland, als degene die ingevolge de belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere) gegevensdragers en de inhoud daarvan, deze opzettelijk in valse en/of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking heeft gesteld door een overzicht van transacties voor de USD-rekening van de bankrekening van [bedrijf 1] . bij de HSBC Bank te Hong Kong ter beschikking te stellen aan de Belastingdienst, bestaande de valsheid/valsheden erin dat transacties en/of dividenduitkeringen aan [verdachte] en aan [persoon 1] en/of omzetboekingen niet zijn opgenomen, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting wordt geheven tot het plegen van welk bovenomschreven strafbare feit verdachte feitelijk leiding heeft gegeven;
[bedrijf 1] . op tijdstippen in de periode van 15 januari 2019 tot en met 21 oktober 2019 in Nederland, als degene die ingevolge de belastingwet verplicht was tot het verstrekken van inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen, deze inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen opzettelijk niet heeft verstrekt door — zakelijk weergegeven — op schriftelijke verzoek van de Belastingdienst onjuiste en/of onvolledige inlichtingen en/of gegevens te verstrekken aan de Belastingdienst, bestaande die onjuistheid en/of onvolledigheid hierin dat op het overzicht van transacties voor de USD-rekening van de bankrekening van [bedrijf 1] . bij de HSBC Bank te Hong Kong transacties en/of dividenduitkeringen aan [verdachte] en aan [persoon 1] en/of omzetboekingen niet staan opgenomen, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting wordt geheven tot het plegen van welk bovenomschreven strafbare feit verdachte feitelijk leiding heeft gegeven;
hij op tijdstippen in de periode van 28 april 2015 tot en met 15 januari 2018 in Nederland, telkens opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten digitale aangiften voor de inkomstenbelasting ten name van [verdachte] over:1. het jaar 2013 en2. het jaar 2014 en3. het jaar 2015 en4. het jaar 2016telkens onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, door telkens op de ingeleverde/ingediende aangifte een onjuist bedrag aan belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) op te geven, terwijl dat feit telkens ertoe strekte dat te weinig belasting wordt geheven.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
algemeen
de ernst van de bewezenverklaarde feiten
de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte
de strafmodaliteit en op te leggen straf
de conclusie.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
opzettelijk het feit begaan, omschreven in artikel 68 eerste Pro lid onderdeel c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven en verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.
opzettelijk het feit begaan, omschreven in artikel 68 eerste Pro lid onderdeel a van de Algemene wet inzake rijbelastingen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven en verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.
De onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten zijn in eendaadse samenloop begaan.
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist en/of onvolledig doen terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.
taakstrafvoor de duur
van 240 uren[tweehonderdveertig uren] te vervangen door 120 dagen hechtenis indien veroordeelde deze taakstraf niet of niet naar behoren verricht.
gevangenisstrafvoor de duur
van zes maanden.
niet ten uitvoerzal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat veroordeelde zich voor het einde van een
proeftijd van twee jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.