1. Het handhavingsverzoek heeft het college op dit onderdeel doorgezonden naar het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, omdat dat college bevoegd is.
2. De derde-partij heeft op 4 februari 2026 alsnog een omgevingsvergunning aangevraagd. Gelet op het acute veiligheidsrisico dat tot de kap heeft geleid en de gezondheidstoestand van de boom, namelijk dat deze voor 80% was afgestorven, gaat het college ervan uit dat de aanvraag tot een omgevingsvergunning zal leiden. Onder deze omstandigheden is er volgens het college sprake van concreet zicht op legalisatie.
3. Het handhavingsverzoek heeft het college op dit onderdeel doorgezonden naar het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, omdat dat college bevoegd is.
4. Het college heeft geen overtreding kunnen constateren.
5. Het college heeft geen overtreding kunnen constateren. Uit de bevindingen van de toezichthouders blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden een oppervlakte van circa 1.400 m2 beslaan. Daarmee wordt de in artikel 24.3.1 van de planregels opgenomen ondergrens van 2.500 m2 niet overschreden. Voor zover is aangevoerd dat mogelijk vervuilde grond is geroerd, blijkt uit de overgelegde stukken, zoals weegbonnen en productcertificaten over het toegepaste granulaat, dat niet is gebleken van een overtreding van milieuregelgeving.
6. Het college heeft geen overtreding kunnen constateren. Uit de bevindingen van de toezichthouders blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden een oppervlakte van circa 1.400 m2 beslaan. Daarmee wordt de in artikel 24.3.1 van de planregels opgenomen ondergrens van 2.500 m2 niet overschreden.
7. Op 11 augustus 2025 heeft de derde-partij een melding ingediend voor het aanleggen van een inrit. Deze melding is op 9 januari 2026 door de gemeente akkoord bevonden. Hierdoor is het aanleggen van de inrit gelegaliseerd en is er geen sprake (meer) van een overtreding.
8. Het college heeft geen overtreding kunnen constateren. Uit de bevindingen van de toezichthouders is gebleken dat de aangebrachte oppervlakteverharding niet is gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'landschapswaarden'.
9. Het college heeft geen overtreding kunnen constateren. De schutting is geplaatst binnen de bestemming 'Bedrijf-2' en ingevolge artikel 6.2.5 van de planregels mogen erfafscheidingen worden gerealiseerd binnen deze bestemming tot 2 meter. Op 9 september 2025 hebben de toezichthouders een extra controle uitgevoerd op de schutting en zij hebben geconstateerd dat de erfafscheiding niet hoger is dan 2 meter.
10. Het college heeft geen overtreding kunnen constateren. De inschrijving van een bedrijf op het perceel vormt volgens het college geen strijdig gebruik en geen overtreding van het omgevingsplan. Een bedrijfswoning hoeft volgens het college niet fysiek aan een bedrijfsgebouw gekoppeld te zijn. Het moet wel functioneel en planologisch aan een bedrijf verbonden zijn. Deze verbondenheid is ontstaan bij de inschrijving van het bedrijf op het adres. De derde-partij is de eigenaar en de bedrijfsvoerder van het bedrijf. De bewoning van de bedrijfswoning door de derde-partij levert derhalve geen strijdig gebruik van het omgevingsplan op.
Ten aanzien van de duiker en het beton rondom de duiker heeft de derde-partij op 4 februari 2026 alsnog een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. Het college is van mening dat deze vergunning kan worden verleend. Onder deze omstandigheden is er volgens het college sprake van concreet zicht op legalisatie.