Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:2723

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
29 april 2026
Zaaknummer
25/1175 TUSSENUITSPRAAK
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:12 AwbArt. 8:51a AwbArt. 8:80a AwbArt. 8:51b Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over motiveringsgebrek in WIA-uitkeringsbesluit wegens onvoldoende onderbouwing beperkingen

Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekte en een eerdere afwijzing. Het UWV kende uiteindelijk een WIA-uitkering toe, maar eiseres betwist dat haar beperkingen volledig zijn erkend, met name op het gebied van concentratie, geheugen en urenbeperking.

De rechtbank beoordeelt het medisch onderzoek en concludeert dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de brieven van psychologen en ambulant begeleider niet leiden tot zwaardere beperkingen. De verzekeringsarts B&B heeft beperkingen vastgesteld, maar de rechtbank vindt de motivering voor het niet aannemen van beperkingen op concentratie en uren onvoldoende.

De rechtbank wijst erop dat de vermoedens van ADHD, PTSS en burn-out nog niet zijn gediagnosticeerd, maar dat eiseres wel behandeld wordt voor deze problematiek. De rechtbank besluit geen deskundige te benoemen en stelt het UWV in de gelegenheid het motiveringsgebrek binnen acht weken te herstellen. De verdere procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de medische informatie niet leidt tot verdergaande beperkingen en stelt het UWV in de gelegenheid dit te herstellen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 25/1175 TUSSENUITSPRAAK

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. S.J.W.C. Lipman),
en

De Raad van Bestuur van het Uitvoeringsorgaan werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: [naam] ).
Als derde-partij neemt aan het geding deel:
Ministerie van Financiën, belanghebbende
(gemachtigde: mr. N. Bouwmeester).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het UWV heeft de aanvraag van eiseres om een WIA-uitkering toegewezen, maar eiseres vindt dat in dat besluit haar beperkingen zijn onderschat.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit van het UWV een gebrek bevat. Het UWV heeft namelijk onvoldoende gemotiveerd waarom de brieven van de psychologen van het Autismepunt en de ambulant begeleider niet tot verdergaande beperkingen leiden. De rechtbank doet daarom een tussenuitspraak en stelt het UWV in de gelegenheid om dat gebrek te herstellen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een herbeoordeling gevraagd om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) te ontvangen. Met het besluit van 14 februari 2024 heeft het UWV deze aanvraag afgewezen, omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn.
2.1.
Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het besluit van 9 april 2025 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar gegrond verklaard en een WIA-uitkering toegekend per 1 juli 2023.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
Partijen hebben nadere stukken ingediend.
2.5.
De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, vergezeld van haar gemachtigde en J.G.V.L. Hayes, GZ-psycholoog bij het Autismepunt, en de gemachtigde van het UWV deelgenomen. De gemachtigde van de belanghebbende heeft zich voorafgaand aan de zitting afgemeld.

Feiten

3. Eiseres was sinds 15 oktober 2019 werkzaam als senior informant bij het Ministerie van Financiën (werkgever) voor gemiddeld 29,89 uur per week. Op 15 oktober 2019 heeft eiseres zich ziekgemeld voor dit werk en na het doorlopen van de wachttijd heeft zij op 6 mei 2022 een WIA-uitkering aangevraagd.
3.1.
Met het besluit van 9 januari 2023 heeft het UWV deze aanvraag afgewezen omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Eiseres heeft tegen dit besluit geen rechtsmiddel aangewend.
3.2.
Eiseres heeft op 14 augustus 2023 een herbeoordeling aangevraagd in verband met toegenomen klachten uit dezelfde ziekteoorzaak. Dat heeft geleid tot de besluitvorming zoals is weergegeven onder ‘Procesverloop’.

Beoordeling door de rechtbank

Standpunten van partijen
4. Het UWV stelt zich op het standpunt dat eiseres met haar beperkingen in staat moet worden geacht de functies van huishoudelijk medewerker gebouwen (SBC-code 111334), medewerker postverzorging (intern) (SBC-code 315140) en medewerker binderij, grafisch nabewerker (SBC-code 268030) te verrichten. Vergelijking van het inkomen dat eiseres in deze functies kan verdienen met het inkomen dat zij eerder als senior informant verdiende, leidt tot een mate van arbeidsongeschiktheid van 52,73%.
5. Eiseres is het daar niet mee eens. Zij stelt dat het UWV zowel haar psychische als haar fysieke beperkingen heeft onderschat, met name op het punt van energetisch vermogen. Zij heeft haar standpunt onderbouwd met brieven van haar behandelaren bij het Autismepunt.
De overwegingen van de rechtbank
De zorgvuldigheid van het onderzoek
6. De rechtbank heeft geen aanleiding voor het oordeel dat het onderzoek van het UWV onvoldoende zorgvuldig is geweest. De rechtbank heeft ook geen tegenstrijdigheden aangetroffen in de rapportages van de verzekeringsartsen en hun conclusies vloeien logisch voort uit hun bevindingen.
De medisch inhoudelijke beoordeling
7. De rechtbank beoordeelt of er aanknopingspunten zijn die zorgen voor twijfel aan de medische grondslag van het bestreden besluit. De rechtbank beoordeelt dat die aanknopingspunten er zijn wat betreft de motivering ten aanzien van de concentratie- en geheugenproblemen en de urenbeperking. De rechtbank zal dit hierna toelichten.
7.1.
Het UWV is ermee bekend dat eiseres zowel fysieke als psychische klachten heeft. De primaire arts heeft geconcludeerd dat eiseres beschikt over benutbare mogelijkheden, maar zij wel in de fysieke en psychische belastbaarheid beperkt is. In de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 21 december 2023 zijn daarom beperkingen aangenomen in de rubrieken (1) persoonlijk functioneren, (2) sociaal functioneren, (3) fysieke omgevingseisen en (4) dynamische handelingen. Daarnaast achtte de primaire arts eiseres aangewezen op regelmatige werktijden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (B&B) heeft naar aanleiding van zijn onderzoek verdergaande beperkingen aangenomen en deze neergelegd in de FML van 10 februari 2025. Naar aanleiding van de in beroep ingebrachte informatie heeft de verzekeringsarts B&B verdergaande beperkingen aangenomen en neergelegd in de FML van 11 november 2025.
7.2.
Eiseres voert aan dat zij vanwege haar autismespectrumstoornis (ASS) verdergaand beperkt moet worden geacht. Daarnaast bestaat het vermoeden dat er bij haar ook sprake is van ADHD en/of PTSS. Bovendien is mogelijk ook sprake van een (sluimerende) burn-out. Eiseres stelt zij dat zij ADL afhankelijk is en er moet volgens haar een zwaardere urenbeperking worden aangenomen. Daarnaast moeten beperkingen worden aangenomen voor concentratie, moeite met structuur aanbrengen in denken en problemen met geheugen. Ook is zij vanwege haar chronische pijn niet in staat om langer dan 15 minuten te zitten en langer dan 10 minuten te staan. Vanwege haar hypermobiliteit moeten ook zwaardere beperkingen worden aangenomen voor tillen, duwen, trekken en dragen. Ter onderbouwing van haar standpunt dat zij verdergaand beperkt moet worden geacht, heeft eiseres brieven van haar psychologen en ambulant begeleider overgelegd.
ADL-afhankelijkheid
7.3.
Eiseres stelt dat zij ADL-afhankelijk is. Volgens de verzekeringsarts B&B is dit niet juist. Zij kan namelijk zelfstandig eten en drinken, in en uit bed komen, zich aan- en uitkleden, in een stoel gaan zitten en weer opstaan, praten, horen, bewegen, lopen en naar het toilet gaan. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan het oordeel van de verzekeringsarts B&B over de ADL-afhankelijkheid.
Fysieke beperkingen
7.4.
De verzekeringsarts B&B wijst er in beroep op dat de stelling dat vanwege de hypermobiliteit zwaardere beperkingen moeten worden aangenomen voor duwen, trekken, tillen en dragen, niet wordt onderbouwd. Daarnaast wijst hij erop dat voor deze punten al forse beperkingen zijn aangenomen. Uit het onderzoek van de verzekeringsarts B&B in bezwaar blijkt bovendien dat geen aanleiding bestaat om op deze punten verdergaande beperkingen aan te nemen. De verzekeringsarts B&B heeft ook geen aanleiding gezien om vanwege de hypermobiliteit beperkingen aan te nemen voor zitten en staan. Eiseres heeft geen medische stukken overgelegd waaruit volgt dat de bevindingen van de verzekeringsarts B&B niet juist zijn. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan het oordeel van de verzekeringsarts B&B over de fysieke beperkingen.
Concentratie, structuur aanbrengen in denken en geheugenproblemen
7.5.
De verzekeringsarts B&B ziet geen aanleiding om beperkingen aan te nemen op het gebied van concentratie en geheugen. Tijdens de spreekuren bij de primaire arts en de verzekeringsarts B&B in bezwaar zijn namelijk geen evidente tekortkomingen op het gebied van concentreren en het geheugen waargenomen. Daarnaast wijst de verzekeringsarts B&B erop dat in de FML al rekening is gehouden met het structuur aanbrengen in denken. Zo is eiseres onder andere beperkt geacht ten aanzien van deadlines en productiepieken, een dwingend hoog werktempo, persoonlijk risico en is zij aangewezen op een rustige werkomgeving en op vaste bekende werkwijzen. Ook merkt de verzekeringsarts B&B op dat de vermoedens van ADHD en/of PTSS nog niet bevestigd zijn met een diagnose en dus nog niet geobjectiveerd zijn. Wanneer PTSS zou worden vastgesteld, betekent dat bovendien nog niet dat dit ook tot beperkingen leidt op de datum in geding. Bij vaststelling van ADHD leidt dit volgens de verzekeringsarts B&B wel tot beperkingen die al op de datum in geding aanwezig zijn, maar hiervoor zijn al voldoende beperkingen aangenomen in de FML, aldus de verzekeringsarts B&B.
7.5.1.
De rechtbank constateert dat in de brief van 9 december 2024 door de (GZ)-psychologen E. Hilbrans en A. Bouman een zorgwekkend beeld wordt geschetst. Eiseres wordt in haar alledaagse taken volledig overvraagd en overprikkeld. Zo is zij onder andere niet in staat het huishouden bij te houden, de kinderen op tijd naar school te brengen en is zij vaak zo uitgeput dat zij gedurende de dag op verschillende momenten in slaap valt. De problemen die zij ervaart zijn volgens haar psychologen deels te verklaren door de diagnose ASS. De brief van 11 december 2024 van de ambulant begeleider van eiseres, [naam], bevestigt het beeld zoals geschetst door de psychologen. Ook in deze brief staat dat dagelijkse situaties voor eiseres teveel zijn, zij continu overvraagd wordt en daardoor afhankelijk is van begeleiding. Er is sprake van extreme uitputting en de gezinssituatie wordt als schrijnend omschreven. In de brief van de psychologen Bouman en J.G.V.L. Hayes van 2 oktober 2025 is vervolgens nader toegelicht dat zij aanvankelijk uitgingen van een mindere ernstige ASS van niveau 1, maar dat gedurende het behandeltraject bleek dat de problemen veel groter zijn. Hayes heeft op de zitting nader toegelicht dat dit komt doordat eiseres haar problematiek goed kan maskeren. Op de datum in geding bestond het zorgwekkende beeld dat in de brief van 9 december 2024 wordt geschetst dus al wel. In een nadere toelichting van 15 januari 2026 hebben Bouman en Hayes uitgelegd dat er ook vermoedens zijn van ADHD, PTSS en burn-out. Op de zitting heeft Hayes toegelicht dat deze diagnoses nog niet zijn gesteld, omdat het onderzoek dat daarvoor plaats moet vinden te belastend is voor eiseres en de problematiek nog groter kan maken. Omdat eigenlijk geen twijfel bestaat dat bij eiseres sprake is van ADHD, PTSS en een burn-out wordt zij bij het Autismepunt hier wel voor behandeld, aldus Hayes. Gelet op het zorgwekkende beeld dat uit de brieven van de psychologen en de ambulant begeleider blijkt en de behandeling die eiseres hiervoor krijgt, ondanks dat nog niet alle diagnoses zijn gesteld, overtuigt de motivering van de verzekeringsarts B&B dat geen aanleiding bestaat om beperkingen aan te nemen op het gebied van concentratie en geheugen niet. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat onvoldoende is gemotiveerd waarom de verzekeringsarts B&B, gelet op de brieven van de psychologen en de ambulant begeleider, vindt dat er geen aanleiding is om beperkingen aan te nemen op het gebied van concentratie en geheugen.
Urenbeperking
7.6.
De verzekeringsarts B&B heeft toegelicht dat er geen noodzaak is om een verdergaande urenbeperking aan te nemen. Op de datum in geding was er geen sprake van een verminderde beschikbaarheid. Eiseres was weliswaar in beeld bij het Autismepunt, maar volgens de verzekeringsarts B&B blijkt niet dat de aangenomen urenbeperking van vier uur per dag en 23 uur per week daarvoor ontoereikend was. Daarnaast ziet de verzekeringsarts B&B geen reden om vanuit preventief oogpunt een forsere urenbeperking aan te nemen als met de overige beperkingen uit de FML rekening wordt gehouden. Ook uit energetisch oogpunt ziet de verzekeringsarts B&B geen aanleiding een verdergaande urenbeperking aan te nemen. Hij licht toe dat uit het dagverhaal van eiseres blijkt dat haar dagen volledig gevuld zijn. Weliswaar heeft zij tijdens het spreekuur aangegeven dat zij de gehele dag door in slaap valt, maar zowel de primaire arts als de verzekeringsarts B&B heeft hier tijdens het onderzoek geen signalen van waargenomen. Over de vermoedens dat bij eiseres mogelijk sprake is van ADHD en/of PTSS merkt de verzekeringsarts B&B op dat het hier enkel gaat om vermoedens en dat er nog geen diagnoses zijn gesteld en ook de daarvoor benodigde onderzoeken nog niet hebben plaatsgevonden. Deze vermoedens zijn dan ook niet geobjectiveerd.
7.6.1.
De rechtbank kan de motivering van de verzekeringsarts B&B dat er geen aanleiding is om een verdergaande urenbeperking aan te nemen niet volgen. Uit de in 7.5.1 besproken brieven van de psychologen en de ambulant begeleider blijkt dat eiseres in de dagelijkse gang van zaken wordt overvraagd en overprikkeld is en dat zij zo uitgeput is dat zij gedurende de dag meermaals in slaap valt. Gelet op het beeld dat in deze brieven wordt geschetst, is niet inzichtelijk gemotiveerd waarom geen verdergaande urenbeperking is aangewezen. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat de verzekeringsarts B&B onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen aanleiding bestaat een verdergaande urenbeperking aan te nemen.
Deskundige
7.7.
Op de zitting is besproken dat de mogelijkheid bestaat dat de rechtbank een deskundige benoemt. De diagnoses voor PTSS, ADHD en burn-out zijn namelijk nog niet gesteld. Partijen zijn het erover eens dat alle medische informatie in het dossier zit. Hayes heeft daarnaast op de zitting toegelicht dat de onderzoeken die nodig zijn voor het stellen van diagnoses op dit moment te belastend zijn voor eiseres. Bovendien wordt zij bij het Autismepunt, ondanks dat de diagnoses ontbreken, ook al behandeld voor PTSS, ADHD en burn-out. Bij het Autismepunt zien zij namelijk gelet op de problemen die eiseres ervaart, aanleiding om hier de behandeling op in te zetten. De rechtbank zal daarom geen deskundige benoemen.
7.8.
De rechtbank zal, gelet op wat hierna in rechtsoverweging 8.1 tot en met 8.7 is overwogen, de arbeidskundige beoordeling aanhouden.

Conclusie en gevolgen

8. Uit wat de rechtbank in overwegingen 7.5.1 en 7.6.1 heeft overwogen, volgt dat het bestreden besluit in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onvoldoende is gemotiveerd. Volgens artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak.
8.1.
De rechtbank ziet aanleiding om het UWV in de gelegenheid te stellen het motiveringsgebrek te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een nader onderzoek door de verzekeringsarts B&B en/of een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het bestreden besluit. Als het UWV daarbij tot de conclusie komt dat de FML moet worden aangepast, zal hij ook moeten nagaan of de nu geselecteerde voorbeeldfuncties dan nog passend zijn. Indien daar een mate van arbeidsongeschiktheid van meer dan 80% uit voortvloeit, verzoekt de rechtbank het UWV ook de duurzaamheid van de beperkingen bij de beoordeling te betrekken.
8.2.
De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het UWV het gebrek kan herstellen op acht weken na verzending van de tussenuitspraak.
8.3.
Mocht het UWV niet in staat zijn om binnen de daarvoor gestelde termijn gebruik te maken van de hiervoor genoemde herstelmogelijkheid, dan zal het UWV binnen de gestelde termijn een concreet en gemotiveerd verzoek voor verlenging daarvan moeten indienen bij de rechtbank.
8.4.
Het UWV moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken na de verzending van deze tussenuitspraak, mededelen aan de rechtbank of hij gebruikmaakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als het UWV gebruikmaakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen acht weken te reageren op de herstelpoging van het UWV. In beginsel, ook in de situatie dat het UWV de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.
8.5.
Mocht eiseres niet in staat zijn om binnen de daarvoor gestelde termijn gebruik te maken van de hiervoor gestelde gelegenheid om te reageren, dan zal eiseres binnen de gestelde termijn een concreet en gemotiveerd verzoek voor verlenging daarvan moeten indienen bij de rechtbank.
8.6.
Het geding zoals dat na deze tussenuitspraak wordt gevoerd, blijft in beginsel beperkt tot de beroepsgronden zoals die zijn besproken in de tussenuitspraak, omdat het inbrengen van nieuwe geschilpunten over het algemeen in strijd met de goede procesorde wordt geacht.
8.7.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:
  • draagt het UWV op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
  • stelt het UWV in de gelegenheid om binnen acht weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
  • houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.C. Veelenturf, rechter, in aanwezigheid van
mr. Y. Mutsaers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.