ECLI:NL:RBOBR:2026:2720
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen WOZ-aanslagen 2023 en 2024 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Eiseres maakte bezwaar tegen de WOZ-aanslagen voor de jaren 2023 en 2024, maar deed dit pas na het verstrijken van de wettelijke termijn. De heffingsambtenaar stelde dat de aanslagbiljetten correct aan eiseres waren verzonden via Data B. Mailservice B.V. en PostNL, wat door de rechtbank aannemelijk werd geacht. Eiseres ontkende ontvangst, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar niet hoefde aan te tonen dat eiseres de aanslagbiljetten daadwerkelijk had ontvangen, slechts dat deze waren verzonden. De bezwaren werden daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast werd het horen in bezwaar achterwege gelaten omdat dit geen invloed zou hebben gehad op de uitkomst.
Klachten over aanslagen van eerdere jaren konden in deze procedure niet worden behandeld. Eiseres werd veroordeeld tot het betalen van griffierecht en proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter A.F. Vink op 30 april 2026.
Uitkomst: De bezwaren tegen de WOZ-aanslagen 2023 en 2024 zijn niet-ontvankelijk verklaard en het beroep is ongegrond.