De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eersel om een omgevingsvergunning te verlenen voor terreinverharding en het aanleggen van een wadi op een locatie met bijzondere bestemmingen en waarden. Verzoeker, eigenaar van een aangrenzend perceel, maakt bezwaar tegen het besluit vanwege mogelijke negatieve effecten op landschappelijke en hydrologische waarden.
De voorzieningenrechter beoordeelt of er sprake is van een spoedeisend belang en of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Geconstateerd wordt dat de wadi binnen een gebied ligt met de bestemming “Agrarisch met waarden – Landschap” en de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – beekdal’, waar hydrologische waarden beschermd worden. Ook de terreinverharding raakt gebieden met de functieaanduiding ‘landschapswaarden’, waarvoor strikte regels gelden.
Het college heeft onvoldoende gemotiveerd dat de vergunning geen onevenredige aantasting veroorzaakt van de landschappelijke, cultuurhistorische en hydrologische waarden. Hierdoor is het niet duidelijk welke waarden ter plaatse aanwezig zijn en of de werkzaamheden deze onevenredig schaden. De voorzieningenrechter concludeert dat het spoedeisend belang aanwezig is en schorst het besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Kleijn Hesselink en griffier M.J.A.B. Elsman. Het college wordt verplicht het griffierecht aan verzoeker te vergoeden. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.