Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [vestigingsplaats],
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Best,
[naam]uit [woonplaats] (vergunninghouder).
Samenvatting
.Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
(het bestemmingsplan) en het latere parapluplan “Parkeernormen en Archeologie”
(het parapluplan) van kracht. Deze plannen maken daarom nu onderdeel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente. Op grond van het parapluplan rust op een deel van de locatie de bestemming “Waarde – Archeologie 4” (gebied met een hoge archeologische verwachting) en op een deel van de locatie de bestemming “Waarde – Archeologie 5” (gebied met een middelhoge archeologische verwachting).