Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:2701

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
12046213 \ CV EXPL 26-190
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding schade en parkeergeld na onrechtmatig verlaten parkeergarage door slagboom

Q-Park exploiteert de parkeergarage Eindhoven-Heuvel. Op 14 september 2025 reed gedaagde met een auto zonder te betalen door de slagboom van deze parkeergarage. Q-Park vorderde betaling van het gederfde parkeergeld, schade aan de slagboom en bijkomende kosten. Gedaagde voerde aan dat hij niet kon betalen omdat zijn telefoon leeg was en hij geen kaartje had, en dat hij meerdere malen contact heeft gezocht met Q-Park voor een oplossing.

De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst met Q-Park niet met gedaagde, maar met zijn vriend was gesloten, waardoor de vordering niet op de overeenkomst kon worden gebaseerd. Subsidiair stelde de rechtbank vast dat gedaagde onrechtmatig handelde door zonder betaling de garage te verlaten en schade aan de slagboom toe te brengen.

Hoewel niet kon worden vastgesteld of gedaagde contact had met Q-Park, was het zijn verantwoordelijkheid om over een betaalmiddel te beschikken. De gevorderde schadevergoeding van €913,41, bestaande uit parkeergeld, schade aan de slagboom en overige kosten, werd toegewezen. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding, wettelijke rente en proceskosten.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €913,41 schadevergoeding plus wettelijke rente en proceskosten wegens onrechtmatig verlaten van parkeergarage zonder betaling.

Uitspraak

RECHTBANKOOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: 12046213 \ CV EXPL 26-190
Vonnis van 2 april 2026
in de zaak van
Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,
te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Q-Park,
gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 december 2025 met producties 1 tot en met 5,
- het mondelinge gegeven schriftelijk verweer gegeven tijdens het gesprek van 15 januari 2026,
- de brief waarbij is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte van Q-Park met productie 6 en een USB-stick met beeldmateriaal,
- de productie van Q-Park overgelegd op de mondelinge behandeling,
- de mondelinge behandeling van 5 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is een datum voor uitspraak van het vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Q-Park exploiteert en beheert parkeeraccommodaties, onder andere in Nederland, waaronder de parkeergarage Eindhoven-Heuvel.
2.2.
Het parkeermanagementsysteem en de camera’s van Q-Park hebben geregistreerd dat een auto met kenteken [kenteken] gebruik heeft gemaakt van de parkeergarage Eindhoven-Heuvel en dat deze auto op 14 september 2025 om 02.52 uur de parkeergarage, zonder te betalen, heeft verlaten door door de slagboom bij de uitrijterminal heen te rijden.
2.3.
De auto stond volgens de gegevens van de RDW geregistreerd op de naam [A] . De auto werd op voornoemd tijdstip door [gedaagde] bestuurd.

3.Het geschil

3.1.
Q-Park vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 1.050,42, te vermeerderen met rente en kosten.
3.2.
Q-Park legt daaraan, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag.
Primair heeft [gedaagde] door te handelen als hiervoor onder 2.2. vermeld in strijd gehandeld met de tussen partijen bestaande overeenkomst en de algemene voorwaarden en is hij toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van deze overeenkomst. Subsidiair heeft [gedaagde] daarmee onrechtmatig jegens Q-Park gehandeld. Q-Park lijdt door dit handelen schade en deze kan aan [gedaagde] worden toegerekend. Op grond van de algemene voorwaarden is [gedaagde] een bedrag van € 382,41 aan schadevergoeding en het verschuldigde parkeergeld van € 11,50 verschuldigd. De door [gedaagde] aan de slagboom toegebrachte schade bedraagt € 519,50. Ondanks aanmaningen is betaling door [gedaagde] uitgebleven, waardoor hij in verzuim is geraakt. Hierdoor is hij wettelijke rente verschuldigd. Daarnaast heeft Q-Park [gedaagde] aangemaand, waarbij buitengerechtelijke incassokosten zijn aangezegd. [gedaagde] is ook deze kosten ten bedrage van € 137,01 verschuldigd.
3.3.
[gedaagde] voert, zakelijk weergegeven, het volgende verweer. Hij betwist de vordering. Hij was met een vriend naar Eindhoven meegereden naar zijn auto. Omdat hij de volgende dag moest werken, wilde hij naar huis. De batterij van zijn telefoon was leeg en hij had geen kaartje van de parkeergarage. Het kaartje had zijn vriend. Hij kon dus niet betalen. Bij de slagboom heeft hij aangebeld en geprobeerd om een oplossing te bereiken met Q-Park. Hij wilde contant betalen of zijn telefoon opladen om te betalen, of hij heeft gevraagd of Q-Park een rekening wilde sturen. De oplossing die Q-Park heeft aangeboden, was dat hij iemand maar om geld moest vragen. Om 02.00 uur ’s nachts was dat niet mogelijk. Bijna een uur stond hij daar. Vanwege het uitblijven van een oplossing is hij uiteindelijk door de slagboom de parkeergarage uitgereden. De bewuste avond was zijn vriendin bij hem. Ook de batterij van de telefoon van zijn vriendin was leeg, waardoor ook zij niet kon betalen. Zij kan verklaren dat hij meerdere malen heeft aangebeld om met Q-Park tot een oplossing te komen. Hij heeft contact met de advocaat van Q-Park opgenomen en aangegeven dat hij bereid is om de slagboom te betalen en een dagkaart, maar daar zijn zij niet mee akkoord gegaan.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Q-Park grondt de vordering primair op het bestaan van een parkeerovereenkomst met [gedaagde] . Volgens Q-Park is met [gedaagde] een overeenkomst tot stand gekomen doordat hij de parkeergarage is binnengereden.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat niet hij, maar een vriend van hem met de auto de parkeergarage is binnengereden. Q-Park heeft dat niet betwist. Dit betekent dat niet [gedaagde] , maar zijn vriend een overeenkomst met Q-Park heeft gesloten. De vordering jegens [gedaagde] kan dus niet worden gegrond op een overeenkomst.
4.2.
Subsidiair heeft Q-Park de vordering gegrond op een onrechtmatige daad die [gedaagde] jegens haar heeft begaan.
Vast staat dat [gedaagde] met de auto de parkeergarage, zonder te betalen voor het parkeren, is uitgereden door door de slagboom te rijden. Vast staat ook dat Q-Park als gevolg daarvan schade heeft geleden. De schade bestaat in ieder geval uit het derven van inkomsten omdat niet voor het parkeren is betaald en uit schade aan (de installatie van) de slagboom.
4.3.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij niet heeft betaald voor het parkeren omdat hij op dat moment niet beschikte over een cashless betaalmiddel, omdat de batterij van zijn telefoon leeg was. Tevens heeft hij aangevoerd dat hij vóór het uitrijden uit de parkeergarage meerdere malen via de belknop/intercom contact heeft gehad met een Q-Parkmedewerker en dat hij meerdere voorstellen aan die medewerkers heeft gedaan om tot een oplossing te komen, zoals contant betalen of een betalingsregeling treffen. De medewerkers van Q-Park zouden hem daarin niet ter wille zijn geweest. Omdat de auto achterlaten in de parkeergarage geen optie voor hem was, heeft hij uiteindelijk besloten om door de slagboom heen de parkeergarage uit te rijden, aldus [gedaagde] .
4.4.
Q-Park heeft aangevoerd dat zij aan parkeerders in haar garage meerdere mogelijkheden biedt om de parkeergarage op een rechtmatige wijze te verlaten. Via de belknoppen kan een klant 24 uur per dag contact krijgen met een medewerker. Als een klant niet beschikt over een bankkaart of een ander betaalmiddel, dan zal de Q-Park-medewerker de klant assisteren om de parkeergarage op een rechtmatige wijze te verlaten. Hiervoor worden vaste protocollen gehanteerd. Volgens Q-Park is de nieuwe methode dat zij een betaalverzoek naar het e-mailadres van de klant stuurt, waarna de klant de parkeergarage op rechtmatige wijze kan verlaten. De klant kan dan achteraf alsnog betalen. Volgens Q-Park heeft er de desbetreffende avond geen contact met [gedaagde] plaatsgevonden. Ter onderbouwing heeft zij, op de mondelinge behandeling, een overzicht met loggegevens van contactmomenten van 14 september 2025 overgelegd. Q-Park heeft aangevoerd dat in dit overzicht alle meldingen zijn geregistreerd die op 14 september 2025 hebben plaatsgevonden en dat daarin geen registratie van een of meerdere contacten met [gedaagde] is opgenomen. En los van de vraag of assistentie aan hem is verleend, heeft [gedaagde] de parkeergarage onrechtmatig verlaten, aldus Q-Park.
4.5.
Of [gedaagde] , voordat hij door de slagboom de parkeergarage uitreed, via een belknop contact heeft gehad met een medewerker van Q-Park, valt niet te achterhalen. Het door Q-Park ter zitting overgelegde overzicht van contacten met medewerkers in de parkeergarage op 14 september 2025 geeft daarover geen definitief uitsluitsel. Het kan dus niet worden uitgesloten dat [gedaagde] wel degelijk die nacht heeft gesproken met een medewerker voordat hij de parkeergarage uitreed door de slagboom. Als dat zo is geweest is niet begrijpelijk dat Q-Park aan hem geen werkbare oplossing heeft aangeboden conform de mogelijkheden die zij ter zitting heeft genoemd.
Wat daar ook van zij, vast staat dat [gedaagde] zonder voor het parkeren te betalen de parkeergarage is uitgereden waarbij hij schade heeft toegebracht aan de slagboom(installatie). Het was zijn verantwoordelijkheid dat hij over een betaalmiddel beschikte dat in de garage werd geaccepteerd als hij met de auto de parkeergarage wilde uitrijden. Daar beschikte hij niet over (althans dat heeft hij niet gebruikt om de parkeergarage te kunnen uitrijden). Door toch de parkeergarage uit te rijden (zonder te betalen) en daarbij schade voor Q-Park te veroorzaken heeft hij onrechtmatig jegens Q-Park gehandeld. Deze schade is aan hem toerekenbaar. Hij dient daarom die schade te vergoeden.
4.6.
Q-Park vordert drie bedragen aan schadevergoeding. Zij vordert vergoeding van het gederfde parkeergeld ad € 11,50 en van de schade aan de slagboom ad € 519,50. Tevens vordert zij een bedrag van € 382,41 als schadevergoeding wegens (i) geleden omzetderving, (ii) gemaakte kosten, (iii) uitgevoerde werkzaamheden, (iv) reeds gedane en toekomstige investeringen, (v) ingeschakelde derden en (vi) ter preventie.
4.7.
[gedaagde] heeft erkend dat hij de schade aan de slagboom en het gederfde parkeergeld aan Q-Park moet vergoeden. De bedragen van € 11,50 en € 519,50 zijn daarom toewijsbaar.
[gedaagde] voert verweer tegen de gevorderde schade van € 382,41. Hij voert aan dat hem die nacht geen redelijke mogelijkheid tot betalen is gegeven door de Q-Parkmedewerkers, hoewel hij daarom via de belknop/intercom had verzocht en ook meerdere voorstellen daarvoor had gedaan. Bovendien is hij van mening dat het bedrag te hoog is.
Zoals hiervoor overwogen kan niet worden vastgesteld of [gedaagde] vóór het uitrijden door de slagboom contact heeft gehad met een medewerker van Q-Park via de belknop/intercom. Maar ook als hij inderdaad contact heeft gehad met een medewerker en die medewerker hem geen redelijk alternatief om te betalen heeft aangeboden, moet worden geconcludeerd – zoals hiervoor onder 4.5. is gedaan – dat hij de parkeergarage niet had mogen uitrijden door door de slagboom te rijden en niet te betalen voor het parkeren, en dat hij daarom de schade die Q-Park als gevolg daarvan heeft geleden, moet vergoeden.
Q-Park heeft voldoende onderbouwd dat zij, naast het gederfde parkeergeld en de schade aan de slagboom, ook andere kosten heeft gehad in verband met het op onrechtmatige wijze uitrijden uit de parkeergarage door [gedaagde] , zoals administratieve kosten en de kosten van investeringen in verband met het voorkomen van het op onrechtmatige wijze uitrijden uit hun parkeergarages en het opsporen van degenen die op onrechtmatige wijze hebben uitgereden. Het bedrag van € 382,41 is voorts niet onredelijk hoog. Gelet op het feit dat degenen die wel een parkeerovereenkomst met Q-Park hebben en die op onrechtmatige wijze uit een parkeergarage van Q-Park zijn gereden, ook dit bedrag aan schadevergoeding moeten betalen op grond van een beding in de overeenkomst en dat beding in de rechtspraak niet oneerlijk wordt bevonden, is er onvoldoende grond om in de onderhavige zaak te oordelen dat het bedrag onredelijk hoog is. Ook dit bedrag is toewijsbaar.
Aan schadevergoeding zal daarom worden toegewezen een bedrag van € 913,41 (€ 11,50 + € 519,50 + € 382,41).
4.8.
Q-Park vordert ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, omdat onvoldoende is gebleken dat de verrichte buitengerechtelijke incassowerkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Dit zijn de toetsingscriteria voor de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten als een vordering op een onrechtmatige daad is gegrond.
4.9.
Q-Park vordert daarnaast wettelijke rente vanaf de pleegdatum over een bedrag van € 1.050,42. Tegen de gevorderde wettelijke rente is geen afzonderlijk verweer gevoerd. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toe te wijzen hoofdsom van € 913,41.
4.10.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Q-Park worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
350,00
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
830,78
5. De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park te betalen het bedrag van € 913,41, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag, met ingang van 14 september 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Q-Park vastgesteld op € 830,78, te vermeerderen met de eventuele kosten van betekening van het vonnis,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Wiggers en in het openbaar uitgesproken door
mr. J.J.A. Donkersloot op 2 april 2026.