Verdachte werd vervolgd voor twee voltooide diefstallen en vier pogingen tot diefstal van goederen uit auto's in verschillende gemeenten in 2025. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte zich in de nachtelijke uren toegang verschafte tot voertuigen en daarin zocht naar goederen, waarbij in twee gevallen daadwerkelijk spullen werden weggenomen.
De verdediging voerde vrijspraak aan, onder meer vanwege twijfel over herkenning op camerabeelden en het ontbreken van bewijs voor het gebruik van een valse sleutel. De rechtbank sprak verdachte vrij van twee tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs, maar verklaarde de overige feiten wettig en overtuigend bewezen.
Gezien het uitgebreide strafrechtelijk verleden van verdachte, de instabiele leefsituatie en het hoge recidiverisico, concludeerde de rechtbank dat oplegging van de ISD-maatregel passend en noodzakelijk is. De rechtbank wees het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis af en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar schadevordering wegens onvoldoende onderbouwing.