Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:2688

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
12032855 CV EXPL 25-9974
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:653 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing concurrentiebeding wegens onvoldoende motivering in arbeidsovereenkomst

De zaak betreft een kort geding tussen een werknemer en zijn werkgever, Nivel B.V., over de geldigheid en handhaving van een concurrentie- en relatiebeding in de arbeidsovereenkomst. De werknemer trad in september 2023 in dienst bij Nivel met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, later omgezet naar onbepaalde tijd. Het beding bevatte een boetebeding bij overtreding.

De werknemer wilde bij een andere werkgever, [C] B.V., in dienst treden, maar Nivel hield hem aan het concurrentiebeding. De werknemer vorderde schorsing van het beding en verbod op boetebetaling. Nivel voerde verweer en vorderde handhaving van het beding.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het concurrentiebeding onvoldoende specifiek was gemotiveerd, met generieke en identieke motiveringen voor verschillende functies, wat niet voldoet aan de hoge eisen van artikel 7:653 BW Pro. De omzetting naar onbepaalde tijd herstelt dit gebrek niet. Daarom werd het beding geschorst totdat de bodemrechter definitief beslist. Nivel werd verboden boetes te vorderen en veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt geschorst wegens onvoldoende motivering en Nivel wordt verboden boetes te vorderen tijdens de schorsing.

Uitspraak

RECHTBANKOOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 12032855 \ CV EXPL 25-9974
Vonnis in kort geding van 25 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. B. Vleer,
tegen
NIVEL B.V.,
te Breda,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Nivel,
gemachtigde: mr. S.A.J. van Riel

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 februari 2026 met producties;
- de conclusie van antwoord tevens inhoudende eis in reconventie met producties;
- de brief van Nivel met aanvullende producties;
1.2.
De zaak is mondeling behandeld op de zitting van 11 maart 2026. Verschenen zijn [eiser] in persoon, bijgestaan door mr. B. Vleer en namens Nivel, [A] en [B] , bijgestaan door haar gemachtigde, mr. S.A.J. van Riel. Mr. Vleer heeft een pleitnota voorgedragen en de griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat tijdens de zitting is besproken. De zaak is vervolgens aangehouden voor overleg tussen partijen.
1.3.
Mr. Van Riel heeft de rechtbank op 16 maart 2026 te kennen gegeven dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt en verzocht om vonnis te wijzen.
1.4.
Tot slot is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] is op 18 september 2023 bij Nivel in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, in de functie van Consulant. In de arbeidsovereenkomst zijn onder meer de volgende bedingen opgenomen:

Artikel 12 Concurrentie Pro- en relatiebeding
Lid 1Het Is werknemer verboden zowel gedurende de looptijd van de arbeidsovereenkomst als binnen een tijdvak van één (1) jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst daarvan, binnen een cirkel (met werkgever als middelpunt) en met een straal van 60 km, in enigerlei vorm, direct en/of indirect, werkzaam, behulpzaam, betrokken te zijn bij, dan wel een (financieel) belang/aandeel te hebben in, een bedrijf, gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan dat van werkgever, dan wel In enigerlei vorm, direct en/of indirect, werkzaam, behulpzaam of betrokken te zijn bij, dan wel een (financieel) belang/aandeel te hebben in, een bedrijf gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan de direct en/of indirect aan werkgever gelieerde ondernemingen, hetzij tegen vergoeding hetzij om niet, of daarin een (financieel) belang/aandeel van welke aard ook te hebben, tenzij werknemer daartoe voorafgaande schriftelijke toestemming van werkgever heeft gekregen, aan welke toestemming werkgever voorwaarden kan verbinden.
Lid 2Ongeacht de wijze waarop of de redenen waarom de arbeidsovereenkomst zal zijn beëindigd en tenzij werkgever daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven, is het werknemer gedurende een tijdvak van twee (2) jaar vanaf de einddatum van het dienstverband eveneens verboden in enigerlei vorm, tegen vergoeding of om niet, direct en/of Indirect, zaken te doen met, contact te onderhouden met, werkzaam te zijn voor, aanbiedingen te doen aan of enig (financieel) belang/aandeel te hebben in een onderneming van, een relatie, opdrachtgever dan wel klant van werkgever, waaronder begrepen rechtsopvolgers onder algemene of bijzondere titel en/of een relatie, opdrachtgever dan wel klant van de direct en/of Indirect aan werkgever gelieerde ondernemingen, waaronder begrepen rechtsopvolgers onder algemene of bijzondere titel.
Lid 3In de uitoefening van de functie zal werknemer kennis opdoen van (een samenhangend geheel van) organisatorische (marketlng)technlsche en/of financiële informatie, systemen, strategieën en werkwijzen die werkgever onderscheidt van haar concurrenten en In belangrijke mate haar marktpositie bepaalt. Tevens zal werknemer in het kader van de uitoefening van zijn functie contacten verkrijgen c.q. onderhouden met cliënten, opdrachtgevers, klanten, potentials en relaties van werkgever. Werkgever is voor de door haar te behalen omzet afhankelijk van opdrachten zoals die aangeleverd worden door voormelde cliënten, opdrachtgevers, klanten, potentials en relaties. Werkgever heeft er derhalve belang bij dat voormelde cliënten, relaties, opdrachtgevers en potentials respectievelijk cliënt(e), relatie, opdrachtgever, potential en/of klant blijven. Voorts heeft werkgever er belang bij dat werknemer de kennis die hij bij werkgever heeft opgedaan niet zal aanwenden voor concurrenten van werkgever. De hiervoor opgesomde omstandigheden vormen in onderlinge samenhang bezien, alsmede ieder op zichzelf, een voldoende zwaarwegend bedrijfsbelang om met werknemer een concurrentiebeding overeen te komen. De opsomming van de zwaarwegende bedrijfsbelangen is niet limitatief, maar kan door werkgever worden aangevuld en/of gewijzigd.
Lid 4Bij overtreding van het gestelde in de leden 1 en 2 van dit artikel verbeurt werknemer aan en ten behoeve van werkgever een dadelijk en ineens, zonder sommatie of ingebrekestelling, opeisbare boete van € 5.000,= (zegge: vijfduizend euro) per overtreding alsmede € 500,= (zegge: vijfhonderd euro) voor Iedere dag of een gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt, onverminderd het recht van werkgever om in plaats van de boete(s) een volledige schadevergoeding te vorderen.”
2.2.
Bij brief van 24 januari 2024 is de arbeidsovereenkomst van [eiser] omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In de brief is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:

Met ingang van 1 januari 2024 zal je salaris € 2.500,00 bruto per maand gaan bedragen.
Eveneens zal je contract per dezelfde datum worden omgezet naar een contract voor onbepaalde tijd.
Alle overige voorwaarden blijven ongewijzigd.
Dit schrijven kun je als bijlage bij je huidige contract beschouwen.”
2.3.
Bij brief van 8 januari 2025 is het salaris van [eiser] per 1 januari 2025 verhoogd naar € 3.000,00 bruto per maand. Verder is in de brief, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:

Alle overige voorwaarden blijven ongewijzigd.
Dit schrijven kun je als bijlage van je huidige contract beschouwen.”
2.4.
Op 20 november 2025 heeft [eiser] Nivel geïnformeerd over zijn voornemen om bij [C] B.V. (hierna: [C]) in dienst te treden. Diezelfde dag heeft Nivel [eiser] laten weten hem in dat geval aan zijn concurrentie- en relatiebeding te zullen houden.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [eiser] toestemming verleent om bij [C] in dienst te treden, althans het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding, en voor zover nodig het relatiebeding, onmiddellijk te schorsen;
II. Nivel te verbieden enige boete jegens [eiser] te vorderen wegens het overtreden van het concurrentiebeding, en voor zover nodig het relatiebeding;
III. Nivel te veroordelen in de proces- en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na dagtekening van het vonnis.
3.2.
[eiser] legt aan zijn vordering, primair, ten grondslag dat het concurrentiebeding niet voldoet aan de vereisten van artikel 7:653 BW Pro, zodat het beding niet rechtsgeldig is. Dat is er enerzijds in gelegen dat het concurrentiebeding niet rechtsgeldig tot stand is gekomen (want niet voldaan aan motiveringsvereiste) en anderzijds niet rechtsgeldig voortgezet (want niet schriftelijk overeengekomen bij de omzetting van de arbeidsovereenkomst naar onbepaalde tijd). Subsidiair stelt [eiser] dat het concurrentiebeding niet wordt overtreden in het geval hij een dienstverband bij [C] aanvaardt, omdat [C] geen concurrent van Nivel is en [C] bovendien gevestigd is buiten het geografisch bereik van het concurrentiebeding. Meer subsidiair stelt [eiser] dat zijn belangen bij schorsing van het concurrentiebeding zwaarder wegen dan de belangen van Nivel bij de instandhouding daarvan, zodat om die reden schorsing van het concurrentiebeding, dan wel matiging van de boete, geboden is.
3.3.
Nivel voert verweer. Nivel concludeert (in conventie) tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf moment van opeisbaarheid. Daarnaast vordert Nivel (in reconventie) – samengevat - [eiser] te gebieden zich te houden aan het concurrentie- en relatiebeding en/of te verbieden om werkzaamheden te verrichten voor [C], zulks op straffe van een dwangsom, met veroordeling van [eiser] in de proces- en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf moment van opeisbaarheid.
3.4.
Nivel voert daartoe het volgende aan. Zij betwist dat sprake is van een spoedeisend belang aan de zijde van [eiser] . Voor zover er wel sprake is van een spoedeisend belang, voert Nivel aan dat wel voldaan is aan de vereisten van artikel 7:653 BW Pro, zodat het concurrentiebeding rechtsgeldig is. Het concurrentiebeding bevat namelijk een voldoende, concrete motivering en daarnaast is aan het schriftelijkheidsvereiste voldaan doordat de brief waarmee de arbeidsovereenkomst is omgezet als bijlage dient bij de arbeidsovereenkomst. Daarnaast voert Nivel aan dat [eiser] weldegelijk het concurrentiebeding overtreedt in het geval hij bij [C] in dienst treedt, omdat [C] een concurrent is van Nivel en binnen het geografisch bereik ligt. Tenslotte betwist Nivel dat de belangenafweging in het voordeel van [eiser] dient uit te vallen.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

In conventie en reconventie
4.1.
De vorderingen in conventie en reconventie lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
Toetsingskader kort geding
4.2.
Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. Vorderingen in kort geding kunnen alleen worden toegewezen als partijen daarbij een spoedeisend belang hebben. Het spoedeisend belang moet voor ieder afzonderlijk gedeelte van de vordering worden gesteld en bij betwisting aannemelijk worden gemaakt. Verder is voor toewijzing van de vorderingen in dit kort geding vereist dat de feiten en omstandigheden die aan de vorderingen ten grondslag zijn gelegd, voldoende aannemelijk zijn. Ook moet in voldoende mate waarschijnlijk zijn dat de vorderingen in een nog te voeren gewone procedure (bodemprocedure) zullen worden toegewezen. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in dit kort geding geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele gewone procedure. De beoordeling in dit kort geding is dus een voorlopig oordeel over het geschil.
Spoedeisend belang is aanwezig
4.3.
Geoordeeld wordt dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening. Een vordering over het al dan niet van toepassing zijn van een concurrentiebeding is in het algemeen een spoedeisende vordering. Nivel stelt zich echter op het standpunt dat [eiser] geen spoedeisend belang (meer) heeft, omdat het aanbod zoals dat door [C] gestand is gedaan (om aldaar in dienst te treden) inmiddels is verstreken.
Weliswaar heeft [eiser] tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat het aanbod – ondanks het verstrijken van de termijn – nog niet is komen te vervallen, maar daaruit maakt Nivel juist op dat alsdan niet wordt ingezien waarom een beslissing in een bodemprocedure niet kan worden afgewacht als kennelijk het aanbod steeds gestand wordt gedaan, aldus Nivel. Bovendien zou [eiser] – indien hij zou willen – elders in dienst kunnen treden, zonder het concurrentiebeding te overtreden, aldus nog steeds Nivel.
De voorzieningenrechter is het daar niet mee eens. [eiser] heeft toegelicht dat [C] bereid is geweest om, in afwachting van de beslissing in deze kortgedingprocedure, het aanbod gestand te doen en niet is gebleken dat [C] bereid is om een beslissing in een bodemprocedure af te wachten. Bovendien is ter zitting gebleken dat [C] actief kandidaten aan het werven is voor de functie waarvoor zij [eiser] een aanbod heeft gedaan. Dat die kandidaten (twee personen) uiteindelijk niet zijn aangenomen omdat zij geen match bleken te zijn met het team, doet niet af aan dat [C] kennelijk op korte termijn de vacature wil vervullen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiser] daarmee een voldoende spoedeisend belang heeft om de vordering in kort geding te beoordelen. Temeer nu het concurrentiebeding zijn recht op vrije arbeidskeuze beperkt.
Het concurrentie- en relatiebeding wordt geschorst
4.4.
De voorzieningenrechter stelt vast dat artikel 12 van Pro de arbeidsovereenkomst zowel een concurrentiebeding- als een relatiebeding inhoudt. Beide zijn aan te merken als een beding in de zin van artikel 7:653 BW Pro.
4.5.
Uitgangspunt is dat een dergelijk beding slechts kan worden overeengekomen in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (artikel 7:653 lid 1 onder Pro a BW). In afwijking daarvan kan een dergelijk beding ook in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd worden opgenomen, míts uit de bij dat beding opgenomen schriftelijke motivering van de werkgever blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen (artikel 7:653 lid 2 BW Pro). De achtergrond van dit vereiste is dat werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd dubbel nadeel ondervinden: enerzijds zijn zij gezien de tijdelijkheid van de arbeidsovereenkomst genoodzaakt om elders werk te vinden en anderzijds worden zij belemmerd om elders werk te aanvaarden. [1] Uit de wetsgeschiedenis blijkt verder dat er hoge eisen aan de motivering worden gesteld. Zo dient in het beding te zijn aangegeven om welke bedrijfs- of dienstbelangen het gaat en waarom die bescherming vereisen. Dit om de werkgever vooraf te dwingen tot een concrete afweging die voor de werknemer kenbaar is en om een lichtvaardig gebruik van de afwijkingsmogelijkheid te voorkomen. [2] Niet kan worden volstaan met een algemene motivering. Vereist is een specifieke afweging en motivering per geval. [3]
4.6.
De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat de noodzakelijkheid van het beding in artikel 12 lid Pro van de arbeidsovereenkomst onvoldoende blijkt uit de daarin opgenomen motivering onder lid 3 (zie punt 2.1). De toelichting bij het beding is te algemeen geformuleerd en had specifieker toegesneden moeten worden op de werkzaamheden die [eiser] feitelijk vervulde. De motivering bevat immers generieke termen, zoals ‘
(een samenhangend geheel van) organisatorische (marketing)technische en/of financiële informatie, systemen, strategieën en werkwijzen” en “
de kennis” zonder dat in de motivering zelf concreet wordt gemaakt wat die termen precies inhouden. Bovendien heeft [eiser] een arbeidsovereenkomst overgelegd van een voormalig werknemer van Nivel waarin een identieke motivering bij het concurrentiebeding is opgenomen, terwijl die werknemer in dienst was in een andere functie, namelijk recruiter. Ter zitting heeft Nivel toegelicht dat die functie (recruiter) gecreëerd was voor die specifieke werknemer en inmiddels die functie niet meer binnen Nivel bestaat, maar dat neemt niet weg – zoals door [eiser] terecht opgemerkt – dat een identieke motivering is gebezigd voor verschillende functies. Deze handelwijze strookt derhalve niet met de door de wetgever gewenste specifieke afweging en motivering per geval.
4.7.
Dat de arbeidsovereenkomst inmiddels is aangegaan voor onbepaalde tijd en om die reden het motiveringsvereiste niet (meer) ter zake dienend is – zoals door Nivel aangevoerd – maakt het voorgaande niet anders. Het converteren van een arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd met een concurrentiebeding dat niet rechtsgeldig is (vanwege het ontbreken van een deugdelijke motivering) naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (waarbij het motiveringsvereiste niet van toepassing is) brengt niet met zich mee dat daardoor het ‘gebrek’ in de motivering wordt hersteld en het concurrentiebeding alsnog rechtsgeldig is (vgl. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 22 november 2022, JAR 2023/15). Met andere woorden: het feit dat bij de conversie in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd het motiveringsvereiste komt te vervallen, maakt niet dat het concurrentiebeding rechtsgeldig wordt.
Conclusie
4.8.
Nu de motivering van het concurrentie- en relatiebeding voorshands ontoereikend wordt geoordeeld, acht de voorzieningenrechter aannemelijk dat de bodemrechter het overeengekomen beding zal vernietigen op de voet van artikel 7:653 lid 3 sub a BW Pro. De voorzieningenrechter zal dit beding daarom schorsen overeenkomstig de beslissing, totdat in een bodemprocedure onherroepelijk is beslist over de rechtsgeldigheid van dat beding.
4.9.
Gezien het voorgaande komt de voorzieningenrechter niet (meer) toe aan de beoordeling van het subsidiaire (overtreden concurrentiebeding) en het meer subsidiaire (belangenafweging) stellingen van [eiser] en worden de reconventionele vorderingen van Nivel afgewezen.
Proceskosten
4.10.
Nivel is in het ongelijk gesteld en wordt daarom in de proceskosten (inclusief nakosten) veroordeeld. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
151,94
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
865,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.250,94
4.11.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
In conventie en reconventie
5.1.
schorst het concurrentiebeding met onmiddellijke ingang zoals opgenomen in artikel 12 lid 1 van Pro de arbeidsovereenkomst, totdat in een bodemprocedure anders is beslist,
5.2.
verbiedt Nivel om voor de duur van de schorsing zoals opgenomen onder 5.1 aanspraak te maken op de boeteclausule zoals vermeld in artikel 12 lid 4 van Pro de arbeidsovereenkomst,
5.3.
veroordeelt Nivel in de proceskosten van € 1.250,94, te vermeerderen met de kosten van betekening als Nivel niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt Nivel tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.A. Donkersloot en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.