Uitspraak
datum : 17 april 2026
beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind en mentorschap
[naam] ,
procedure
beoordeling
beslissing
[naam]op met ingang van twee weken na de datum van deze beschikking;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
De kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant behandelde op 17 april 2026 het verzoek tot opheffing van bewind en mentorschap ten behoeve van betrokkene. Verzoeker, de broer en tevens bewindvoerder en mentor, stelde dat het bewind en mentorschap overbodig zijn omdat hij de zorg en begeleiding ongewijzigd voortzet en betrokkene stabiel is.
Tijdens de mondelinge behandeling waren verzoeker, betrokkene en diens ouders aanwezig. De ouders onderschreven het verzoek en gaven aan dat betrokkene inmiddels bekwaam is om voor zichzelf op te komen. De kantonrechter concludeerde dat het bewind over de goederen niet langer noodzakelijk is, mede omdat er geen problemen of tekortkomingen waren tijdens het langdurige bewind en het bewind een administratieve last vormt.
Het mentorschap werd echter gehandhaafd omdat betrokkene niet in staat is zijn niet-vermogensrechtelijke belangen zelfstandig te behartigen. Het mentorschap is essentieel voor de organisatie van zorg en als aanspreekpunt voor zorgverleners. Opheffing zou onduidelijkheid veroorzaken en is niet in het belang van betrokkene.
De beschikking bepaalt dat het bewind wordt opgeheven met ingang van twee weken na de uitspraak, terwijl het verzoek tot opheffing van het mentorschap wordt afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het bewind wordt opgeheven, het mentorschap blijft gehandhaafd wegens blijvende noodzaak.