Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
Op enig moment heeft verdachte met het mes een snijwond toegebracht op de knie van [slachtoffer 1] .
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .
- de reiskosten ad € 13,98, slaapmedicatie ad € 18,26 en aanschafkosten voor krukken ad € 25,-. Deze schadeposten zijn niet betwist en als rechtstreekse gevolg van het bewezenverklaarde toewijsbaar.
- de kosten voor huishoudelijke hulp ad € 704,-. Dat verdachte hulp nodig heeft gehad bij huishoudelijke werkzaamheden is voldoende onderbouwd. Ook de hoogte is voldoende onderbouwd onder verwijzing naar de letselschaderichtlijn.
- de gevorderde immateriële kosten tot een bedrag van € 4.000,-. Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat [slachtoffer 1] ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast als rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde, in het bijzonder dat zijn levensgenot gedurende een zekere periode is gederfd. Voor het toekennen van een hoger bedrag is geen plaats, nu nog niet kan worden vastgesteld dat de billijkheid dit eist. De mate van psychologisch letsel die [slachtoffer 1] aan het bewezenverklaarde heeft overgehouden, staat nog niet vast.
- de kosten voor zelfwerkzaamheid in de privésfeer ad € 176,65 in verband met reparatiewerkzaamheden aan de woning, schilderwerkzaamheden en tuinonderhoud. [slachtoffer 1] heeft niet toegelicht of deze werkzaamheden zijn verricht, en zo ja, waarom die werkzaamheden niet konden worden uitgesteld tot nadat hij weer mobiel inzetbaar was.
- kosten voor een psychologische behandeling ad € 1.446,65. Uit de toelichting op de vordering blijkt dat het nog niet duidelijk is of die behandeling gevolgd moet worden.
- kosten voor het eigen risico ad € 385,-. De rechtbank kan niet vaststellen of deze kosten het rechtstreekse gevolg zijn van het bewezenverklaarde feit. Een toelichting ontbreekt of die kosten al eerder door de verzekeraar in rekening zijn gebracht.
- kosten voor het inhuren van vervangende diensten ad € 18.000,-. [slachtoffer 1] heeft toegelicht dat die kosten zijn gemaakt om het mislopen van omzet te voorkomen. De rechtbank overweegt dat gemiste omzet en de kosten ter voorkoming daarvan niet noodzakelijkerwijs schade zijn in de zin van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek. Om dit vast te kunnen stellen zal [slachtoffer 1] moeten toelichten welke betalingen hij als tegenprestatie heeft en zou hebben ontvangen. Bij gebrek aan een deugdelijke onderbouwing van deze schade komt de rechtbank geen schattingsbevoegdheid toe.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
poging tot doodslag;
poging tot zware mishandeling;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
en
bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd;
gevangenisstrafvoor de duur van
18 maanden met aftrekovereenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht
waarvan 6 maanden voorwaardelijken een proeftijd van 2 jaren;