Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 01.216114.22
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging.
3.De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
4.De formele voorvragen.
5.Bewijs.
- Ik doe aangifte voor seksueel misbruik door mijn vader. Dit heeft voornamelijk plaatsgevonden toen ik 13 tot 15 jaar was. Dit heeft verschillende facetten.
- Toen de vrouwelijke geslachtsorganen een beetje kwamen. Dus ongeveer 10 jaar geleden. Dus 2010/2011. [2]
de rechtbank begrijpt:haar) en masseerde haar. (…) [8]
- [verdachte] heeft het mij zelf verteld en ook via een brief. [verdachte] zei dat hij de borsten van [slachtoffer 1] had aangeraakt. [9]
- Ja dat klopt. Ik zat porno te kijken. [slachtoffer 1] is boven en komt meteen naar beneden en ziet de porno. Ik heb haar uitgelegd, oude vrouwen kunnen in porno spelen om geld te verdienen. [14]
- Ze kwam beneden en ik zat in de hoek achter de computer. [slachtoffer 1] vroeg aan mij, mag ik kijken? Toen zei ik: je mag even kijken.
09-10-19 01:12 - Papa: Mama gaf boven een verkeerde zalf voor je vagina. Ik deed met mijn handen jouw vagina open en keek. [17]
6.De bewezenverklaring.
7.De strafbaarheid van het feit.
8.De strafbaarheid van verdachte.
9.Oplegging van straf.
de rechtbank begrijpt:op de gehanteerde risicotaxatieinstrumenten] bij zedendelinquenten enkel afstraffen meer recidiveverlagend werkt dan het inzetten van een intensieve zedenbehandeling. De reclassering ziet mede daardoor op dit moment geen noodzaak voor reclasseringsinterventies.
10.De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .
11.Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01.216114.22.
12.Toepasselijke wetsartikelen.
13.DE UITSPRAAK
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorwaarde is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor de duur van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , van een bedrag van 7.000,00 euro, bestaande uit immateriële schade;
- de vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van 7.000,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 60 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade;
- de vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;
- verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.