ECLI:NL:RBOBR:2026:2357
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot schadevergoeding en klacht Wvggz wegens onvolledig verzoekschrift
Verzoekster diende een verzoekschrift in bij de rechtbank Oost-Brabant met het doel een beslissing te verkrijgen over een klacht en een schadevergoeding op grond van artikel 10:7 juncto Pro artikel 10:11, tweede lid, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
De rechtbank stelde verzoekster in de gelegenheid om het verzoekschrift aan te vullen met concrete partijen en gronden, conform artikel 278 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Deze aanvulling diende uiterlijk 16 januari 2026 te worden ingediend. Verzoekster heeft echter geen inhoudelijke aanvulling of voldoende onderbouwing binnen de gestelde termijn aangeleverd.
De rechtbank ontving wel een bericht van de advocaat van verzoekster, maar dit betrof geen inhoudelijke aanvulling of reden van het verzuim. Gezien het ontbreken van een compleet verzoekschrift en voldoende gronden, en het niet herstellen van dit verzuim binnen de termijn, verklaarde de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk.
De zaak werd schriftelijk afgedaan zonder mondelinge behandeling. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een incompleet verzoekschrift en onvoldoende onderbouwing.