De burgemeester van de gemeente Land van Cuijk heeft besloten de woning van verzoekster voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de vondst van een handelshoeveelheid softdrugs in de woning. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en of het besluit geschorst kan worden. Hoewel de burgemeester bevoegd is om de woning te sluiten, heeft zij onvoldoende gemotiveerd waarom sluiting voor drie maanden een passende en evenredige maatregel is om herhaling van de overtreding te voorkomen. De beleidsregel laat ruimte voor minder zware maatregelen, maar de burgemeester heeft niet toegelicht waarom zij voor sluiting koos.
Verzoekster stelde dat haar zoon de woning had verlaten en dat zij zelf medische en psychische klachten heeft, wat de gevolgen van sluiting verzwaart. De voorzieningenrechter vond dat de burgemeester onvoldoende rekening had gehouden met deze omstandigheden en dat het motiveringsgebrek hersteld moet worden bij de heroverweging in de bezwaarprocedure.
Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar, waardoor de woning voorlopig niet gesloten mag worden. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot terugbetaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding aan verzoekster.