Op 16 december 2025 heeft verdachte te Eindhoven een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) beledigd met grove en kwetsende woorden en bedreigd met uitingen die een misdrijf tegen het leven inhielden, vergezeld van een dreigende handbeweging alsof hij een vuurwapen vasthield.
De rechtbank heeft het bewijs beoordeeld aan de hand van het proces-verbaal van aangifte, bodycambeelden en de bekennende verklaring van verdachte. De tenlastelegging is wettig en overtuigend bewezen verklaard. Verdachte heeft geen verweer gevoerd tegen de bewezenverklaring.
Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, het gezagsondermijnende karakter van het gedrag, de aanwezigheid van omstanders en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een uitgebreid strafblad, verslaving en medische problemen.
Hoewel de officier van justitie een gevangenisstraf van 87 dagen vorderde, legde de rechtbank een gevangenisstraf van één maand op, met aftrek van de reeds door verdachte doorgebrachte voorlopige hechtenis. De rechtbank vond een langere straf niet passend, ondanks de duur van het voorarrest.
De uitspraak is gedaan op 2 april 2026 door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant.