ECLI:NL:RBOBR:2026:1956

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
25 maart 2026
Zaaknummer
11904356
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaande factuur voor voorgeschoten btw-kosten door DHL Express

DHL Express vordert betaling van een openstaande factuur van €3.072,82 inclusief btw, die betrekking heeft op voorgeschoten btw-kosten en administratiekosten voor het importeren van een gyroscoop uit China. De gedaagde betwist betaling van de tweede factuur, omdat hij meent dat sprake is van dubbele importheffing, aangezien hij de eerste factuur al heeft betaald en het eerste pakket retour heeft gestuurd.

Tijdens de mondelinge behandeling verschijnt de gedaagde niet, maar DHL Express licht haar standpunt toe dat zij niet op de hoogte was van de retourzending en dat de tweede levering als een nieuwe levering met bijbehorende kosten moet worden beschouwd. De kantonrechter stelt vast dat er geen importheffingen zijn, alleen btw die door DHL is voorgeschoten en die de gedaagde zelf bij de Belastingdienst kan terugvorderen.

De kantonrechter oordeelt dat DHL Express recht heeft op betaling van de factuur, de wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het totale bedrag van €3.883,39, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande factuur, wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKOOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 11904356 \ CV EXPL 25-7379
Vonnis van 19 maart 2026
in de zaak van
DHL EXPRESS (NETHERLANDS) B.V.,
statutair gevestigd in Schiphol,
eisende partij,
hierna te noemen: DHL Express,
gemachtigde: R.O. Visser (AGIN Timmermans gerechtsdeurwaarders Juristen Incassospecialisten),
tegen
[gedaagde]
,h.o.d.n.
[bedrijfsnaam gedaagde],
wonende en zaakdoende in [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties (genummerd 1 en 2),
- de aantekeningen van het mondeling gegeven verweer,
1.2.
Op 3 februari 2026 heeft de mondelinge behandeling (zitting) plaatsgevonden. Bij de mondelinge behandeling was [A] , namens DHL Express aanwezig, bijgestaan door R.O. Visser als gemachtigde. [gedaagde] was op de juiste manier opgeroepen voor de mondelinge behandeling, maar hij is niet verschenen en heeft de kantonrechter ook niet bericht verhinderd te zijn. Tijdens de mondelinge behandeling heeft DHL Express haar standpunten kunnen toelichten en vragen van de kantonrechter beantwoord. Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag een vonnis zal worden gewezen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] heeft een gyroscoop uit China besteld. DHL Express heeft het pakketvervoer en de douaneformaliteiten verricht en daarbij de btw voorgeschoten. DHL Express heeft op 31 augustus 2024 aan [gedaagde] een factuur ( [nummer] ) gestuurd voor € 3.072,82 inclusief BTW. Op deze factuur worden de volgende kosten in rekening gebracht:
  • VAT € 2.996,67,
  • Total Extra Charges € 76,15
[gedaagde] heeft deze factuur niet betaald en DHL Express is vervolgens een procedure bij de kantonrechter begonnen.
Wat wordt gevorderd?
2.2.
DHL Express vordert in deze procedure betaling van de openstaande factuur ( [nummer] ) met een bedrag van € 3.072,82 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 3.120,18. Een en ander in een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis met veroordeling van [gedaagde] in de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.
2.3.
[gedaagde] is het hier niet mee eens. Hij legt hieraan het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft uitgelegd dat hij een IMU (gyroscoop) uit China heeft geïmporteerd. De eerste keer dat hij de gyroscoop had ontvangen, bleek deze niet juist te werken. DHL Express heeft na de levering van dit pakket een factuur aan [gedaagde] verzonden om de voorgeschoten kosten te betalen en [gedaagde] heeft deze factuur ook betaald. [gedaagde] heeft vervolgens besloten om – in overleg met de leverancier in China - de niet werkende gyroscoop terug te sturen. Vervolgens heeft de leverancier in China een nieuwe, werkende gyroscoop aan [gedaagde] opgestuurd. [gedaagde] heeft uitgelegd dat hij de nieuwe gyroscoop heeft ontvangen, maar dat hij ook een nieuwe factuur van DHL Express heeft ontvangen. Deze factuur wil hij niet betalen, omdat hier sprake is van een dubbele importheffing. Hij heeft nadat hij de eerste (niet werkende) gyroscoop had ontvangen de factuur immers al betaald, aldus [gedaagde] .
Wie wordt in het gelijk gesteld?
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat DHL Express in het gelijk wordt gesteld. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.
[gedaagde] dient de openstaande factuur te betalen
2.5.
DHL Express heeft tijdens de mondelinge behandeling opnieuw haar standpunt herhaald. In reactie op het gevoerde verweer door [gedaagde] , heeft DHL Express uitgelegd dat zij niet op de hoogte is geweest van de retourzending. Dat betekent dan ook dat een nieuwe pakket – van in dit geval een werkende gyroscoop – is aangemerkt als een nieuwe levering met de daarbij behorende kosten voor het importeren van goederen van buiten de Europese Unie. DHL Express heeft deze kosten voorgeschoten. DHL Express benadrukt dat – in tegenstelling tot wat [gedaagde] heeft verklaard tijdens het verweergesprek – geen sprake is van een dubbele importheffing. Er is enkel een bedrag aan VAT en een bedrag aan administratiekosten gevorderd. De VAT (oftewel belasting over de toegevoegde waarde, btw) kan [gedaagde] zelf bij de Belastingdienst terugvorderen.
2.6.
De kantonrechter begrijpt het door [gedaagde] ingenomen standpunt zo dat hij niet zozeer betwist dat de door DHL Express voorgeschoten kosten dienen te worden betaald, maar dat hij niet akkoord is om twee keer deze factuur te betalen. Het staat vast dat DHL Express twee keer het pakketvervoer voor [gedaagde] heeft verricht. Dit betekent dan ook dat vast staat dat twee keer de douane formaliteiten en de kosten door DHL Express zijn voorgeschoten. De kantonrechter merkt op dat [gedaagde] enkel verweer gevoerd tegen de importheffingen, maar zoals uit productie 1 bij de dagvaarding blijkt, zijn de importheffingen (Duty) vastgesteld op € 0,00. Oftewel, er zijn geen importheffingen.
2.7.
Ook als de kantonrechter het verweer van [gedaagde] zodanig zou begrijpen, dat hij het oneens zou zijn met de gehele betaling van de (tweede) factuur, kan dat [gedaagde] niet baten. Het grootste deel van de factuur ziet immers op VAT (btw) en dit zijn belastingen die voor rekening van [gedaagde] komen. [gedaagde] heeft immers een gyroscoop ontvangen en daar dient hij belasting over te betalen. Het is in dat kader niet relevant dat het eerder ontvangen pakket door [gedaagde] is teruggestuurd en zijn leverancier in China een nieuw vervangend pakket heeft gestuurd. Dit is voor DHL Express niet kenbaar geweest. DHL Express heeft voldoende onderbouwd gesteld dat zij recht heeft op terugbetaling van deze voorgeschoten belastingen en de administratiekosten. De kantonrechter wijst de vordering toe.
2.8.
De kantonrechter merkt ten slotte op dat [gedaagde] – voor zover hij dit nog niet heeft gedaan - zelf contact kan opnemen met de Belastingdienst voor de (al) betaalde btw.
2.9.
[gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke handelsrente. De kantonrechter wijst de wettelijke handelsrente toe over het bedrag van de hoofdsom, te weten € 3.072,82.
De buitengerechtelijke incassokosten
2.10.
DHL Express vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. DHL Express heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. DHL Express heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 432,28 worden toegewezen.
De proceskosten
2.11.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en wordt daarom in de proceskosten (inclusief nakosten) veroordeeld. De proceskosten van DHL Express worden vastgesteld op:
- kosten van de dagvaarding
123,73
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.357,73

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan DHL Express te betalen een bedrag van € 3.883,39, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 3.072,82, met ingang van 18 september 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.357,73, te betalen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. van den Berk en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026.